HARDERWIJK
De Evangelisatie en de verkiezingen
Van de zijde der Herv. Evangelisatie te Harderwijk werd het volgende schrijven gericht aan de kerkeraad :
„Uw schrijven van 26 dezer heeft ons, evenals uw artikel in de Herv. Kerkbode dd. 4-l-'52 onaangenaam getroffen.
Wij herinneren u aan uw mededeling aan de Gemeente in de Kerkbode van 7-9-'51, handelend over de op-handen-zijnde verkiezing (Gemeente-Kerkeraad). Het door u ingenomen standpunt (zonder enige aandrang onzerzijds) verblijdde ons zeer, en kwam geheel met onze opvatting overeen. Daarop volgde de klacht van de heer Pot aangaande de kiezerslijst, mede ten gevolge waarvan ook onze begunstigers van de lijst werden afgevoerd.
Dat wij hierover een scheidsrechterlijke beslissing van de in de Kerkorde aangewezen instantie gevraagd hebben, mag door u niet als een onvriendelijke daad worden beschouwd, en is niet bedoeld als een „aaniklacht" tegen de Kerkeraad.
Dat de uitspraak van de Provinciale Commissie voor Bezwaren en Geschillen, gevolgd door die van de Algemene Commissie, voor ons gunstig, doch voor een ander deel der lidmaten ongunstig uitviel, ligt geheel voor rekening van genoemde commissies.
Het heeft ons daarom verdriet gedaan, dat u thans meent in bovengenoemde brief ons op wereldgelijkvormige wijze te moeten dreigen in een toon, die onder broeders van hetzelfde huis niet betaamt. Een broederlijke en openhartige bespreking ware beter op haar plaats geweest.
Nu wij door de gang der gebeurtenissen het recht en de macht ontvangen hebben, om door deelname aan deze stemming "een doorslaggevende invloed uit te oefenen, willen wij "van dit recht en van deze macht ter wille van de vrede in de gemeente geen gebruik maken. Wij zullen aan de begunstigers onzer Stichting het dringend advies geven, zich van deze stemming te onthouden.
Zoals reeds bij de tekening van de overeenkomst door ons uitdrukkelijk werd opgeïnerkt, moet het hierbij blijven ; het is namelijk juridisch onmogelijk, de begunstigers individueel te dwingen.
Wij zullen het zeer op prijs stellen, indien de door uw kerkbodeartikel dd. 4-l-'52 veroorzaakte scheve voorstelling van zaken, als zou de Evangelisatie de schuld dragen van deze strubbelingen rondom de kiezerslijst, in uw orgaan zal worden rechtgezet.
Tenslotte verzoeken wij u voor volgende gevallen, langs de weg van het gesprek tijdig en openhartig uw standpunt aan ons mede te delen, zodat onaangenaamheden, die de goede verstandhouding zouden bedreigen, kunnen worden voorkomen".
Wij willen op dit schrijven een paar losse opmerkingen laten volgen :
Dit schrijven werd overhandigd tijdens een samenspreking tussen commissies van kerkeraad en evangelisatie, die op verzoek der laatste vorige week Donderdag werd gehouden.
Op deze vergadering werd datgene bespro ken, wat in de boven afgedrukte brief ter sprake wordt gebracht.
Namens de kerkeraad werd erkend dat een samenspreking inderdaad beter geweest zou zijn dan een schrijven, maar aan het laatste was de voorkeur gegeven, omdat de kerkeraad na drie maanden onverkwikkelijke vertraging, snel wilde handelen om eindelijk de verkiezingen zo spoedig mogelijk te kunnen houden.
Ook werd duidelijk gemaakt, dat de kerkeraad niet bedoeld had een hatelijke dreigbrief te zenden.
De kerkeraad heeft geen „Koreamanièren" gewild, zoals de Evangelisatie er uit opgemaakt had.
Maar wel was de kerkeraad gedwongen, nadat baars inziens haar door de Prov. Comm. van Gelderland geen recht was gedaan en geen beroep op de Generale Commissie mogelijk was, plaatselijk die maatregelen te treffen, die moesten leiden tot een billijk verloop van de verkiezingen.
De kerkeraad werpt dus de schuld van de droeve gang van zaken niet op de Evangelisatie, maar zij kon niet anders dan in de gegeven omstandigheden tegenover de Evangelisatie een duidelijke houding aannemen.
Op de bovengenoemde samenspreking werd het door de Evangelisatie overhandigde schrijven zeer gewaardeerd. Het verheugt de kerkeraad, dat bij het Bestuur der Evangelisatie het begrip leeft, dat de kerkeraad een voor ieder aanvaardbare wijze van verkiezing heeft, willen houden, maar dat, na doorkruising van dit plan door de Prov. Commissie van Gelderland, deelname door de Evangelisatie een onzuivere verhouding zou scheppen.
Wij twijfelen er niet aan, of de begunstigers van de Evangelisatie zullen zich nu aan het dringend advies van het Bestuur houden.
Wij besluiten met de opmerking, dat de gehouden samenspreking verhelderend heeft gewerkt en dat, ondanks principiële verschillen, de discussie op een hoog peil stond.
Namens de kerkeraad :
Ds. C. V. d. Boogert, praeses.
Ds. J. W. de Bruijn, scriba.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's