DE GEESTELIJKE STRIJD
I.
De Waarheid heeft vele vijanden.
Vandaar dan ook, dat het leven van Gods kerk staat in 't teken van de geestelijke strijd.
Draagt ze hier op aarde niet de naam van strijdende kerk? En is dit niet het blij vooruitzicht van al Gods strijdende kinderen, dat ze daarboven, in de triumferende kerk, met de palmtak der overwinning in de hand, de strijd voor eeuwig achter zich zullen hebben? Geestelijke strijd.
Waar strijd is, is enerzijds vriendschap, anderzijds vijandschap. Vriendschap tussen degenen, die eenzelfde geloof deelachtig zijn, vijandschap ten opzichte van de tegenstander.
De dichter zong er van: „Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van allen, die Uw Naam ootmoedig vrezen en leven naar Uw goddelijk bevel". Maar anderzijds beluisteren we uit zijn mond: „Zou ik niet haten, die U haten? "
Heel ver moeten we terug, om bij de oorsprong van de geestelijke strijd terecht te komen. Ze ligt in het paradijs. En het klinkt wat eigenaardig, maar toch is het zo: van een geestelijke strijd zou geen sprake geweest zijn, indien er in het paradijs geen vriendschap gesloten was. Vriendschap tussen Eva en de slang. Een vriendschap, die God in het aangezicht sloeg, doordat het Woord des Heeren niet alleen in twijfel getrokken werd, doch als een misleidend, leugenachtig Woord werd beschouwd.
Twijfel aan Gods Woord. Dat Woord voor een leugen verklaren, waarop men niet zou kunnen bouwen. Is dit tot op de dag van vandaag niet Satan's tactiek om de mens, om Gods kind, te doen vertwijfelen zowel aan Gods bedreigingen als aan Gods beloften?
Toch zou de vriendschap tussen Eva en de slang, waarbij Adam zich aansloot, niet de geestelijke strijd tengevolge gehad hebben, als God met Zijn genade niet tussenbeide gekomen was. Zonder Gods genade zou een eeuwige verwerping in de plaats der buitenste duisternis hun deel geweest zijn. Tegenover de vriendschap met de slang, stelde God de Moederbelofte: „Ik zal vijandschap zetten". Dit was het begin van de geestelijke strijd. Een belofte-vol begin met een zekere overwinning in het uitzicht. Het zou worden een eeuwenlange strijd, die zijn hoogtepunt bereikte in Geth§emané en op Golgotha. Maar de zegepraal zal eenmaal worden aanschouwd door een schare, die niemand tellen kan, gekleed in lange witte klederen, gewassen in het bloed des Lams, komende uit alle geslachten, talen, tongen en natiën.
Ze zijn overwinnaars, méér dan overwinnaars, doch alleen in Christus Jezus. Alleen in Hem, Die in de volheid des tijds in de hof van Gethsemané als een worm en geen man, worstelde en Wiens zweet als grote druppelen bloeds ter aarde viel. Die in zo'n zware strijd gewikkeld was, dat Hij het uitriep ; „Vader, indien 't mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbij gaan. Doch niet gelijk Ik wil, maar Uw wil geschiede". Overwinnaars alleen in Hem, Die kort na Zijn zieleworsteling in Gethsemané als de met doornen gekroonde Borg aan het kruis hangt, strijdende tot het bittere einde de strijd, die de Zijnen nooit zouden kunnen voeren. De strijd waarin het ging om Gods recht en om Gods eer, om de verzoening door voldoening. Mjjn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? "
Hier in de drie uren dichte duisternis wordt de overwinning op de vorst der duisternis bevochten en behaald. En het is hier bij het kruis, dat alle ware geestelijke strijders hun knieën in aanbidding buigen en het in diepe verootmoediging en verwondering belijden :
„De strijd is Godes".
God de Vader strijdt met Zijn Zoom als Plaatsbekleder voor Zijn volk. Het zwaard is tegen Hem ontwaakt.
God de Zoon strijdt, neen, niet tegen de Vader, doch als Middelaar Gods en der mensen, vóór Zijn Vader en vóór degenen, die God Hem gegeven heeft, tegen de overste dezer wereld. Het is een geweldige en tevens een alles-beslissende strijd. De kop van de satan wordt vermorzeld. De Moederbelofte gaat in vervulling. Het is volbracht.
Hier bij het kruis worden de geestelijke strijders stil. Gaan hun gedachten zich vermenigvuldigen. Gaan ze zich als vijanden kennen. Als van nature mede-strijders van satan.
Hier bij het kruis gaan geestelijke strijders in zichzelf verloren. Gaan ze het alleen van Gods genade verwachten. Hier aanschouwen ze Gods onkreukbaar recht, maar ook Gods eeuwige zondaarsliefde. En waar dit bij het licht van Gods Geest recht gezien wordt, daar kan het niet anders, of daar vallen alle eigen wapenen af. Daar volgt de volkomen overgave.
Maar het is ook bij dit kruis, dat uit de genadevolle Hand des Heeren aan dezulken Gods wapenrusting wordt uitgereikt, opdat ze zouden kunnen staande blijven temidden van de geestelijke strijd. Want wie werkelijk aan de voet van het kruis Christus in Zijn onmisbaarheid en dierbaarheid heeft gezien, gaat de geestelijke strijd tegemoet. Een strijd echter, die verre te verkiezen is boven een valse vrede en die eeuwigheidsvruchten afwerpt.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's