De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WOORD EN WEDERWOORD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WOORD EN WEDERWOORD

7 minuten leestijd

   Ds. Krop schrijft nog eens weer over de positie van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk, dd. 24 Januari j.l. Wij willen slechts van wederwoord dienen in hetgeen meer het algemeen kerkelijk belang raakt, om nutteloos geschrijf te voorkomen. Nogmaals Galen", zoals hij het zelf uitdrukt, alsof dit een simpele kwestie van persoon A. of B. ware. Er is hier echter nog wel wat meer in het geding, dat niet zozeer met de positie van de G. B., als wel met de waardering-van zijn streven van doen heeft.
   Daaraan raakt wellicht de derde opmerking van ds. K. Hij vraagt: „Prof. S. zegt, dat de G. B. niet streeft naar de regering der Kerk. Wat dan wel? "
   Wij dachten, dat wij dit nogal duidelijk hadden gezegd; wijzende op het Statuut van de G. B. De verwarring komt overigens van de andere kant. Volgens het betreffende nummer van De Waarheidsvriend werd niet gesproken over het beluisteren van een „G. B.'s prediking", zoals ds. K. verkeerdelijk citeren wil, maar over het beluisteren van „de gereformeerde prediking", zoals verder in datzelfde artikel wordt gesproken van een groep, „die kerkelijk naar de confessie der kerk wenst te leven" en niet van G. B.
   Dit is dunkt ons een aanmerkelijk verschil, want daaruit blijkt, dat de G. B. attendeert op een kerkelijk uitgangspunt, dat voor alle Hervormden behoort te gelden: n. l. te streven naar een prediking en een kerkelijk leven overeenkomstig de confessie der kerk. Door te spreken van een „G. B.'s prediking", zoals ds. K. doet, drukt hij aan het streven van de G. B. een partijstempel op, waardoor de positie van de G. B. scheef wordt voorgesteld.
   Zijn wedervraag kan dat duidelijk aantonen. „Maar de weervraag kan worden gesteld in hoeverre in gemeenten met een G. B. meerderheid deze ruimte aan anderen gegeven wordt". Ook hier weer wordt van „een G. B. meerderheid" gesproken. Dit spraakgebruik werkt vertroebelend en lokt b.v. uit tot een spreekwijze ten opzien van „anderen", als b.v. „nieuwe-koers-meerderheid", om maar iets Ie noemen. Wij menen, dat men zou behoren te gereformeerd zijn, bij de confessie begeren te leven, of een dergelijke uitdrukking, waarbij het kerkelijk uitgangspunt duidelijk wordt.
   Dat heeft uiteraard wat te zeggen aangaande degenen, die dat uitgangspunt niet delen, want die worden daardoor stilzwijgend geconfronteerd aan de gereformeerde belijdenis. En het zou zeer verhelderend zijn, als zij omtrent hun standpunt openlijk rekenschap gaven. Daarbij zouden de rollen precies worden omgekeerd.
Want zie, hoe ds. K. de zaak stelt.
   Hij vraagt: „Of houdt deze weigering verband met het feit, dat in het Hervormd denken van prof. S. de G.B. eigenlijk de enige Hervormde mogelijkheid is.
   Hij doet derhalve, alsof het hier een particuliere aangelegenheid van prof. S. regardeert, n.l. het Hervormde denken van prof. S.
   Ds. K. zou er dus in het geheel niet boos om kunnen worden, als wij van „het Hervormde denken" van ds. K. als van een particuliere aangelegenheid spreken. Klaarblijkelijk vindt hij dat nu het kenmerkende van Hervormd, dat dit een conglomeraat is van particuliere denkmogelijkheden.
   Wij zouden er op willen wijzen, dat het in de kerk niet gaat om denkmogelijkheden of denkmodaliteiten, niet van prof. S., noch van ds. K., noch van iemand anders, maar het gaat om het geloof in de Christus der Schriften en om de prediking van Zijn Evangelie, zoals dat door Zijn gemeente wordt beleefd en beleden. Dat geloof is ongetwijfeld een persoonlijke betrokkenheid op die Christus, maar toch geen particuliere aangelegenheid in de zin van de uitspraak van Frederik de Groote: In mijn rijk kan iedereen op zijn eigen wijze zalig worden, lees: in de Hervormde Kerk kan ieder op zijn eigen wijze zalig worden.
   De weg der zaligheid wordt niet door ons, maar door God bepaald, en die is de gemeenschappelijke weg van allen, die in Christus zijn.
   Wat wil men nu in onze tijd, waarin het ten enenmale ontbreekt aan de kracht om zelfs maar een formulier te concipiëren, dat slechts in de verte zou kunnen evenaren aan de inspiratie en kracht van uitdrukking, welke onze reformatorische formulieren zo bij uitstek kenmerken.
   Welk een getuigenis van ons allerheiligst en algemeen Christelijk geloof en welk een catechese in onze classieke belijdenisgeschriften en liturgische formulieren.
   Over dat geloof gaat het, over het deelgenootschap in dat geloof, zoals dat uitdrukking vond in onze kerkelijke belijdenis, en het is ten enenmale onrecht tegenover de werkelijkheid van dat geloof en miskenning van zijn g^v^otciijKT^ Ki auui, aii als OCH soon Hervormd denken te kwalificeren.
   Wij praten dus maar niet over het „Hervormd denken" van prof. S., of van ds. K., want, als dat denken nieti uit datzelfde geloof opkomt, is het van nul en gener waarde.
   Een kerk, die blijkens de feiten onmachtig is iets voort te brengen dat de geest en de kracht van onze formulieren nabij kan komen, kan zich slechts tot haar eigen schade vermeten die belijdenis niet ernstig te nemen en daaraan de plaats "te ontzeggen, welke haar toekomt.
   Niemand onzer beweert, dat de G. B.'s prediking maatstaf is, maar ook deze zal zich hebben te richten naar de belijdenis, gelijk iedere prediking, want zij is de norma normata, een uitdrukking, die wij vroeger in de „Hervormde Kerk" (toen nog Gereformeerde Kerk) nogal eens aantroffen.
   Ds. K. schrijft verder: „Dit is de verantwoordelijkheid, die op het ogenblik op de G. B. rust, n.l. of zij deze elementen van Jezus-innigheid, bijna mystieke benadering der waarheid en priesterlijke zorg voor het heil der gem.eente, zo positief in het kerkelijk leven zou kunnen indragen, dat ook de prediking der andere modaliteiten er heil-1 zaam door wordt beïnvloed".
   Is dit nu, zo vragen wij, een stukje „Hervormd denken" van ds. K.?
   Wij laten de uitdrukkingswijze voor wat | zij is en trachten de bedoeling te vatten: een bevindelijke prediking, waarin het rein geestelijk karakter des geloofs, de mystieke gemeenschap met de Christus, de pastorale zorg voor de zielen overeenkomstig de Heilige Schrift tot hun recht komen. Deze aan andere „modaliteiten" te leren, daarvoor wordt de G. B. verantwoordelijk gesteld. De andere „modaliteiten" zouden dit dus als een donum superadditum (toegevoegde gave) boven, hetgeen zij hebben of zijn, er bij krijgen. Dat zal echter niet gaan, ds. K., want als zij het bevindelijk geloofsleven zouden verstaan en daaruit prediken, zouden zij het met het geloof der belijdenis eens worden!
   En wat die verantwoordelijkheid aangaat! Gij meent, dat de G. B. daarvoor verantwoordelijk is, doch wij vragen: Is iedere predikant niet geroepen het Woord te bedienen uit een levend geloof en de kudde pastoraal te weiden? En is iedere predikant niet verantwoordelijk voor de gevolgen voor zich zelf en de gemeente, als hij dat niet doet?
   Dit zijn geen kwesties van levensgevoel. Ds. K. spreekt zelfs van een eigen Hervormd levensgevoel! Mogelijk wil dat een aansporing zijn aan een modern vitalisme, maar daaraan liggen toch onderstellingen ten grondslag, die nu niet bepaald uit het Christelijk geloof geboren zijn. Een reden te meer, om niet van levensgevoelens uit te gaan, maar van uit het draagvlak des geloofs, hetwelk de kerk in haar belijdenisgeschriften heeft, om van daaruit de vraagstukken van onze tijd bij het licht der Heilige Schrift onder de ogen te zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WOORD EN WEDERWOORD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's