De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

1d. GROTE BEGRAFENISSEN

7 minuten leestijd

   Wanneer wij jaren lang in het ambt mochten staan, beleven wij niet zo dikwijls nog iets nieuws. Het zijn meestal dezelfde verschijnselen, die wij tegenkomen, al uit men zich in het Oosten des lands weer anders dan in het Westen.
   Toch heb ik als hulpprediker in een grote kerkse Gemeente nog wel het een en ander meegemaakt, dat mijn aandacht trok.
   De oorlog had mij namelijk opgehouden in het Oosten. De invasie was bij Arnhem tijdelijk vastgelopen en ik kon niet terug naar Rotterdam. De Kerkeraad van een zekere Gemeente had dit vernomen en vroeg mij of ik lust had, hen wat te komen helpen. Er was één vacature en één predikant was ongeneeslijk ziek. Nu, ik had lust; ben er heengegaan en werd bij vrienden al die maanden gastvrij in huis genomen. En dat zei wat in die tijd!
   Het huis was voor een deel door de Duitsers bezet. In een bovenkamer, aan de ene zijde van de gang huisde een „Oberscharführer" ; (hij had zo'n soort van kaart op de deur met grote letters, vandaar mijn wetenschap). In een kamer aan de andere zijde van de gang woonde een Hollandse dominee. Zo iets vergeet men nooit. En evenmin het heugelijk feit van vertrek van genoemde Duitser en hoe dominee daarna die mooie kamer kreeg, terwijl die betiteling op de deur nog een poosje gehandhaafd bleef. O ironie der omstandigheden!
   Wij hebben daar enige maanden lief en leed met de Gemeente gedeeld.
   Wij hebben de bange harteklop des volks daar gevoeld, wanneer er gijzelaars bedreigd werden met de dood. Wij hebben ons mee verheugd wanneer die ramp werd afgewend.
   Wat heeft mijn trouwe gastheer gepleit voor het leven van zijn volk, soms uren aaneen, daar boven in die kamer met dat griezelige bordje op de deur. Want daar zat een jonge man van een goede twintig, die met zijn kornuiten, onder het genot van een hoeveelheid cognac (en welk een hoeveelheid !) meende te kunnen beschikken over leven en dood van onze vaderlandse mannen.
   Maar dan zat hij toch even te kijken, wanneer hem onder het oog werd gebracht, dat die zogenaamde moordaanslag op een Duitse schildwacht (waarvoor gijzelaars waren gegrepen) niets anders geweest kon zijn, dan een schot, gelost door een van zijn eigen dronken soldaten. Alles wees er immers op.
   Ik ben dankbaar, dat ik die tijd heb meegemaakt.
   Onvergetelijk was ook die Zondagmorgen! Juist had ik mijn tekst afgelezen: Matth. 12 vers 46-50. De woorden waren pas over mijn lippen: „Gemeente, ik wens u vanmorgen te spreken over: „een gestoorde predikatie".
   Daar zie ik enige beweging onder de kansel. Meteen komt de koster de trappen van de preekstoel op en fluistert mij in het oor: „dominee, daar komt een bericht binnen, dat de Duitsers de kerken gaan omsingelen voor een razzia."
   (Gij moet namelijk weten, dat het met de waarschuwingsdienst in die plaats tip-top in orde was;  men rook als het ware de vijand).
   Het was doodstil in de kerk, want ieder voelde, dat het om iets bijzonders ging. Toen heb ik gezegd: „Gemeente, de predikatie wordt al gestoord. Ik geloof, dat het beter is, dat de mannen kalm heen gaan. Er zijn deuren genoeg. Gij begrijpt mij wel!"
   En nu volgde er een prachtgezicht: Ineens, als werden zij door één bevel opgecommandeerd, gleden de mannen, en het waren er heel wat, lenig, zonder rumoer uit de banken en van de galerijen en verdwenen in een ommezien naar buiten in de „heerlijke" straatjes en krommende steegjes, waaraan het stedeke zo rijk is. Die kunst verstonden zij prachtig. De Duitsers hadden hen voor het nakijken.
   De razzia kwam wat later op de dag, maar de vogels waren al lang gevlogen.
   Wat vindt men toch in zulke tijden elkander op het hart gebonden. Ik heb die Gemeente daar leren waarderen om hare gulheid en bewogenheid met het lot der hongerende westerlingen. Ze kwamen niet gauw los, maar als dat ook gebeurde, dan gebeurde het goed.
   Onvergetelijk blijft mij ook dat beschikbaar stellen van levensmiddelen na een opwekking van de kansel, om te willen helpen in de nood. Wij hadden namelijk in verbinding met een collega van een andere kerk een flinke vrachtauto kunnen verkrijgen, om levensmiddelen te brengen naar Rotterdam.
   De Algemene Bevrachtings-Dienst in Almelo was ons hierbij zeer terwille en wij besloten nu (collega en ik) om een en ander zelf weg te brengen, dat wil zeggen: mee te gaan. Wij wilden zoveel mogelijk gewaarborgd zien, dat alles goed overkwam.
   Nu was het wachten op wat de Gemeente doen zou. Ik had bekend gemaakt, dat men de levensmiddelen kon bezorgen bij de dokter aan huis van Maandag tot Woensdagmiddag twaalf uur. Het werd Maandag. De morgen ging voorbij en er kwam.... bijna niets.
   Mijn gastvrouw merkte lachend op: „U kent het volk hier nog niet, dominee; ze komen wel, maar ze haasten zich niet".
   En inderdaad: zó was het! Tegen de avond begonnen enkelen te komen, die expres het duister hadden afgewacht, en nu hunne ge­schenken afdroegen.
   Er kwam onder anderen een vrouwtje, dat er nota bene! vergeving voor vroeg, omdat zij niet meer te geven had dan een vierpondertje roggebrood. Alsof dat niet meer dan goud was voor hongerend Rotterdam!
   Dinsdag liep het wat drukker met het aanbrengen van gaven. 's Avonds kwam er zelfs veel.
   Maar Woensdagmorgen! Neen, toen liepen zij niet; maar toen liep het. Naarmate de klok hoe langer hoe meer de twaalf uren naderde, stroomde het van twee kanten, voor en achter het huis binnen. Vele handen vonden werk.
   Des dokters dappere ega, voor geen klein geruchtje vervaard, zette hulptroepen aan de arbeid, om alles te sorteren en ordelijk neer te leggen. Haar aangezicht straalde letterlijk van opgetogenheid en telkens was het weer: „Wat zegt u wel van onze mensen?"
   Het werden tijden van grote ontroering. In zulke dagen leert men een Gemeente waarderen en ik ben overtuigd, dat het bij velen het leven des geloofs was, dat zich hier in de vruchten openbaarde.
   Evenzeer inzake de liefderijke ontvangst en verzorging van kinderen uit het Westen. Wij behoefden waarlijk niet lang te zoeken naar een onderdak voor hen.
   Ja, zo waren zij, in dit opzicht, deze Gemeenteleden!
   En in ander opzicht? Och, laat mij hier vooral de nodige voorzichtigheid in het schrijven betrachten. Ik las één dezer dagen een stukje van een predikant, die een paar jaar in het ambt staat, over zijn ervaringen inzake Avondmaalsopvattingen. 't Is niet mijn bedoeling, van de inhoud er van iets te zeggen; wel wreef ik even de ogen uit en dacht: Twee jaar dominee en dan al ervaringen, zó belangrijk, dat men zelfs de pen er voor opneemt. Daar hadden wij vroeger toch een jaar of wat meer voor nodig. Maar 't is waar : „andere tijden, andere zeden!"
   Verbeeldt u, dat iemand éénmaal of tweemaal in een Gemeente preken zou en dan al ging zeggen : „Zó is die Gemeente!"
   Mijn ervaring is (als ik dan ook van ervaring mag spreken): Men moet eerst de gemeente ziel begrijpen, vóór men een Gemeente zelf beoordelen kan. En daarvoor is in elk geval tijd nodig. Hiermee zijn dan verkeerde gewoonten, gebruiken of misbruiken geen ogenblik goed gepraat.
   Vergun mij deze lange uitwijding voor ik aan mijn onderwerp begon.

(Wordt vervolgd).

K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's