Vreest niet
Vreest niet, o Jacob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, die Ik verkoren heb, want Ik zal water gieten op den dorstige en stromen op het droge. Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen Jesaja 44 vers 2—4
Dit gedeelte van Jesaja verplaatst ons naar de dagen, zo nauw samenhangend met de Babylonische ballingschap, dus naar de dagen, dat Israël, „Gods bondsvolk", ervaren had dat God niet tevergeefs gesproken heeft:
„Wie ver van u de weelde zoekt, vergaat eerlang en wordt vervloekt".
Israël had het ondervonden, dat het vreselijk was om tegen de Here te zondigen en Zijn wetten te overtreden. Maar de Heere, die trouwe houdt tot in eeuwigheid, blijft niettegenstaande de zonde van het volk, dat wel zwaar gestraft is, toch dezelfde. Israël, het ontrouwe volk, zal dus weer Gods volk genaamd worden. De Heere zou Zich ontfermen.
Eeuwige liefdekoorden liggen tussen de Heere en dat volk. En daarom, daar komt de Heere tot Zijn ontrouw volk, zeggende: „Vrees niet, o Jacob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, die Ik verkoren heb".
Het volk was bevreesd dat de Heere met hen een afgesneden zaak kwam te maken en nu zegt Hij: Vrees niet! Dat is gadelooze liefde, dat is eeuwige, onwankelbare trouw. De Heere weet, dat Zijn volk verdrukt wordt, door noodweer overvallen, van troost verstoken, van hulp en veiligheid beroofd.
En ziet, een volk dat zo gesteld is, brengt de Heere binnen de muren van Zijn trouw en waarheid en laat Hij ervaren, dat in het dal van Achor een deur der hope ontsloten is.
Welk een tedere zorg ligt in dit woord besloten voor hem, die zich zelf aanklaagt over een algehele verdorvenheid, als alles tegen hem getuigt en hij op het zijne de dood moet schrijven, en als de belijdenis van David gehoord wordt: „Onze verwachting is verloren ; wij zijn afgesneden".
De Heere spreekt Jacob aan met deze woorden: „Vrees niet!"
Had Jacob dan geen reden om te vrezen?
Zeer zeker. Want had Jacob geen leven van zonde en afmaking achter zich?
En als hij aan dat alles gedacht, dan was er alle reden om bevreesd te zijn. Was hij dan geen doemwaardig zondaar, die ieder ogenblik voor Gods gericht gedaagd kon worden? Had hij dan niet gehandeld als een blinde, die zichzelf in zijn blindheid en in o zoveel moeilijkheden had gewerkt?
Zou dan de vrees, waarmede zij moeten vrezen, zo dwaas zijn?
Volstrekt niet. Maar de dwaasheid der vreze ligt hierin, dat de Heere voor zulk een volk een vurige muur van rondom is en dat volk nochtans denkt, dat het door de heidenen zal vertreden worden. En daarom zegt Hij: „Vrees niet!" De Heere wil zeggen: Ik ben er óók nog, en als alles u ontzinkt, blijf Ik over. En als alles u verlaat, zal Ik u niet begeven, noch verlaten. Welk een tederheid, o Jacob, Mijn knecht. Welk een toeëigening, dat die arme worstelaar door de Heere als Zijn knecht wordt erkend.
En gij, Jeschurun, die Ik verkoren heb. Jeschurun betekent: de rechtvaardige.
Nu zegt gij bij uzelf: hoe is dit mogelijk, dat zulk een ontrouw volk rechtvaardig genaamd wordt? Dan moet Jacob zich als Jacob hebben leren kennen en dan moet er van hem niets overgebleven zijn om zich daarop te kunnen beroepen voor de Heere, en dan moet hij zich horen toespreken met die wondere naam: Jeschurun, de rechtvaardige. Neen, daar kan hij niet bij, en hij zegt: Hoe kunnen deze dingen geschieden?
Maar dit is dan ook een toegerekende rechtvaardigheid. De Heere ziet dat schuldige volk niet aan in zichzelf, maar in de Zoon van Zijn eeuwige liefde. De vuile, bezoedelde klederen worden weggenomen, en dan staat hij bekleed met het kleed der gerechtigheid, verworven door de zoen- en kruisverdienste van onze Heere Jezus Christus.
Welk een volheid wordt nu in die overvloedige fontein gevonden!
„Ik zal water gieten op den dorstige en stromen op het droge".
Of is dat geen volheid? Bij de Heere is het water des levens. Er is bij Hem een fontein, een put van levend water. Dat water des levens is door de Heere Jezus verworven, daarom moest Hij dorsten aan het kruishout, als Hij uitriep: „Mij dorst!"
Maar nu is er voor een dorstende ziel een fontein des levenden waters ontsloten. Daarom is er nu nog een verkwikking voor zulk een, die, zonder geld en zonder prijs, genodigd werd wijn en melk te bekomen.
Welk een volheid! En dat wij nu zo vaak zulke ongoedertieren gedachten van de Heere hebben!
Neen, bij Hem worden gevonden milde handen en vriendelijke ogen van eeuwigheid.
Want de Heere zegt, dat Hij het water zal gieten op den dorstige, en stromen op het droge. De Heere deelt dus niet in karigheid Zijn gaven uit, maar Hij geeft oneindig veel meer dan een dorstige ziel durft hopen, want Hij is een verrassend God. Stromen zijn het, welke Hij voor een dorstig volk komt te beschikken. Stromen, want uit die volheid wordt ontvangen genade voor genade, en het wordt aan Sion uitgedeeld om niet. En de ziel, die het ervaren mag, werd in de ellende verlost en juicht bij de verlossing.
Dat is een eeuwig wonder, als een goddeloze gerechtvaardigd te worden uit louter goddelijk ontfermen. Ziet, dat is het zaligst lot, dat de ziel geschonken kan worden, want dan mag hij zingen:
Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven. Die van de straf voor eeuwig is ontheven. Wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt. Voor 't heilig oog des Heeren is bedekt.
En die voorraadschuren zijn nog niet uitgeput, want de Heere zegt vervolgens: „Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen".
Wonderlijk, die werking van de Heilige Geest. Die Geest is de Geest van Christus. Door Zijn lijden en sterven verwierf Hij deze Geest tot levendmaking, en die Geest kan niet zonder uitwerking blijven, zo Hij woning maakt in het hart. Hij is als een vuur, dat loutert. Ja, de Geest van Christus is wonderlijk in Zijn werking, want deze schenkt gebedsgenade en psalmgezang in de donkere zielenachten.
Wat het Adamskind bederft, door de werking des Geestes wordt alles goed gemaakt. Als Jacob ongetroost nederzit, omdat hij hulpeloos is, dan is al reeds de Geest des Heeren hem geschonken, opdat hij door die Geest zijn schuld en zonde voor God aanschouwen mag. En als Jacob dorst naar de Heere, dan is het de Geest, die hem dorsten doet.
Is dat geen rijke belofte, dat de Heere zegt: „Ik zal Mijn G«est op uw zaad gieten"?
Want hoe vaak komt onze machteloosheid niet aan de dag. Wel — zegt de Heere — dat werk is voor Mij. Ik zal den dorstige drenken uit de wateren des levens. Welk een onveranderlijke verbondstrouw. De Heere belooft dus daarin, dat Hij van geslacht tot geslacht Zijn Koninkrijk zal voortplanten.
Daarom wordt er nog aan toegevoegd : Ik zal Mijn zegen gieten op uw nakomelingen. De geestesgaven worden dus hier een zegen genoemd, omdat talloos de zegeningen zijn, die door de Heilige Geest gewerkt worden. De Heere staat voor Zijn werk in, en Zijn Woord zal niet ledig wederkeren.
Moge dit ons tot een nauw zelfonderzoek uitdrijven of wij die Geest reeds ontvangen hebben. Wordt gij niet begerig gemaakt naar ïulk een toediening ? Weet dan, dat er bij de Heere een volheid is. Zijn volheid is een onuitputtelijke volheid. Of gaat uw hart alleen uit naar deze wereld ? Zo ja, dan zult gij in de wereld teleurgesteld uitkomen en met de wereld verloren gaan.
Zoek het niet bij u zelf of bij het schepsel. Maar zij en worde het uw bede : Heere, leer mij en bekeer mij. Geef mij een levendige behoefte aan uw almachtig genadewerk.
Maar weet gij te roemen in de Gekruiste, want dat is het deel van dezulken, die de Heere vrezen, vreest dan niet o Jacob mijn knecht en gij Jeschurun, die Ik verkoren heb. De Heere wordt immers in Zijn eigen werk verheerlijkt. Het is : Uit Hem, door Hem en tot Hem.
En als gij door de bearbeiding des Geestes kunt getuigen, dat alles nieuw geworden is : Maakt dan Gods daden bekend onder de volkeren, opdat spoedig de lijd aanbreke, dat Efraïm Juda niet meer benijdt en Juda Efraim niet meer benauwt, en dan wordt het ervaren :
Dit werk is door Gods alvermogen. Door 's Heeren hand alleen geschied. Het is een wonder in onz' ogen. Wij zien het maar doorgronden het niet.
W. L. Mulder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's