SAMENVATTING EN PERSPECTIEF
Het wordt tijd, dat we even samenvatten, wat we tot dusverre gevonden hebben, want anders dreigt het gevaar, dat we door de bomen het bos niet meer zien.
Ik kan me voorstellen, dat iemand zegt : welke waarde heeft dit alles nog voor ortze tijd? Ik zou hem de wedervraag willen stellen : hebt u nog nimmer de beschuldiging - gehoord in onze tijd, dat de belijdenisgeschriften gelijk gesteld worden met Gods Woord? En hebt u nimmer opgemerkt, dat deze beschuldiging juist gericht wordt tot hen, die handhaving en binding aan de belijdenis willen?
U ziet, dat er weinig nieuws onder de zon is, want ik heb u verteld, dat Arminius c.s. ongeveer 350 jaar geleden dezelfde beschuldiging uitspraken. En dit is voor ons niet het belangrijkste, maar wèl het antwoord, dat Gomarus c.s. hierop gaven.
Zij wezen deze beschuldiging af en hebben gezegd, dat de belijdenis een afgeleid gezag had, omdat zij met Gods Woord overeenkwam. Indien deze overeenkomst niet meer aanwezig zou zijn, dan vervalt in dat punt de binding, omdat de grond er voor, n.l. het overeenkomen met Gods Woord, niet meer aanwezig is. Dit staat echter niet ter beoordeling van het lid der kerk, maar van de kerkelijke vergaderingen.
De ondertekening der belijdenisgeschriften is een uiting van en een bewijs voor de enigheid des geloofs. Daarom mag de band aan de belijdenis niet verbroken worden, omdat dan deze enigheid verbroken wordt.
Bezwaren tegen de belijdenisgeschriften moeten, op de Schrift gegrond, ingediend worden bij de kerkelijke vergaderingen en daar zo mogelijk tot een oplossing gebracht worden. Echter mogen de afwijkende opvattingen niet in het publiek geleerd worden, integendeel, zij moeten geheim gehouden worden binnen de oordelende instanties. Het is mogelijk dat deze afwijkende opvattingen aanvaard worden, het is mogelijk, dat zij verdragen kunnen worden, maar geheim gehouden moeten worden en niet geleerd mogen worden; het is mogelijk, dat deze afwijkende opvattingen niet geduld kunnen worden en leiden tot afzetting, in geval het een predikant betreft.
Het is duidelijk, dat Arminius en Gomarus verschillend dachten over de plaats der belijdenis, gelijk zij over verschillende andere zaken verschillend dachten. In het bijzonder komt dit wel uit bij het vraagstuk der revisie. Gomarus en de kerkelijken wilden alleen het overlezen van de confessie, zoals dat tot op die tijd min of meer gewoonte was geweest. De gehouden synodes waren daarmede in de regel begonnen en bij dit overlezen was gelegenheid bezwaren in te dienen. Arminius en de zijnen willen nu de revisie als een speciaal punt op de agenda van de komende synode plaatsen. De bezwaren worden op deze wijze als het ware uitgelokt. Ja, zij zeggen, dat revisie zeer nodig is. Geen wonder, dat dit bij de Gomaristen grote argwaan wekt en er alom in den lande ongerustheid ontstaat. Willen de Gomaristen dan geen enkele wijziging? Dat is nu weer het andere uiterste. Kuyper heeft op grond van de door mij gegeven citaten gezegd, dat op de vorige synodes alleen drukfouten verbeterd waren. Anderen hebben trachten te betogen dat deze wijzigingen nogal van enige betekenis waren. Om nu een juist oordeel in deze tegenstelling te kunnen vellen, zullen we moeten trachten te bezien van welke aard de wijzigingen zijn, die na 1566 in de geloofsbelijdenis zijn aangebracht. In dat jaar werd toch op een synode te Antwerpen de geloofsbelijdenis kerkelijk vastgesteld en in het ontwerp van De Bres, nogal enige bekortingen aangebracht.
We kunnen dan tevens zien, hoe deze synodes gewerkt hebben met het verschil tussen de fundamenten der leer en manieren van spreken, die deze fundamenten niet raken. We zullen dan kunnen ontdekken, dat de waarheid in het midden ligt, echter dichter bij de opvatting van Kuyper dan bij die van zijn opposanten.
We zullen daarna ook nog verder moeten zien, want we zijn altijd nog in 1607. Het is wel niet mijn bedoeling om deze geschiedenis nauwkeurig na te gaan, maar we zullen moeten stilstaan bij de revisie Ier Synode van Dordrecht, om te zien wat dit eventueel voor ons te betekenen heeft.
D. Sch,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's