De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE VROUW, DIE HET BEGREEP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VROUW, DIE HET BEGREEP

11 minuten leestijd

Maria dan heeft de voeten van Jezus gezalfd. Johannes 12 vers 3

   Het is waarschijnlijk Woensdagavond, dus midden in de Lijdensweek. In Bethanië is Jezus de gast van Simon, de melaatse. De Joodse Raad heeft reeds besloten de Zaligmaker te doden. Ten volle gaat het in vervulling: Hij is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Alleen de enkeling uit Zijn volk heeft Hem aangenomen. Een deel van die enkelingen vindt ge op bovengenoemde avond bijeen.
   Het zijn Simon Petrus met de andere discipelen, Simon de melaatse, Lazarus, de gestorvene, en dan is er nog een vrouw ook. Waarschijnlijk is zij er niet in die zin, dat zij ook aan het feestmaal aanzit. Het was niet de gewoonte, dat vrouwen, aan feestmaaltijden van mannen deelna­men. Doch haar hart is er heel de avond, bij. Aan haar is niet een wonder gebeurt, zoals aan Simon of Lazarus. Zij is niet van melaatsheid genezen of van de doden opgewekt. En toch is aan Maria het grootstef wonder geschied, dat geschieden kan: Haar ogen zijn geopend voor de geheel enige betekenis van Jezus Christus en haar hart is voor Hem ontsloten. Zij is een vrouw, zoals er weinige waren.
   Het is opmerkelijk. De mannen waren in die dagen de personen, die het wisten, nog meer dan tegenwoordig. Maar de priesters en de rijken en de wijzen van Israël wisten niet, wie Jezus was, alleen die stille vrouw kende het grote geheim van hemel en aarde, dat in Jezus een volkomen zaligheid is. De Heere Jezus heeft van deze Maria gezegd: „Eén ding is nodig, en Maria heeft het goede deel gekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen". Weet u. Lezer, wat het éne is, dat nodig is? Het éne dat nodig is, is God! Het verlies en het gemis van ouders, vrijheid, bezittingen, kinderen, is maar een bagatel, bij het gemis en verlies van God. Het éne nodige is met een Drie-enig God verzoend en bevredigd te zijn. Deze grote zaak is in de Heere Jezus te vinden en daar heeft Maria het gezocht. Zij heeft echter niet alleen een wonderlijke kennis van de eeuwige dingen, zij heeft ook de liefde, de dankbaarheid. Zij heeft in een moeilijke weg geleerd dat alles wat God doet, goed is.
   Haar broeder Lazarus was gestorven en daar was zij het niet mee eens geweest. Daar was zij over in opstand geweest. Maar toen het ogenblik dat de gestorven Lazarus uit zijn grafspelonk naar voren kwam en daar in de opening stond. Adembenemend gezicht. En toen het ogenblik, dat de grafdoeken ontbonden waren en hij weer de gewone Lazarus was. Toen heeft zij moeten denken : „Zijn doen is enkel majesteit, Aanbiddelijke heerlijkheid. En Zijn gerechtigheid onendig". Toen heeft zij moeten zeggen dat 'a Heeren weg altijd goed is. En dat is zo, geachte Lezer.
Zo is Maria bezig, waarschijnlijk buiten de feestzaal, orn zich te verwonderen. Zij wil wat doen. Zij wil haar grote dankbaarheid en liefde uiten. Natuurlijk weet zij, dat de Joden de Heiland naar het leven staan. Maar dat vuurt juist haar liefde aan. Jezus is de geheel Enige voor haar. Al had zij duizend levens, zij had ze wel voor Hem willen geven. Maar ze heeft geen duizend levens, slechts één, en dat ene is niet van haarzelf, het is van God. Maar zij heeft wel een klein, doch heel duur flesje zalfolie, het fijnste van het fijnste, dat in het Oosten zo verkwikkend is. Het is zó fijn, dat men er gewoonlijk een druppel gelijk van gebruikt, en dan maakt men de opening weer dicht met was. Maar zij wil niet iets gewoons, zij wil iets ongewoons, iets, dat in overeenstemming is met haar liefde en met de grootheid van Jezus. Daarom neemt zij een kloek besluit, zij is de feestzaal binnengetreden, heeft de tere hals van de fles stuk gebroken en al de olie over hoofd en voeten van Jezus uitgegoten. Op deze wijze heeft zij het schoonste lied voor haar Koning gezongen.
 
   Lezer, 't Was niet moeilijk, om nu in de feestzaal van Simon de melaatse een speld te horen vallen. Ieder ziet verwonderd toe, hoe Maria het ganse lichaam van haar Meester besprenkelt met welriekende olie, tot aan de voeten toe. Maar nog is het Maria geen hulde genoeg. Zij bukt voor Hem neder, schudt in een beweging van volkomen pvergave de zware haarvlechten los, die de kroon van een vrouw zijn, en droogt met heur haren Zijn voeten, met het hoogste en edelste dat aan haar zelve is, het nederigste en geringste dat aan Christus is.
   En toen: het huis werd vervuld met de reuk der zalf. De geurige nardus zendt een zwijgende sprake van zich uit, een sprake van liefde en geloof, van hulde en dank, van zichzelf vergetende aanbidding.
   Terwijl de nardus geurt, zit Maria stil als een kind, vlak bij de Heiland, dankbaar, omdat zij Hem dit bewijs van haar grote liefde had mogen schenken. Als ge het hart van Maria had kunnen openmaken, had ge overal Jezus gevonden. Datzelfde is ons óok nodig. Waar Christus niet gevonden wordt, is toch niets. O, die Maria is zo rijk. Zij kan haar buitengewoon kostbaar albasten flesje wel stuk breken en de 3 1/2 ons olie weg laten vloeien, want als ze dit kwijt is, heeft ze Jezus des te meer. Hebt u het ooit gezien? Hebt u ooit gezien, waar Christus niet aanwezig is, dat daar niets aanwezig is? Is u ooit de onuitsprekelijke leegte van uw hart gewaar geworden? En is u ooit gewaar geworden, dat de Heere Jezus in uw hart kwam en ieder hoekje daarvan innam? Ik roep u op, om niet te rusten, voordat de Heiland u zó dierbaar is, zoals Hij Maria was. Wij zijn ongelukkige mensen, als wij de liefde tot deze Christus missen. Het is niet goed, dat iemand jaloers is. Wij behoeven de Hogepriester zijn ambt niet te misgunnen en de discipelen hun Apostelambt niet, maar ik geloof wel, dat we allemaal jaloers mogen zijn op de liefde van Maria, want daar was zij voor eeuwig gelukkig mee. En wat is de weg, om deze liefde ook te krijgen? Die weg is de werking van de Heilige Geest. Alleen de Heilige Geest kan ons oog en ons hart ontsluiten voor de heerlijkheid van de Heere Jezus. Maar u mag ook wat doen. U mag u nederleggen onder het vonnis van God. De Bijbel zegt, dat de ganse wereld verdoemelijk is voor God.
  
   Sta er naar, om dat zonder voorbehoud te aanvaarden voor uzelf. Sta er vervolgens naar de Heere Jezus met uw hart te kennen. Onverwachts gebeurt het. Ziet het aan Saulus van Tarsen: onverwacht komt het. Ziet het aan Zacheiis, de tollenaar. Niemand had verwacht dat Christus voor de wilde vijgeboom, waarop Zacheüs geklommen was, zou blijven staan en zeggen: Zacheüs, haast u en kom af, want Ik moet heden in uw huis blijven.
   De waarachtige bekering en de openbaring van Christus komen onverwacht.

   Maar nu keren we weer naar het huis van Simon, de melaatse, terug. Daar is het lang zo stil niet meer. De discipelen schudden het hoofd tegen elkaar.   
   Ditmaal is Judas de tolk van allen. Zonde van 't geld — zegt hij snel. Voor het koel berekenend verstand is het ook een heel ding: 125 gulden in een ogenblik weggeworpen, zonder dat iemand er wat aan heeft. Twee druppels was evengoed geweest. Wat Maria uitgoot, was een som gelds, in waarde gelijk aan het jaarloon van een arbeider. Het zou dus, in onze omstandigheden overgebracht, meer dan ƒ 2000.—• betekenen. Maria, Maria, hoe kun je ƒ 2000.— in een ogenblik weggooien! Zo zagen het de discipelen, omdat zij Jezus niet; genoeg kenden. Het zijn beste discipelen, zij hebben om Jezus alles verlaten en zij willen alles voor Hem doen, maar één ding verstaan zij nog niet. Zij verstaan nog niet, dat de Heere Jezus alles voor hèn moet doen. Die les moeten we Ieren, de les van de noodzakelijkheid van de Zaligmaker.
   De veroordeling van de zalving was krenkend voor de Heere Jezus. Zou ƒ 2000.— te veel zijn voor Hem, die hemel en aarde toebehoort? Moeten niet alle engelen Gods Hem aanbidden? Moeten niet alle sterren des hemels flonkeren om Hem te verheerlijken? Moeten niet alle bloemen hun kleur en geur verspreiden en alle vogelen hun loflied zingen om Hem te prijzen? Moeten niet de gezaligden hun kronen nederwerpen aan Zijn voeten, aanbiddend : U zij eeuwig dank en ere?
   Moest niet Maria het kostelijkste wat zij had, brengen op het dankaltaar? Natuurlijk moest zij dat! Laten we maar luisteren, dan zal zij zich wel verdedigen. Maar neen, wij horen niets. Maria zwijgt stil. Ik meen, dat dit een uitnemend voorbeeld is: strijdt maar niet voor uzelf, en laat de Heere maar voor u strijden. Jezus neemt het voor Maria op en zegt: zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. „Indien iemands wegen de Heere behagen, zo zal Hij zelfs zijn vijanden met hem verzoenen", zegt de Spreukendichter. De discipelen moeten nog leren dat zij geen goed kunnen doen en Maria, de veroordeelde, heeft wèl een goed werk - gedaan. Dat is ook een les: wij kunnen niets voor onze zaligheid doen, wij weten niets, dat zien we klaar aan de discipelen, wij deugen niet, dat zien we duidelijk aan Petrus en Judas, wij zijn niets, dat blijkt uit allemaal, en Jezus is de enige Zaligmaker, en toch is de Heiland nog verheugd met de liefde van Maria: „Waarom doet gij deze vrouw moeite aan. Want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht, want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd. Want als zij deze zalf op Mijn lichaam gegoten heeft, zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis".
   Hoe gewoon ziet de Heiland Zijn begrafenis onder de ogen. Hij is nu gezalfd als een koning, maar Hij weet, dat Zijn taak zal zijn om te lijden. Jezus is een wonder. En het allerbijzonderste wonder is Zijn liefde.
   Dat wij iemand liefhebben, betekent zo dikwijls dat wij die ander nodig hebben voor ons geluk. Men kan niet leven zonder de geliefde, en daarom hebben wij lief. Het geluk van een ander is in onze liefde bijzaak, ons geluk is hoofdzaak. Christus echter heeft bij Zijn liefde niet Zijn eigen geluk op het oog gehad. Hij heeft ons juist liefgehad ten koste van Zichzelf. Hij had er nietsi bij te winnen, doch alleen alles bij te verliezen en Hij heeft er dan ook werkelijk alles bij verloren. Dat is da liefde van Jezus, die zich verheugt in de liefde van Maria, die Hem zalfde, voordat Hij begraven werd. Het gebeurt vaak, dat wij voor iemand lief en goed zouden willen zijn, als hij gestorven is. Jezus is dankbaar dat men vriendelijk voor Hem is bij Zijn leven. De Heere Jezus zeide — volgens Marcus — zij heeft gedaan hetgeen zij kon. Och, kind des Heeren, kan de Heere het van u óok zeggen? Doet gij voor Jezus uit liefde voor de Heiland, wat gij kunt? Uzelf vergetende voor Hem? De Heere vraagt niet meer, dan we kunnen.
   Mijn lezer : hebt gij deze Jezus zo lief als Maria? Waar Christus niet gevonden wordt, is een onuitsprekelijke leegte. Die door de Heilige Geest bearbeid wordt, gevoelt die leegte, zonder de diepte daarvan te kunnen uitspreken. Hebt u dat ooit gezien? Is u ooit de onuitsprekelijke leegte in uw leven gewaar geworden, buiten Christus?
   Dan wil ik u dit zeggen: als Christus in het hart zal geboren worden, schept God eerst een diepe indruk van de onuitsprekelijke leegte in het hart. Want er moet toch eerst plaats voor Christus zijn. Er moet een kribbe zijn, waarin Hij kan gelegd worden. Deze kribbe is het ledige hart. In de leegte komt de Heere Jezus Christus, en dan is deze leegte ook vervuld, want de Heere Jezus brengt alles mee en daarom is Hij alles waard.
   Als deze naam vaii Jezus u dierbaar geworden is, zult gij eenmaal een naam en plaats ontvangen in het eeuwig Koninkrijk en tezamen met Maria en al de heiligen het Lam, dat geslacht is, toebrengen de dankzegging en de eer en de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE VROUW, DIE HET BEGREEP

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's