De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

7 minuten leestijd

DOOPZITTINGEN EN DOOPQÜESTIES

XVI.

   Een mens kan wat meemaken. Dat bemerkt een predikant in vele dingen en niet 't minst op de Doopzittingen. Sta mij toe, dat ik hier terug ga tot ver in het verleden en dan langzamerhand terecht kom in de hedendaagse aangelegenheden op dit terrein.
   Ik begin dan met de „Doopzittingen" in mijn kleine dorpje, mijn eerste Gemeente.
   Het woord is tussen aanhalingstekens gezet, want men moet er onwillekeurig bij glimlachen. „Doopzitting." Ja, een zitting was het toch wel op die Vrijdagavond om 8 uur, want men zat er bij in een gemakkelijke stoel met één of twee doopvaders tegenover zich.
   „Ouderlingen? " vraagt gij. Neen, die waren er niet bij, niet omdat dominé hen dominocratisch verre hield, maar omdat de broeders zelf vonden, dat de leraar dat wel alleen af kon. Het gold toch ook maar de aangifte voor de Doop.
   De doopzitting in de huiskamer der dorpspastorie was eigenlijk één stuk gemoedelijkheid, waartoe het genot van een sigaar niet weinig bijdroeg.
   Nog herinner ik mij, dat die sigaren een bijzondere naam droegen, en wel van: „doopvadertjes". Een ondeugende spotvogel had ze zeker zo genoemd, misschien omdat hij gezien had dat dominé Vrijdagsavonds altijd uit dit aparte kistje presenteerde. Maar denk er daar­ om niets slechts van; want alle apartigheid is nog geen slecktigheid. Onnodig dus, om verder nog te zeggen, dat deze Doopzittingen in pais en vree verliepen. Questies deden zich hoegenaamd niet voor. Men kende elkander en was van eens anders doen en laten vrijwel op de hoogte.
   Het enige wat ik, evenals 'op huisbezoek, nog wel eens gevoeld heb, was, dat ook in gemoedelijkheid gevaren kunnen schuilen. Het officiële dreigt er vaak zo af te gaan en dit was dan vooral een bezwaar, wanneer er iets bijzonders, iets ernstigs aan de orde was.
   Thans gaan vnj naar een doopzitting in het kleine stedeke L. Daar gaat het wat „interessanter" toe, al ligt het er maar aan, wat men interessant noemt.
   In de consistoriekamer, aan de groene tafel, zit dominé, geflankeerd door twee ouderlingen. Een tien- of twaalftal doopvaders zitten daar naast elkander langs de muur van het vertrek.
   Na opening met gebed en voorlezing van een gedeelte uit Gods Woord, houdt de predikant een korte voorafspraak, waarin gewoonlijk de betekenis van de H. Doop, in het bijzonder van de Kinderdoop, even wordt verklaard. Daarna neemt hij het trouwboekje op van de vader, die het eerst kwam; ziet het in en stelt enkele vragen. Komt deze geregeld ter kerk en is hij meelevend, dan verloopt het gesprek al heel kort. Het trouwboekje wordt overgegeven aan een der Ouderlingen, die daaruit overschrijft de namen van ouders en kind en alles in orde maakt. De doopvader kan nu heengaan.
   Thans is de volgende aan de beurt. Bij navraag blijkt, dat hij niet zo trouw ter kerk komt. Hij is niet bepaald onverschillig, maar heeft toch de neiging nogal eens over te slaan. Wanneer hem gevraagd wordt of hij iets verstaat van hetgeen de H. Doop de gelovige ouders betekent en verzegelt, dan schaamt hij zich nog wel wat, dat hij er geen antwoord op weet.
   Daar het onmogelijk is, hem in een ogenblik tijds de schone betekenis bij te brengen, wordt hij er op gewezen, dat hij gehouden is, vooral ook onder de Catechismuspredikiu? ^ te verschijnen, opdat hij de leer der Kerk tenminste leert kennen.
   De derde doopvader blijkt, bij navraag daaromtrent, geen lidmaat te zijn; wel dooplid, maar geen belijdend lid.
   Wij vragen hem, waarom hij geen lidmaat werd, terwijl hij geregeld ter kerk komt?
   Hij geeft te kennen, daartegen bezwaren te hebben, omdat men voor het afleggen van belijdenis des geloofs, als het tenminste een ware belijdenis is, wat anders heeft moeten leren kennen.
   Hem wordt geantwoord, dat hij, door Zondag de doopvragen toestemmend te beantwoorden, feitelijk ongeveer hetzelfde zou doen als belijdenis afleggen.
   De moeder is wel lidmate. De doop wordt hem niet geweigerd, maar wel wordt hem geraden, straks naar de belijdeniscatechisatie te gaan.
   Nummer vijf is een ouderpaar, waarvan noch man, noch vrouw lidmaat is en wier huwelijk te laat gesloten werd. Hier bestond het gebruik, dat doopgetuigen de vragen moesten beantwoorden in hun plaats.
   Het Doopformulier spreekt ook wel van „getuigen". Afgezien van het misbruik dat hiervan menigmaal gemaakt is, lag er zeer zeker een schone gedachte in. Een grootvader, die daar in huis woont en de Heere vreest, zal toch zeker zijn kleinkind de Heere opdragen en ook op de opvoeding letten. Maar wat
   komt hiervan, althans van het laatste, terecht, wanneer de doopgetuige een bloedverwant of vriend is, daar in huis niet woonachtig? Of iemand, die als lidmaat der kerk, er in toestemt, de vragen even te beantwoorden ? Er moet toch meer gered worden dan de vorm alleen.
   Intussen is nog een tweetal mannen binnen gekomen. Min of meer luidruchtig zelfs. De rode gelaatskleur en hun luidruchtigheid doen enigszins aan „Schiedam" denken. Het kan echter ook een soort zenuwachtigheid zijn,
   „Goedenavond, domine en heren!" zo groeten zij, ietwat overdreven: „wij komen onze kinderen aangeven voor de Doop!"
   „Gaat u zitten", is mijn antwoord, „u is nog niet aan de beurt".
   Blijkbaar bekoelen zij wat. Zij zitten stil neer en horen alles aan ; ook de vermaningen en waarschuwingen. De gevallen, waarin sommige ouders geraden wordt eerst nog eens ernstig er over na te denken, ter kerk te gaan en over een maand eens terug te komen.
   Tenslotte blijven wij met het tweetal alleen over. De eerste is een bekende caféhouder. Wij vragen hem of hij ter kerk komt.
   Verontwaardigd klinkt het: „daar heb ik 's Zondagsmorgen geen tijd voor".
   „Er is( anders 's avonds ook nog kerk", werp ik hem tegen.
   „Wat zou u dan denken, domine, zo vaart hij uit: 's morgens voor de tapkast te staan en 's avonds met een vroom gezicht in de kerk te zitten, daar ben ik te eerlijk en te fatsoenlijk voor".
   „Och zo", is mijn antwoord, „zijt gij zo eei'lijk in dit opzicht ? Maar aanstaande Zondag zoudt gij dan 's morgens voor de tapkast staan en 's avonds in de kerk onder de kansel, om de doopvragen te beantwoorden. Dat zou er dan wel bij u door kunnen".
   „Neen, vriend, zo doop ik uw kind niet. Ik neem dat niet voor mijn verantwoording. Gij moet eerst bewijzen, dat het u ernst is".
   „Doopt u mijn kind niet? " vraagt hij. „Al mijn kinderen zijn nog gedoopt en dit zou mij geweigerd worden? Dat zullen wij nog eens zien!" zegt hij dreigend bij het heengaan. „Ik weet, waar ik wezen moet".
   De andere is een politieagent, die ook nooit ter kerk komt. Hij zegt, dat hij des Zondags altijd dienst heeft, maar dat is een praatje, want als het hem er maar om te doen is, kan hij zeker vrij krijgen. Ook hij wordt voorlopig weggezonden.
   Een paar dagen later stond de kerkeraad met zijn predikant en met al hetgeen gebeurd was, in een zeer" bekend dagblad.
   De heren hadden het tegelijk hogerop gezocht in de kerk, zoals bleek.
   Wanneer ik mij nog wel herinner, informeerde het Classicaal Bestuur" bij onze kerkeraad, hoe het zat met clie twee gevallen? Of inderdaad de Doop geweigerd was?
   Daarop heb ik deze zaak schriftelijk uiteengezet en aan de collega's van dat Bestuur gevraagd, of zij vrijmoedigheid hadden, kinderen te dopen van ouders, die uitgesproken vijandig staan tegenover de kerk en het Evangelie, ook al zijn zij nog lid van de kerk?
   Ik heb daarop nooit meer iets gehoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's