De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dr. A. SZEKERES

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. A. SZEKERES

4 minuten leestijd

Van een belangrijk proefschrift merkwaardige promotie. «re een

   Zoals de dagbladen hebben vermeld, promoveerde Donderdag 7 Febr. te Utrecht tot doctor in de theologie de heer A. Szekeres op een proefschrift „De structuur van Emil Brunners theologie". Promotor was prof. dr. J. Severijn.
   Dr. Attila Szekeres werd 3 April 1923 te Sarkad, in Hongarije, (nabij de Roemeense grens) geboren en 1942 als student ingeschreven te Debrecen, „het calvinistische Rome", alwaar hij theologie studeerde onder prof. Kallay en filosofie onder prof. Tankó, bij welke hij in 1945 zelfs assistent werd. Na zijn theol. candidaatsexamen met de hoogste graad (eminent) afgelegd te hebben werd hij door de Hervormde bisschop van Debrecen toegelaten tot de bediening van Woord en Sacramenten in de Hong. Gereformeerde Kerk. Op advies van prof. Kallay, die zelf destijds ook te Utrecht studeerde, werd de cand. Szekeres door het curatorium van het Stipendium Bernardinum in de gelegenheid gesteld om zijn studie te Utrecht te komen voortzetten.
   Onze lezers zullen zich afvragen, wat dat Stipendium Bernardinum eigenlijk is. Het dateert uit de 18de eeuw en is gesticht door Daniël Bernard. Deze Bernard (geb. 1676 te Frankenthal in de Pfaltz) had wel theologie gestudeerd te Heidelberg, doch in plaats van predikant te worden in zijn vaderland, begaf hij zich naar Holland en vandaar naar Indië, waar hij gouverneur aan de kust van Coromandel werd en huwde met de dochter van de bekende Leydecker (de vertaler van de Bijbel in het Maleis). Terug in Holland voerde hij de titel van „Heer van Nieuw Heivoet en de Quack". Bij zijn dood in 1761 bleek zijn testament de bepaling te bevatten, dat hij gelde ter beschikking had gesteld om begaafde studenten uit de Pfaltz en uit Hongarije in staat te stellen in Utrecht theologie te studeren. Dit Stipendium heeft dus een belangrijke oecumenische functie vervuld gedurende bijna 2 eeuwen en de band van de Hongaarse Geref. Kerk met ons vaderland ongemeen versterkt.
   Het heeft dr. Szekeres niet alleen in staat gesteld om 5 jaren in Utrecht te studeren doch ook om aldaar te promoveren, uit dankbaarheid waarvoor de jonge doctor zijn proefschrift dan ook opgedragen heeft aan het curatorium van dit Stipendium.
   Uit zijn dissertatie blijkt niet alleen, dat dr. Szekeres theologisch en wijsgerig geschoold is („goed gewerkt heeft", aldus zijn promotor), doch ook dat hij een principieel gereformeerd theoloog is, zodat wij de wens van prei Severijn verstaan, dat hij op enkele punten, die uiteraard in deze studie slechts kort konden worden aangestipt, later nog eens dieper zal ingaan : b.v. de betekenis van het „wonder" bij Brunner ; het ervaringsprincipe enz. Deze studie is, naar prof. Severijn verder op merkte, een waardevolle gids voor wie de weg' in het omvangrijke oeuvre van Brunner nog niet kent en hier wegwijs wil worden.
   Bij alle waardering vooi) Brunners imposante poging om een nieuwe theologie op bouwen, toont dr. Szekeres aan, dat Brunners .anthropologisch denken hem verhindert om tot een bijbels openbaringsbegrip te komen, „en zo komt het, dat hij ondanks het meest oprechte streven om het Evangelie van Jezus Christus te vertolken, tussen humanistische filosofie en de Bijbel blijft zweven". Wat hij biedt is tenslotte „een indrukwekkende vorm van een christelijk humanisme". In zijn eerste stelling verklaart dr. S. trouwens : „Christelijke filosofie is een synthese van natuur en genade, die slechts binnen het Rooms-Katholicisme een legitieme plaats kan innemen".
   Brunner, die zo felle critiek op de 19de eeuwse theologie heeft geoefend, verschilt fundamenteel feitelijk niet van haar, omdat hij
1. een speculatief uitgangspunt koos.
2. een radicale bijbelcritiek oefent (zo verwerpt hij de maagdelijke geboorte, de erfzonde, de hemelvaart van Christus en leert hij een z.g. actualistische uitverkiezingsleer).
3. zijn theologie slechts een reeks van piëtistische speculaties is, gebaseerd op een algemeen religieus gevoel (verg. de leer van het aanknopingspunt).

   Wat dit laatste betreft : deze leer „laat ook geen plaats over voor een radicale vernieuwing door het wonder van de Heilige Geest, daarom is deze leer naar onze mening een synergistische dwaling" (pag. 59).
   In Brunners conceptie zien we een streven, dat reeds bij Melanchton begon, om het humanisme met het christelijk geloof te versoenen".
   Brunners verzoening is echter ten gunste van het humanisme uitgevallen (95).
   Een studie, die onze theologen hartelijk aanbevolen wordt. Het is gedrukt bij H. J. Smits, Oude Gracht 231, Utrecht.
   Een treffend moment was nog, dat bij de aanvang van de| receptie een der paranymphen, ds. J. Kerekes, dr. Szekeres in het Hongaars gelukwenste, waarna de aanwezige Hongaarse dames en heren het Hongaarse volkslied zongen. De jonge doctor was in Hongaars gewaad gekleed. Onze oprechte gelukwens !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Dr. A. SZEKERES

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's