De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET MOET....!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET MOET....!

7 minuten leestijd

, ...De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de ouderlingen en overpriesters en schriftgeleerden en gedood en ten derde dage opgewekt worden. (Lucas 9 : 22)

   De lijdenstijd neemt in het kerkelijk jaar een bijzondere plaats in. Niet, omdat alleen dan de lijdende knecht des Heeren ons wordt voorgehouden, maar omdat het lijden van Christus zozeer centraal staat in het verlossingswerk. Eén ding moeten we daarbij ten duidelijkste! zien : De Heere Jezus Christus vraagt geen medelijden in de zin van beklag. Hij vraagt aanbidding in.de ware en geestelijke zin. Dan is de aanbidding ook niet alleen voor Hém, maar voor de drieënige God in al Zijn werken. Wanneer deze hoofdlijn wordt vastgehouden zal de eer van Christus ten hoogste verheerlykt worden en daarmee vreugde van Zijn Kerk ten toppunt stijgen.
   Lezen wij ons tekstgedeelte, dan horen wij eerst de belijdenis van Petrus : „Gij zijt de Christus-Gods". Christus wordt hier de Godsgezalfde genoemd en laat zich zo noemen omdat Hij het is. Bovendien heeft Petrus dat niet van zichzelf, maar : , „Mijn Vader die in de hemelen is heeft dat géppenbaard." Het is het werk van de Heilige Geest dat Petrus tot kennis van deze waarheid wordt gebracht. De Christus Gods. Deze uitdrukking houdt in en verklaart hoe Petrus Hem nu mag zien als degene van wie gesproken is door de ganse oude bedeling heen. Hij mag het verstaan dat Jezus is de beloofde verlosser. De doorbreker. Evenwel heeft hij nog veel onderricht nodig. Hij heeft nodig dat hem wordt bekend gemaakt de weg in welke de Heere gaat bij de vervulling der belofte.
   Dat heeft Petfus niet alléén nodig, doch dat is voor elke gelovige noodzakelijk. Het onderricht zal dan hebben te handelen over het moeten in verband met het lijden van Christus. Immers, Hij moet lijden.
   Mogelijk rijst bij iemand de vraag of en in hoeverre er bij de Heere sprake kan zijn van' moeten. Hij is toch vrij en vrijmachtig ? Uiteraard blijft dat punt staan en volkomen buiten discussie. Niet omdat wij daarover niet willen spreken, maar omdat de Schrift ons deze zaak leert. Christus spreekt van een moeten in verband met Zijn lijden. We slaan de Schrift na en lezen hoe Hij gekomen is om de wil des Vaders te doen, hoe de ijver voor Gods Huis Hem heeft verslonden, hoe de ere Gods Hem boven alles gaat. Deze uitspraken zijn evenzovele verklaringen voor het moeten waarvan hier sprake is. Hij moet, omdat Hij de Zoon des Vaders is en de liefde tot de Vader Hem geheel in beslag] neemt. Hij moet omdat Hij wil. De Zoon is gewillig omdat Hij een is met de Vader. Hij moet omdat het welbehagen des Vaders het welbehagen van de Zoon is. Hij moet omdat de zondaarsliefde de zaak van de Vader èn van de Zoon is. Samenvattend kunnen we zeggen dat het moeten naar twee kanten ziet : Naar de Vader en naar Gods Kerk. Christus, de Zoon des Mensen staat daartussen. Hier komt de Middelaar naar voren. Hij is gezalfd tot het ambt, Hij heeft Zich gegeven tot dat ambt en nu moet Hij. 
   De Zoon des Mensen moet veel lijden. Het recht Gods vordert dat. Zeker, daar ligt het eeuwig voornemen Gods om Zijn Kerk te verheerlijken, maar daar ligt tevens de moedwillige verlating van het pad van Gods geboden en inzettingen. Daar ligt de eerroof Gods. Niet één mens die goed doet. De betrekking met Adani is enerzijds dodelijk, waar het gaat om de zondige natuur.
   De rekening bij God is niet te betalen. Hoe kan één mens die schuldeiser nog ooit recht in de ogen zien ? Als de mens iets beseft van die schuld kan hij zich alleen maar wegschamen. Eén weg staat slechts open : De rekening betalen. Maar wie kan het ? Hier staat de mens, de mensheid machteloos. Hier kan alleen het doodschuldig slechts klinken, waar de eer des Heeren met deze zaak gemoeid is.
   Een ander aspect : Die Heere, die schuldeiser geworden is en Zichzelf niet tekort doet. Hij heeft nochtans Zijn eeuwig voornemen. Naar recht zou Hij het laten varen, doch bij Hem is geen verandering. De liefde waaruit het voornemen opkomt is onveranderlijk en onverbrekelijk. Die liefde baant een weg. Het is de weg van het lijden, de weg der betaling van en door de Middelaar. Het gaat hierbij om 's Heeren eer, maar daarin om het behoud van zondaren. Let vooral op dat laatste woord. Zondaar is ook : vijand. Zondaar is ook : Verbondsbreker. Dit is de eeuwige liefde Gods dat Hij voor zulken een weg opent. Dit is de eeuwige liefde van de Zoon dat Hij zich voor zulken gaat opofferen. Wie zal het ooit kunnen peilen of bevatten ? Dit is de liefde van Christus dat Hij nu spreekt van moeten en daarmee toont dat Hij alles geeft voor ds Vader en de Kerk. Alles geeft Hij. Dat betekent : lijden en sterven door de handen van mensen. De ouderlingen en schriftgeleerden zullen Hem wegwijzen in de dood. De mensen, die Gods Woord kennen, die Gods Naam op de lippen nemen, die leiden moeten in geestelijke zaken, die zullen het doen. Het zal het lijden van Christus onnoemelijk verzwaren, wanneer om Hem heen en aan Hem Gods Naam openlijk wordt gelasterd. Hij, die geen zonde gekend heeft, die de zonde haat. Hij zal zwijgen en Zich laten wegwijzen in de dood. Hij zal zich stellen in het hart van het oordeel. Geen andere weg is er dan de smarteweg. Het werpt nog een fel licht op de schuld die de zonde teweeg bracht.
   Jezus, de gezalfde Gods, zei Petrus. De Zoon des Mensen moet lijden, was het antwoord. De twee aanduidingen worden direct naast elkaar gezet. Zoon van God en Zoon des Mensen. Jezus onderwijst niet alleen met betrekking tot de liefde Gods, ook niet alleen met betrekking tot de prijs die betaald moet worden, maar tevens met betrekking tot Zijn bekwaamheid om Middelaar en Borg te zijn. Zoon des mensen. Hier moogt ge dan gewis zien hoe daar een mens, de broederen in alles gelijk, zich stelt in het gericht. Hier moet ge ook opmerken hoe die mens, zondeloos, zich Gode onstraffelijk opoffert. Hier moet ge bewonderen hoe de kracht Gods Hem staande houdt in het gericht en dan : Hier moet ge beluisteren hoe het alles in Gods gunst is : Ten derde dage zal Hij worden opgewekt. In enkele woorden kondigt de Heere Zijn triomf af. In enkele woorden legt Hij ook Zijn zekerheid en vastheid neer. Hij weet zich zeker van Zijn zaak, die Gods zaak is en de zaak voor Zijn Kerk. Met het oog op dat laatste kan het onderricht nooit worden gemist. De Heere zal Zelf Zijn Kerk „er bij" moeten brengen. Hoezeer is die Kerk van nature onwetend. Ja, hoe blijft ze zichzelf in de weg staan. De Schrift toont ons hardleerse discipelen, maar ook een lankmoedig God. De Schrift toont ons dat mensenharten koud en hard zijn, maar tevens dat de Heere sterker is.
   De Zoon des Mensen moet lijden. Dat onderricht dient ernstig genomen te worden. Hier wordt gewezen op de wortel der schuld. Daar kunt ge uzelf niet boven stellen. Wie dat doet, komt zeker beschaamd uit. Wanï niemand kan het tegen de Heere opnemen. Niemand kan zich aan het gericht onttrekken. Is er misschien een lezer die zulke gedachten koestert ? Lezer, de Heere komt u nog tegen tot verbreking. Hij komt u aanspreken in de verbrijzeling des harten, om u door de bediening des Geestes ook daarin te leiden tot meerdere kennis der waarheid, ontdekkende hoe eigen schuld de weg der gemeenschap met de Heere afsluit en de opening uwerzijds onmogelijk is ; tevens onderwijzend hoe de Heere goed is in alle dingen. Wie mag de Heere daarin bewonderen ? Hoe straalt hier tevens het licht van die goedheid Gods in Christus' lijden. Niets is de Heere teveel. Alles schenkt Hij gewillig en met vreugde, ziende op de Zijnen. Onderwijs, door de bediening des Geestes, doet het niet vragen om meerder onderricht, bij zoveel genade, zo onpeilbaar lijden, zo ontfermend tussentreden, zulk een liefdebetoon ? Die liefde ds sterk. Zo sterk, dat het behoud der Kerk die met Christus verbonden is in Zijn dood, ook eeuwig verzekerd en bevestigd is in. Zijn leven.
  

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET MOET....!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's