De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE STUDIE-COMMISSIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE STUDIE-COMMISSIE

6 minuten leestijd

Voor de viering van het Heilig Concept-formulier III. Avondmaal.

HET DIENSTBOEK

I.

   Het formulier in de derde orde van dienst voor de viering van het Heilig Avondmaal, begint met het gedeelte van het oude formulier, dat over de inzetting van het Avondmaal handelt en bevat vervolgens het hieraan zich aansluitende gedeelte van het oude formulier, dat aangeduid wordt als „vermaning".
   Deze gedeelten zijn geheel aan het oude formulier ontleend en geven geen aanleiding tot opmerkingen. Alleen kan ook hier de wenselijkheid uitgesproken worden, gelijk bij de tweede orde van dienst voor de viering van het Heilig Avondmaal reeds is geschied, dat het voorafgaande gedeelte van het oude formulier in de voorafgaande voorbereidingsdienst wordt voorgelezen.
   Men late, ook om bij de keuze, welke gedeelten van het oude formulier wel of niet gelezen zullen worden, zoveel mogelijk wille­ keur te vermijden, het oude formulier intact en geve aan de gemeente het gehele onderwijs van het klassieke formulier, waartegen toch door niemand op Schriftuurlijke grond bezwaren kunnen worden ingebracht.
   Voor de responsie, waarmee de „dankzegging" op blz. 31 van het dienstboek aanvangt, kunnen wij weinig gevoelen. Wij kunnen ook niet inzien, welke de grond is, waarom men deze heeft ingevoegd. Wanneer men meent, dat het formulier, wijl dit te uitvoerig is, bekort moet worden, pleit er niets voor dit weer op andere wijze uit te breiden. Men zal eveneens moeten erkennen, dat de responsie zelf met het Heilig Avondmaal weinig heeft uit te staan.
   Dit zelfde geldt ook van het gedeelte der „dankzegging", dat thans volgt. Een aanduiding, dat het aan een andere liturgie ontleend is, ontbreekt. De generale synode zal het dus zelf ontworpen hebben.
   Betreffende dit gedeelte kan allereerst worden opgemerkt, dat de interpunctie vreemd aandoet. Wij menen, dat deze geheel en al veranderd zal moeten worden.
   Ten tweede achten wij de zinsnede, waarmee de dankzegging begint, dat het „betamelijk", „goed" en „passend" is om God dank te zeggen, breedsprakig en overladen, wijl de gebezigde uitdrukkingen vrijwel aan elkaar gelijk zijn.
   Ten derde komt ons de aanduiding, dat het „heilzaam" is om God dank te zeggen, weinig aanbevelenswaardig voor. De dankzegging is tot God gericht en het schijnt ons wel enigszins anthropocentrisch toe (d.w.z., dat de mens in het middelpunt gesteld wordt) om daarin uit te spreken, dat dit dankzeggen „heilzaam" voor ons is.
   Ten vierde houden wij ook de aanspraak: „heilige Here, almachtige Vader, eeuwige God" voor te overladen. Simplex est veri sigillum. „Eenvoud is het kenmerk van het ware".
Ten vijfde is ons niet duidelijk, wat het betekent dat de engelen „door Christus" Gods majesteit loven, de machten God aanbidden, «nz. Daarvoor is toch het verzoenend werk van Christus niet nodig geweest. Doch in welke zin kan dan van de engelen gezegd worden, dat zij „door Christus" de majesteit Gods loven en hetgeen hier verder van de „machten", de „heerschappijen" en de „hemelse heiracharen" gezegd wordt?
   Ten zesde zullen met de hier genoemde , , machten" en „heerschappijen" wel engelenmachten _ bedoeld zijn. Weet dit de gemeente alles zonder meer en was het niet wenselijk geweest dit op duidelijker wijze uit te drukken door b.v. te spreken van „hemelse" machten? In Eph. 6 : 12 worden toch met „machten" boze machten bedoeld. En wat betekent, dal de heerschappijen „door Christus" voor Cod „beven"? Het dunkt ons niet gemakkelijk om voor deze uitspraak een Schriftuuriijke grond aan te wijzen.
   Ten zevende willen wij vragen, wat wij «nder „de hemelen" te verstaan hebben, die met „de hemelse heirscharen" God prijzen. Daarmee zullen, naar ons voorkomt, toch ook schepselen bedoeld zijn, doch de vraag dringt zich aan ons op, of dit dan andere schepselen zijn dan de „hemelse heirscharen" en hoe deze „hemelen" en „hemelse heirscharen" zich dan tot elkander verhouden.
   Ten achtste wordt de bede geuit, dat met de genoemde engelen en engelenmachten „ook onze stemmen zich mogen paren; " waar wij in ootmoed tot U spreken". Van de engelen en engelenmachten wordt gezegd, dat zij „eenparig jubelend" God „prijzen". Van de gemeente, dat zij „in ootmoed spreekt". Wij trekken in twijfel, of het juist is bij dit „jubelend prijzen" en „in ootmoed spreken" van een „zich paren" van onze stemmen met de engelen en engelenmachten te spreken.
   Ten negende kan de vraag worden gesteld, •of ook de engelen en engelenmachten in hun „jubelend prijzen" van God zingen, wat de gemeente uitspreekt: „Heilig, heilig, heilig is God de Here Zebaoth. Vol zijn hemel en aarde van Zijn heerlijkheid. Hosanna in den hoge". In de dankzegging op blz. 31 van het dienstboek zou wellicht nog in twijfel getrokken kunnen worden, of wat door de gemeente wordt gesproken, ook door de engelen wordt gezongen. Doch in de dankzegging „voor Pinksteren" en de dankzegging „voor net Feest van de Drievuldigheid, of ook voor andere Zondagen" op blz. 35 en 36 van het dienstboek wordt dit op een wijze gezegd, die voor geen misverstand vatbaar is. Wij voegen daaraan echter de vraag toe, hoe men weet, dat de engelen en engelenmachten deze lofzang zingen.
   Vermoedelijk zal men willen verwijzen naar Jes. 6 : 1—3. Maar Te. is in deze plaats alleen van Serafs sprake. Dat behalve de Serafs ook andere engelen de in Jes. 6 : 3 genoemde lofzang zingen, staat in de Schrift nergens vermeld. 2e. Luidt de lofzang der Serafs in Jes. 6 : 3 : „Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen, de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol". Aan het feit, dat in het dienstboek van „God de Here Zebaoth" gesproken wordt en derhalve het woord: „God" is ingevoegd, willen wij voorbijgaan, hoewel wij aan een letterlijk citaat de voorkeur zouden geven. Wel willen wij vragen, of voor de gemeente de uitdrukking : „de Here Zebaoth" beter te verstaan is dan: „de Heere der heirscharen". Doch allermeest hebben wij bezwaar er tegen, dat volgens het dienstboek de engelen zingen, dat „hemel en aarde" vol zijn van Gods heerlijkheid en dat daarna nog de woorden volgen: „Hosanna in den hoge".
   Ofschoon uiteraard niet ontkend kan worden, dat ook de hemel vol is van Gods heerlijkheid, wordt van de hemel in de lofzang der Serafs in Jes. 6 : 3 niet gesproken en er is voor ons geen reden om deze lofzang te willen verbeteren of te willen aanvullen. Men houde zich zo nauw mogelijk aan de Heilige Schrift.
   Op dezelfde grond hebben wij ook bezwaar tegen de toevoeging : „Hosanna in den hoge". Deze woorden komen voor in Matth. 21 : 9 en Mark. 11 : 10 en vormen een deel van de jubelkreten der scharen bij de intocht van Christus in Jeruzalem, maar voor de voorstelling van het dienstboek, dat deze woorden door de engelen gezongen zouden worden, ontbreekt elke Schriftuurlijke basis.
   Bovendien stuit de verklaring dezer woorden in de mond der engelen op grote moeilijkheden. Het woord: „Hosanna" betekent oorspronkelijk : „help toch" of „geef toch heil". Dat de engelen een dergelijke bede zouden uiten, is geheel onwaarschijnlijk. Het woord kan ook de betekenis van een lofprijzing hebben, maar ook dan blijven aan het woord moeilijkheden van uitlegkundige aard verbonden, wijl naar de voorstelling van het dienstboek deze lofprijzing door de engelen f71 de hemel gezongen wordt en men zich moeilijk zal kunnen indenken, dat de engelen in de hemel zouden zingen, dat God in de hemel geprezen moet worden.
   Het zal na al deze bezwaren geen nader betoog behoeven, dat naar onze mening de voorgestelde dankzegging geheel dient te vervallen.

(Wordt voortgezet).

Ph. J. Vreugdrnhil

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE STUDIE-COMMISSIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's