De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK EN WERELD TIJDENS DE LAATSTE URE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK EN WERELD TIJDENS DE LAATSTE URE

5 minuten leestijd

   De gemeente des Heeren heeft in zo menig opzicht wakende te zijn. Want de satan zit niet stil en elke zwakke plek in het kerkelijk en geestelijk leven maakt hij tot een invalspoort. Juist in de heilige en allerheiligste dingen poogt hij door te dringen met zijn ontheiligende invloeden. Zo b. v. ook, waar het de viering van het Heilig Avondmaal betreft.
   Wij moeten als gemeente terug tot het : met nauwkeurig onderscheid uitreiken van het Avondmaal des Heeren, om ontheiliging te voorkomen. Maar ook terug tot een met nauwkeurig onderscheid uitreiken van het Brood des levens in de prediking des Woords. Dan zal er èn van de Bediening des Woords èn van de Bediening van het Heilig Avondmaal meer zegen en stichting verwacht kunnen worden.
   Velen geloofden in Zijn Naam, maar Jezus Zelf betrouwde hun Zichzelve niet toe.
   Aan alle zijden is waakzaamheid in het kerkelijk leven geboden, omdat de geest uit de afgrond overal tracht door te dringen en de wereld in de kerk tracht te brengen. Helaas heeft hij daarbij voortdurend succes. Zelfs het toneelspel heeft zijn intrede gedaan in dienst der kerk! Alarmerende verschijnselen hiervan roepen de gemeente des Heeren tot verdubbelde waakzaamheid.
   Levend met de rug naar het Kind van Bethlehem, naar de Man van Smarten en de Vorst des Levens, heeft de wereld niettemin de herdenking der heilsfeiten rondom Kerstfeest, Goede Vrijdag en Pasen in haar wereldse sfeer getrokken. Geen plaats voor de Zaligmaker en schuldovernemende Borg, maar wèl 'voor Kerstgroen en Kerstlicht, wèl voor muzikaal en vocaal genot.
   Wie nog maar enig besef heeft van de diepte van Christus' vernedering en van de aanbiddelijke genade Gods, betreurt het niet, dat de wereld, ook de christelijke wereld, zo de allerheiligste dingen tot zinnelijk genot aanwendt?
   Tot voor enkele jaren maakte hierop de herdenking van het Pinksterfeest een gunstige uitzondering. Daarmede wist men blijkbaar geen raad.
   Helaas hebben intussen toneelgroepen, zich nog wel Ned. Hervormd noemend en uitgaande van Jeugd-Kerkewerk, ook de herdenking van het gebeuren rondom de uitstorting van de Heilige Geest, neergehaald tot in de wereldse sfeer van een toneelspel.
   Hebben deze toneelgroepen dan nooit gehoord van de roeping Gods tot Zijn gemeente : „Wordt dezer wereld niet gelijkvormig" en „Zijt heilig, want Ik ben heilig"?
   Is het te verwonderen dat, voor zover men nog iets gevoelt van de heiligheid en de aanbiddelijkheid van het werk des Heiligen Geestes in zondaarsharten, men tot in het diepst der ziel gekrenkt is door dergelijke spelen? En tevens zeer verontrust door zulk een vervlakking en verwereldlijking?
   Ziende op dit alles, mogen we ons de vraag wel stellen: Waarheen zijn we op weg? En het antwoord dringt zich op: als God het niet verhoedt, naar een christendom dat de kracht der godzaligheid verlochent.
   Waar gaan we heen?
   Die vraag stellen we ons ook, wanneer we aanschouwen hoe de liturgische diensten zich sterk vermenigvuldigen. Al minder komt er plaats voor de verkondiging des Woords. Er is een afglijden naar de gebruiken en misbruiken der R.K. kerk, zoals b.v. te zien is in de Maranathakerk te 's-Gravenhage, met haar knielbanken, enz.
   Volgens dr. W. Aalders, die daar de leiding heeft, voltrekt zich daar wat de eredienst betreft „een nieuwe reformatie" en gaat er zich „een nieuw type christendom" openbaren. Verder spreekt hij over een geheel nieuwe beleving van dat wat „oud" geworden was".
   Eerlijk gezegd, wil die nieuwe reformatie er bij ons niet in. Veeleer, denken we hier aan deformatie. Dat komt zeker omdat we behoren tot, zoals dr. Aalders zich uitdrukt, „de buitenstaanders, die het levensgeheim niet speuren".
   Wel geloven we met hem, dat er in de eredienst in de Maranathakerk een „nieuw type christendom" tot openbaring komt met een „geheel nieuwe beleving". We zijn dankbaar, dat dr. A. zich zo heeft uitgedrukt, omdat hierdoor duidelijk uitkomt, welk gevaar er in schuilt.
   Want waar lezen we in Gods Woord, dat in het laatst der dagen de levende gemeente van Christus een nieuw type zal gaan vertonen en dat zij een geheel nieuwe beleving zal ontvangen, omdat het Evangelie van Gods vrije genade voor haar „oud" geworden zou zijn?
   Een beleving, die geheel nieuw is. Blijkbaar verschilt deze dus van de oude beleving. Deze laatste begint met de kennis van zonde en ellende. De geheel nieuwe beleving van het nieuwe type christendom misschien met Hallelujah, om zich voort te zetten met een begeerte naar een uitgebreide liturgie, waardoor de prediking des Woords op de achtergrond gedrongen wordt. Dit laatste nu is een teken van deformatie, want de ware reformatie brengt Gods Woord juist op de voorgrond.
   Het is juist door Zijn Woord en Geest, dat Christus Zich een gemeente vergadert ten eeuwigen leven. En de belijdenisgeschriften onzer Hervormde Kerk zeggen: „Gelijk het God beliefd heeft dit Zijn werk der genade door de prediking des Evangelies in ons te beginnen, alzo bewaart, achtervolgt en volbrengt Hij het door het horen, lezen en overleggen daarvan". En nu is het de prediking van het onverkorte Evangelie Gods, die door het nieuwe type christendom belemmerd wordt. Letterlijk en figuurlijk wordt deze in de hoek geplaatst.. Men vraagt om ruimte voor de liturgie. Men stelt steeds hogere eisen aan zang en orgelspel en aan het interieur der kerk.
   Men wenst de gemeente ook in de kerkdienst te activeren, maar men vergeet dat Christus van Maria, die aan Zijn voeten gezeten, de woorden des levens indronk, zeide dat deze het goede deel gekozen had. Maar tot haar zuster klonk het: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen, maar één ding is nodig!
   „Christenen van het nieuwe type", in alle ernst en in alle liefde: bekommert en ontrust u zich ook niet over vele, vele dingen? Doch hoe staat het met het éne nodige?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERK EN WERELD TIJDENS DE LAATSTE URE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's