AAN DOVEMANSDEUR
„We moeten het harde feit recht in de ogen zien, dat een taai wantrouwen tegen de leiding der kerk diep wortel heeft geschoten". Dit wantrouwen kan alleen worden weggenomen, .„wanneer de synode inzake de belijdenis een besliste en voor allen bindende uitspraak doet". Aldus ds H. G. Groenewoud in het Hervormd Weekblad de Gereformeerde Kerk" van 31 Jan. j.l. Verder zegt ds G. dat er „onzerzijds (door ds G. en zijn geestverwanten, G.S.S.) voortdurend op is gewezen dat onzekerheid inzake de belijdenis een verhindering voor het Hervormd kerkelijk werk betekent." Nog citeer ik ds G. : „Ik ben er van overtuigd, dat men bereid is met de kerkorde in zee te gaan, het richtingsgesprek te voeren, geduld te hebben met de vrijzinnigen, kortom, allerlei reserves te laten varen, als men eerst maar duidelijk weet, waar volgens de synode der kerk niet meer van modaliteit, maar van dwaling gesproken moet worden".
Gaarne wil ik ds G. bijvallen, maar hem tegelijk zeggen dat hij tevergeefs aan de deur der synode klopt. Wat ds G., en duizenden Hervormden met hem, wel zouden willen, gebeurt niet. Ik zelf heb ook lange tijd het optimisme van ds G. gedeeld. Maar ik kan het nu niet meer. Ik laat de mogelijkheid dat de door hem bedoelde bindende uitspraak inzake de belijdenis komt, niet meer open. Wie de principes van de leidinggevende figuren onaer kerk — zoals die openbaar worden in artikelen en geschriften — op hun mérites onderzoekt, zal altijd op teleurstelling moeten Tekenen, als hij zich geroepen voelt zijn protest en verweer daartegen te moeten laten horen. De bovendrijvende stroming in de kerk heeft zich zó radicaal gedistantieerd van de gereformeerde belijdenis onzer kerk, dat het schier hopeloos is met de vertegenwoordigers dezer stroming een gesprek over die belijdenis aan de gang te krijgen, laat staan te voeren. Let wèl : niet een „gesprek", waarbij men heerschappij voert over de confessie, maar omgekeerd : een gesprek, waarbij men van meet aan er diep van doordrongen is dat de belijdenis de uitdrukking is van wat de kerk ten tijde der Reformatie geloofde en beleed in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift. En als zodanig ook nu bindend gezag heeft. Anders wordt het resultaat: een bundeling van meningen over de inhoud van de belijdenis, inplaats van een „der waarheid getuigenis geven" (Joh. 5 : 33 ; 18:37).
Wanneer men vraagt naar wezen en functie van de belijdenis der vaderen in het belijden der Ned. Hervormde Kerk onder de nieuwe kerkorde, dan krijgt men ten langen leste een antwoord zó verward en zó troebel dat men er, met veel goede wil om te verstaan, niet het minste houvast aan heeft ^). Eigenlijk is dit niet te verwonderen. Men weet in onze tijd geen raad meer met de gereformeerde belijdenisgeschriften onzer kerk. Want achter de kwestie van het al of niet betrouwbare dezer geschriften ligt de kwestie van onze houding tegenover de| Heilige Schrift, ligt het probleem van het Schriftgezag.
„Er is in kerk en theologie tegenwoordig een neiging, om daarover te handelen, zonder op de bijbel als formele gezagsinstantie in te gaan. De formele autoriteitsvragen Iaat men als onvruchtbaar (let wel: als onvruchtbaar!, G.S.S.) liefst liggen. En men spreekt liever over de inhoud van de bijbel. In de ontvouwing van deze inhoud zal de evidentie (klaarblijkelijkheid) van zijn waarheid vanzelf aan de dag treden. De Godskennis, welke er uit opstraalt, heeft overmacht! over het hart en de geest van de mens". Aldus dr A. A. van Ruler in zijn proefschrift „De Vervulling der Wet", 1947, blz. 13 ; vergelijk „Fundamenten en Perspectieven van belijden", waar met andere woorden hetzelfde gezegd wordt, blz. 14. Op een andere plaats lezen we in genoemd proefschrift : „Hoe kan de dogmatiek waarheid putten uit de bijbel, waarvan de éénheid door de exegetische en de bijbels-theologische wetenschap met haar historisch-kritische en godsdiensthistorische methoden op een grondige wijze is aangevochten ? " (blz. 297). Ja, hoe kan dat ? Daarom blijft het gesprek over de belijdenis een vruchteloos werk. Zolang de zoeven genoemde zaak niet tot klaarheid is gebracht, zolang een dienaar des Woords (let wel : een dienaar !) kan zeggen : op grond van wat ik over de bijbel en zijn inhoud denk, denk ik zo en zo over Jezus Christus en Zijn Evangelie, komen we in onze kerk geen stap, maar dan ook geen stap verder. Dan wordt het grondprobleem onzer kerk niet opgelost, hoeveel moeite men ook doet om de verschillende modaliteiten tot een gemeenschappelijk belijden te bekwamen.
Daarom ontbreekt het onze tijd ook „ten enenmale aan de kracht om zelfs maar een formulier op te stellen, dat slechts in de verte zou kunnen evenaren aan de inspiratie en kracht van uitdrukking, welke onze reformatorische formulieren zo bij uitstek kenmerken" (prof. dr J. Severijn in het nummer van 31 Jan. j.l).
Het is een niet te weerspreken feit, dat de z.g. midden-orthodoxie in onze kerk haar aangezicht gericht heeft naar links en dat zij zodoende met haar rug naar rechts is komen te staan. O.a. is dit duidelijk gebleken bij de behandeling van de kerkorde. Toen is ruimte gelaten voor en gegeven aan de desiderata (wensen) van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden (Officieel Orgaan van 9 Dec. '50). Zulk een compromis enerzijds-en andersoortige anti-reformatorische infiltratie in het leven der kerk anderzijds drijven onze kerk als Hervormde Gereformeerde kerk in de crisis. Van deze crisis is die der midden-orthodoxie een phase, zij het dan een zeer belangrijke phase. Waarbij dan onder de andersoortige anti-reformatorische infiltratie verstaan moet worden : de langzame doordringing van die stroming in het leven onzer kerk, die, zo niet in theorie, maar dan toch wel in de practijk de Reformatie der 16de eeuw als een vergissing beschouwt en over de Hervorming héén tracht terug te grijpen naar de éne ongedeelde kerk.
Nogmaals, hoe zou de synode van zulk een verdeelde kerk een besliste en voor allen bindende uitspraak inzake de belijdenis, t.w. de „Drie Formulieren van Enigheid", kunnen doen ? Dat kan immers niet. Daarom spreekt ds G. in „de Gereformeerde Kerk" voor dovemansoren. Hij klopt aan dovemansdeur. Voor de zoveelste keer !
*) Zie het Officieel Orgaan onzer kerk van 1 Sept. j.l.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's