De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HOFNAR VAN GELRE

FEUILLETON

3 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET BEGIN DER ZESTIENDE EEUW

   NU woonde destijds ook binnen Emden 'n achterneef van je vader, een barbier, een sluwe, gewetenloze man. Hij heulde met de vijanden van graaf Edzard zaliger en wilde grootvader en jouw vader eveneens in het verraad betrekken. Dat was echter misgerekend: zij wilden naar hem niet horen, ja, vermaanden hem de verkeerde weg te verlaten. Hierom, en ook, omdat hij afgunstig was op de voorspoed van grootvader, zocht hij beiden in 't verderf te storten. Weldra had hij iets gevonden. Met sluwheid wist hij grootvader en je vader van verraad en van heulen met de vijand te doen verdenken. Beiden werden daarom voor de Schout gedaagd. Wat zij ook deden, hun onschuld konden zij niet bewijzen en de catijvige lasteraar werd op zijn nu openlijke aantijging geloofd. Het vonnis werd dan ook over beiden geveld en luidde: levenslang verbannen.
   Grootvader was er zó door getroffen, dat hij nog vóór zijn verbanning stierf. Je vader moest dus alleen den vreemde intrekken. Hij vestigde zich te Harderwijk, waar hij weldra algemeen geacht en een invloedrijke poorter werd, en toen met je moeder, een wees, trouwde.
   De onmenselijke catijf scheen het toen ook niet langer in Emden te kunnen uithouden — wellicht heeft wroeging hem geplaagd — ; hij verliet Oost-Friesland, en ik hoorde sinds die tijd niets meer van hem, tot voor enkele weken. Toen werd ik geheel onverwachts bij het sterfbed van een broeder des mans ontboden. De stervende gaf mij bij die gelegenheid een brief, welke hij vóór jaren van zijn broeder uit Amsterdam had ontvangen ; want daarheen had de snoodaard zich begeven. Al die tijd had de man deze brief bewaard. Hij had hem niet durven vernietigen en evenmin de inhoud er van aan mij of de Graaf willen mededelen. Thans, met de dood voor ogen, meende hij niet rustig te kunnen sterven vóór hij mij het gewichtig document had ter hand gesteld.
   En inderdaad — de brief was gewichtig ! Er stond n.l. in, dat de lasteraar zijn aanklacht introk en dat grootvader en oom geheel onschuldig waren aan hetgeen, waarvan men hen had beticht.
   Ik kon echter met deze brief nog weinig uitrichten, want hij was alleen ondertekend met een enkele O, de voorletter van de doopnaam des schrijvers. Toch was het mij een waar jolijt, hem te bezitten. Ik wist, hoe je vader het vonnis nog drukt en hoe gaarne hij weer naar zijn vaderland zou terugkeren, als het mocht. Daarom ging ik ook op stel en sprong per schip naar Harderwijk en stelde je ouders van alles in kennis. Je vader was innig verheugd, temeer, toen ik hem voorstelde de lasteraar in Amsterdam te gaan opzoeken, om het van hem gedaan te krijgen dat hij de brief met zijn volle naam ondertekende; en hem meteen de belofte deed, ook jou hier op te zoeken, om — als 't Gode behaagde — je voor de „nieuwe leer" te winnen.

Zo trok ik dan naar Amsterdam.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's