De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nog eens: de godsdienstonderwijzers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nog eens: de godsdienstonderwijzers

4 minuten leestijd

   Dezer dagen ontving ik een schrijven, waarin ik beschuldigd word de godsdienstonderwijzers te insinueren.
   Insinueren is een vreemd woord, lezers !
   Dat betekent zoveel als „beledigen".
   Ik heb in de loop van het jaar wel meer •een schrijven ontvangen, waarin men mij aanwrijft, dat ik op gespannen voet met de godsdienstonderwijzers zou leven. Het tegendeel is al menigmaal door mij beleden, maar het schijnt niet geholpen te hebben.
   Laat ik het dan nu nóg eens mogen zeggen. Ik heb in Ermelo samengewerkt met twee godsdienstonderwijzers, de heren Van Scherpenzeel en Gaasbeek. Ik denk nog steeds aan de prettige samenwerking met deze trouwe, stoere werkers. En de samenwerking met de heer Blankespoor te Harderwijk was niet minder hartelijk.
   En het is mij zó goed bevallen, dat ik aan mijn kerkeraad te Nieuwerkerk a/d IJssel heb voorgesteld om een oproep te plaatsen voor een godsdienstonderwijzer in De Waarheidsvriend.
   U hebt die advertentie gelezen.
    Middelerwijl heeft de benoeming reeds plaats gehad.
   En het zijn niet slechts deze vier godsdienstonderwijzers, die met ere mogen worden genoemd. Er zijn méér van die stoere werkers, die wij hoog achten.
   Onder de zestien sollicitanten waren er velen, die ik onmiddellijk van harte een plaats gun in onze kerk. Laten de kerkeraden het maar eens overwegen om voor deze mannen Werkgèlegenheden te scheppen.
   Van een „insinueren van godsdienstonderwijzers" of van „een op gespannen voet met hen leven", is dus geen sprake.
   Mijn critiek liep over wat anders. Ik schreef over Evangelisatiebesturen en godsdienstonderwijzers, die onze kerk reeds hebben verlaten of op het punt staan haar de scheidbrief te geven. Van die gevallen hebben we er helaas al te veel gehad en voor mij ligt een brief, waarin men van de hoofdleiding in de Chr. Gereformeerde Kerk om inlichtingen vraagt over een godsdienstonderwijzer, die op het punt staat om ook met een groep mensen onze kerk te verlaten.
   Ik erken, dat ik op dat punt scherp ben geweest, maar ik wens geen enkel woord van het geschrevene terug te nemen.
   In het eerst bedoelde schrijven wordt wel enigermate erkend, dat er dergelijke gevallen zijn (ontkennen zou ook maar weinig baten), maar men vindt mijn oordeel eenzijdig. Dè schuld ligt niet alleen bij die godsdienstonderwijzers en die Evangelisatiebesturen, maar die schuld ligt ook elders.

Men schrijft letterlijk:
   „Is dat nu alleen te wijten aan het werk van de godsdienstonderwijzers en het Evangelisatiebestuur, of zijn er ook andere factoren, die hierin een  woordje meespreken. Dan ben ik tot de conclusie gekomen, dat het verwijt niet uitsluitend de Evangelisatie en de godsdienstonderwijzers geldt, maar dat ook de predikanten van verdacht Geref. gehalte hierin het leeuwenaandeel hebben. Om( dit te verdedigen, wil ik u enige punten noemen:

„dat verschillende dominé's van de Geref. Bond aan Evangelisatifes preekbeurten toezegden, doch op het laatste nippertje berichten dat ze verhinderd zijn om te komen"•
„dat verschillende predikanten van de Geref. Bond taal noch teken van zich lieten horen, hoewel ze herhaaldelijk door Evangelisatiebesturen voor een preekbeurt werden aangezocht",
„dat verschillende predikanten, getooid met het etiket van de Geref. Bond, juist door hun prediking het Geref. kerkvolk in de Evangelisaties jagen".
   Ik weet niét, lezers, of een dergelijk betoog u heeft kunhen overtuigen, dat om deze drie genoemde redenen een godsdienstonderwijzer onze kerk mag verlaten. Ik stond er van verbaasd, hoe men zoiets naar voren durft te brengen.
   Als ik eens mocht vertellen, hoe vaak het in mijn leven al gebeurd is, dat er een beurt werd afgezegd, en hoevele malen het is gebeurd, dat ik van predikanten geen taal of teken ontving op mijn schrijven, dan zat ik ook al lang in de Oud-Gereformeerde kerk, als dat tenminste een wettige reden tot uittreding was
   Een dergelijk onzinnig betoog laat ik dan ook verder maar rusten.
   Ook het derde argument grijpt er naast. De meeste van onze Evangelisaties op gereformeerde grondslag worden juist in vrijzinnige of ethische gemeenten gevonden: Haastrecht, Nieuwveen, Oudshoorn, Moordrecht, Lekkerkerk, Stolwijk, Epe, hebben vrijzinnige kerkeraden en vrijzinnige predikanten. De posten van de Bond van Evangelisaties in het Noorden liggen ook in vrijzinnige gemeenten. De mensen in die gemeenten worden door geen linkse Gereformeerde Bonders naar de Evangelisaties gedreven, om de eenvoudige reden, dat deze gevallen zich niet voordeden, of het mocht een of twee uitzonderingen betreffen, waar zulks wèl het geval is.
   Ik eindig met de verzekering, dat ik aan onze Evangelisatiemensen blijf toeroepen : Tracht terug te keren naar de kerk! Blijft evangeliseren, als niet anders mogelijk is, maar verlaat nooit uw kerk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1952

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Nog eens: de godsdienstonderwijzers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1952

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's