De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NOG EENS WEER: „HARDEGARIJP"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NOG EENS WEER: „HARDEGARIJP"

5 minuten leestijd

Een onzer predikanten schrijft ons :

   Enige weken geleden verscheen in ons blad een beschouwing over de geruchtmakende kwestie „Hardegarijp". Nog steeds wachten we met een zekere spanning op de toegezegde brochure, waarin — naar schijnt beloofd te zijn — enkele verhelderingen zullen geboden worden, o.m. een aanvulling van het manco, dat prof. Van Niftrik in zijn Utrechtse rede wèl de Christelijke School, doch niet de Openbare critiseerde.
   Inmiddels verscheen in het Christelijk Schoolblad „Onze Vacatures" een hoofdartikel, dat om meer dan één reden de aandacht verdient. In het nummer van 24 Januari kunt u het vinden. „Met grote bezorgdheid" staat er boven. De heer De R. plaatst hierin met scherpe klaarheid een reeks opmerkingen, geestig soms en steeds recht op de zaak af, die naar wij hopen, tot nadere bezinning mogen drijven.
   
   Schrijver begint met te verklaren, dat hij van heler harte „de nieuwe koers" in de Hervormde Kerk is toegedaan. Dankbaar ziet hij de oude volkskerk de weg terug zoeken naar een Bijbelse belijdenis. Daarom juist bedroeft het hem, dat de Herv. Raad voor Kerk en School (welks bestaan hij toejuicht) zo eenzijdig is samengesteld, zo vaag is in zijn woorden en zo weifelend ten aanzien van de Christelijke School. Hij (n. 1. deze Raad) draaft voort als Baron von Münchhausen op een half paard, zodat enthousiaste volgelingen van de eerste jaren zich in teleurstelling of verwarring afwenden. Hierdoor wordt de reformatie van de Hervormde Kerk deerlijk en, ten diepste geschaad.
  
   De Raad, die tot en over de school wil spreken „uit het Evangelie en uit het Evangelie alleen" (een concrete omschrijving van wat hieronder verstaan wordt, dient gegeven te worden!), zegt, dat de Kerk niet onvoorwaardelijk voor de Christelijke School kan kiezen, „zich niet op één schooltype kan vastleggen". In abstracto acht De R. dit juist. „De Kerk is nu eenmaal van een andere, een hogere orde dan de school". Er kunnen zich trouwens (ook wij hebben daarop reeds de aandacht gevestigd) gevallen voordoen, dat in een geheel orthodoxe dorpsgemeenschap een gemeenteschool practisch een Christelijke is.

   Dat de Raad critisch staat t.o. de christelijkheid van de school met de Bijbel, acht De R. voorts heilzaam. Fundamentele bezinning inzake didactiek, leerstof, leuzen en organisatie is dringend geboden, want „de anthropologie en psychologie van onze school zijn doortrokken van de antieke wijsbegeerte".
   Geestig is de opmerking dat honderden predik- en andere heren vuurbenauwd zijn voor de tale Kanaans (die toch zo kwaad niet is), doch onbekommerd spreken zij de taal van Griekenland (echter een dodelijk gif). „Bevriende biologen vertellen me uitertreure dat wat er op de christelijke school aan biologie onderwezen wordt (voorzover zij dit uit de boekjes kunnen nagaan) van zeer onchristelijke makelij is. Zelf heb ik deze jaren uit en te na betoogd, dat ons traditionele geschiedenisonderwijs stikt van het heidendom" ! Een fundamentele bezinning zal dan ook aan het licht brengen, hoe er nog zeer veel uiterst problematische kwesties schuilen
   Als een paal boven water staat evenwel één ding : onze school is een school met de Bijbel. Heeft Van Niftrik zelf indertijd (1947) niet geschreven over de chr. school als die, waar „het gaat om de Verkondiging" ; waar Christus erkend wordt als de Heiland en Verzoener ; waar het onder de Bijbelvertaling, soms. Kerk kan zijn" ? Geldt dit nu ineens niet meer ?

   Bijbelles is — onder bepaalde omstandigheden —- ook op de openbare school mogelijk ; doch de Kerk kan zich door de staat onmogelijk beperkende bepalingen laten opleggen. „Bovendien, op de openbare school mogen duizenden doopleden van de Herv. Kerk gaan, de school zelf is grotendeels in handen van onderwijzers die grotendeels de ontkerstening van Nederland beschouwen als een vooruitgang van de cultuur en de herkerstening als een terugval in de achterlijkheid zien. In handen van atheïsten en nog niet eens altijd atheïsten van de beste soort. Waarvan de Kerk niets te verwachten heeft. (Dat wij hier mee schuldig staan door onze ongelukkige politiek van Verelendung der openbare school doet aan deze feitelijkheid zelf niets af.)"

   Zo, aldus De R. is de concrete situatie op de chr. school en die op de openbare school. „En nu is ieder vrij de christelijke school een noodwoning te vinden, en te „gruwen van de neutrale staat en van zijn school" en met Van Ruler hele theocratische gemenebesten aan de horizon te zien oprijzen, op 't ogenblik verandert de concrete situatie daarmee niet. Derhalve mogen wij van Synode en Raad verwachten en vergen dat zij zich in 't algemeen verklaart vóór de Chr. School". We herinneren aan een opmerking van de heer De Zeeuw, onlangs in ons blad geplaatst, dat het voorkeur verdient consequent (in de lijn derhistorie) te spreken van „School met de Bijbel".

   Nadat De R. zijn leedwezen uitgesproken heeft over het feit, dat de Raad, die zegt niet te kunnen kiezen, al meermalen „een onverholen voorkeur voor de openbare school aan de dag heeft gelegd", constateert hij : „Al vier jaar is de leus aangeheven Kuypers „Niet de school der christelijkheden, maar de School van Christus". Maar wat faeeft de Raad in al die tijd gedaan om dat woord waar te mamaken ? Er inhoud en gestalte aan te geven ? Bedroefd weinig. En niet positiefs".
   Wij hopen van harte, juist omdat „de Kerk mede verantwoordelijk is voor de opvoeding van en het onderwijs aan de jeugd van het gehele volk in gezin en school, opdat ook daarin de gehoorzaamheid aan Gods geboden gestalte krijge" (Kerkorde art. IX, lid 2) en er voor Kerk en school alles van afhangt, hoe deze geconcretiseerd wordt, dat deze stem moge doorklinken, opdat veler bezorgdheid worde weggenomen.
   Daartoe is gewenst, dat men niet te vlot spreke van „de Hervormde visie" op de school, want het kon wel eens blijken, dat het overgrote deel der Hervormden de door de Raad voorgedragen inzichten niet deelt. De heer De R. merkt in zijn artikel snedig op, dat niemand toch zal durven beweren, dat alleen een stroming het juiste inzicht heeft gepacht.
   Alle voorbarig spreken en schrijven is tot schade van Kerk en School beide.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NOG EENS WEER: „HARDEGARIJP"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's