De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE REVISIE VAN 1619

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE REVISIE VAN 1619

5 minuten leestijd

   Toen de buitenlandse godgeleerden vertrokken waren, bleven de Nederlanders achter om de Synode nog voort te zetten. De verslagen hiervan kunnen we vinden in de z.g. Post- Acta, uitgegeven door dr. H. H. Kuyper. In dit werk vinden we nu ook een nauwkeurig overzicht van de verbeteringen, die de Synode heeft aangebracht. Zij ging daarbij uit van de genoemde uitgave in 1611 in twee talen en raadpleegde andere bekende uitgaven.
   Bijna alle wijzigingen, die de Synode in de Confessie aanbracht, zijn ontleend aan vroegere uitgaven en vertalingen, of dienen om de Hollandse en Franse tekst met elkander in overeenstemming te brengen. Het klein getal verbeteringen van de Dordtse Synode zelf afkomstig, laat zich tot vier groepen terugbrengen. Vooreerst heeft de Synode op het voetspoor van de Zeeuwsci uitgave van 1611 de aangehaalde Schriftuurplaatscn verbeterd naar de oorspronkelijke tekst. Ten tweede heeft de Synode de taal verbeterd, door vreemde woorden als discretie, crediet enz. te vervangen door Hollandse uitdrukkingen en verouderde woorden te vervangen. Ten derde heeft de Synode enkele minder juiste of. te sterke uitdrukkingen, of uitdrukkingen, die tot misverstand aanleiding konden geven, veranderd of aangevuld.
   In art. 9 staat: Het is wel waar, dat Hij daar niet zegt, hoeveel Personen er zijn ; maar hetgeen voor ons wat duister is in het Oude Testament, is zeer klaar in het Nieuwe. Hierin is het woordje wat door de Synode toegevoegd.
   In art. 13 staat: hoewel nochtans God noch auteur is, noch schuld heeft van de zonde, die daar geschiedt.
   De onderstreepte woorden zijn in de plaats gekomen van: het kwaad dat er.
   In art. 14 werd gezegd, dat de mens geen goed kan doen uit zichzelf, inplaats van al wat hij wil, wat er eerst stond.
   In art. 19 staat: En hoewel Hij aan dezelve door Zijne verrijzenis onsterfelijkheid gegeven heeft, nochtans heeft Hij de waarheid Zijner menselijke natuur niet veranderd, dewijl onze zaligheid en verrijzenis mede hangen aan de waarheid Zijns lichaams. Hierin is het woordje mede ingevoegd.
   Door deze wijzigingen werd de inhoud der belijdenis niet gewijzigd.
   De veranderingen van de meeste betekenis zijn tenslotte de volgende..
   In art. 1 werd onder de deugden Gods de almacht opgenomen.
   In art. 8 werden enige verbeteringen aangebracht.
   Zo geloven wij in een enigen God (voor in een God alleen) die een enig wezen is, in hetwelk zijn drie personen (bijgevoegd), inderdaad en waarheid en van eeuwigheid onderscheiden (in drie personen werd weggelaten) , naar hare onmededeelbare eigenschappen (voor: elk hare bijzondere eigenschappen hebbende) deze personen zo (voor alzo) onderscheiden, zijn niet gedeeld (noch ook ineen gesmolten werd weggelaten), noch ook onder een (werd ingevoegd) vermengd.
Ook in art. 19 werden nog dergelijke veranderingen aangebracht.
   Al deze veranderingen hebben echter meer een zuiverder formulering ten doel, dan dal er een verandering in het dogma zelf mee was bedoeld.
   Uit de feitelijke gegevens blijkt, dat Voetius gelijk had, toen hij antwoordde op de vraag, of de Confessie veranderd was op de Dordtse Synode: Wij ontkennen dat er enige verandering geschied is in de inhoud der Confessie, hetzij door toevoeging van nieuwe, hetzij door weglating van bestaande, hetzij door in de plaatsstelling van andere leerstellingen.
   Als de Drentse afgevaardigden thuis komen, dan rapporteren zij, dat de Confessie niet veranderd is. Zij wisten natuurlijk, dat de tekst verbeterd was, maar de inhoud was naar hun gevoelen gelijk gebleven. Ook zij bevestigen de mening van Voetius.
   Wij moeten nu nog even de aandacht vestigen op de onjuistheid van het sprookje, als zou de Dordtse Synode besloten liebben elke drie jaar de Confessie te herzien. Vooreerst is dit besluit niet genomen en dus daarom al onjuist. Voorts zou dit in lijnrechte strijd zijn geweest met de opvattingen der Contra- Remonstranten, die ik in deze serie artikelen heb weergegeven. Een en andermaal is nadrukkelijk gebleken, dat zij geen verandering in de leer wensten. Ten overvloede moge ik hier nog wijzen op de volgende zinsnede uit de sententie tegen de Remonstranten, vastgesteld op de Dordtse Synode en te vinden bij Van Toorenenbergen: Daarenboven vermaant deze Eerwaardige Synodus ernstiglijk alle kerkelijke vergaderingen, dkt zij naarstige wacht houden over de kudden', die haar bevolen zijn; dat zij in tijds zich stellen tegen alle nieuwigheden, die in dë kerk zouden mogen oprijzen, en die als onkruid uit den akker des Heeren uitroeien ; dat zij goede acht nemen op de scholen en de leeraren in dezelve, opdat uit bijzondere gevoelens en kwade meningen, die de jeugd zouden mogen ingeplant worden, niet wederom enig verderf voor de Kerk en de Republiek veroorzaakt worde.
   Het komt me voor, dat in de tegenwoordige tijd de kans op revisie 'niet groot is. Men laat tegenwoordig zulke oude stukken, al is men het er niet mee eens, liever onveranderd. Maar zou men tot revisie willen overgaan, dan is het wel duidelijk geworden, dat men dan conform de Kerk der Vaderen zou moeten beginnen te verlangen, dat degenen, die hierover te beslissen hebben, de formulieren zouden moeten ondertekenen. Alleen zij, die hiertoe bereid zijn, hebben, in deze lijn het recht tot revisie mede te werken. En. voorts zou alleen op grond van de H. Schrift tot revisie besloten mogen worden. Alleen, indien een eventuele revisie aan deze eisen zou beantwoorden, zou deze onzerzijds aanvaard kunnen worden. Het behoeft wel geen betoog, dat in de huidige kerkelijke situatie de kansen hierop gering zijn.
   Het ligt meer in de lijn der tegenwoordige; geestesgesteldheid te trachten nieuwe belijdenisgeschriften aan de oude toe te voegen en op deze wijze nieuwe leerstellingen ingang te doen vinden. Het is daarom van het grootste belang, dat onzerzijds alle min of meer officiële uitspraken terdege onder de loupe worden genomen en zo daar zaken in Worden gesteld, die meewerken tot verandering of verduistering der aangenomen leer in onze drie formulieren, dat dan daartegen ernstig bezwaar moet worden ingebracht op, grond van de Schrift. Niet alleen in de officiële vergaderingen der Kerk moeten dan deze bezwaren worden ingebracht, maar ook het eenvoudige kerkvolk moet dan worden voorge­licht!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE REVISIE VAN 1619

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's