De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WEL WAT OVERDREVEN!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WEL WAT OVERDREVEN!

4 minuten leestijd

   Ds. Groenewoud is nog niet uitgesproken over de positie van de „Gereformeerden" in de Hervormde Kerk. Het lijkt ons echter een vooruitgang, dat hij thans van Gereformeerden gaat spreken. Alleen die aanhalingstekens zullen nog moeten verdwijnen.
   En dan nog een stapje verder. Hij acht, dat de vraag van de positie der Gereformeerden in de Hervormde Kerk een kerkelijk probleem van de eerste orde is.
   In zoverre zijn wij bijna op het punt, waar een belangrijke, kerkelijke discussie kan beginnen. Immers het is inderdaad een netelige zaak, dat de vraag van de positie der Gereformeerden in de Hervormde Kerk moet worden gesteld.
   Dat geldt niet alleen de Geref. Bond, maar ook de Conf. Vereniging, als wij die beide beoordelen naar hun statuten. Voor de Geref. Bond is de Hervormde Kerk nog altijd een Gereformeerde Kerk, op grond van het feit, dat deze de Gereformeerde belijdenis nog altijd voor de belijdenis der Hervormde Kerk houdt.
   Dit standpunt kan alleen worden bestreden door hen, die dit laatste weerspreken en Art. X der kerkorde op dit punt in negatieve zin interpreteren.
   De Statuten van de Conf. Vereniging aanvaarden de belijdenis, omdat zij overeenkomt met de Heilige Schrift. En hoewel de hoofdtitel van haar orgaan wel „Hervormde Kerk" luidt, voegt het daaraan, toe : „De Gereformeerde Kerk". Men mag hieruit toch besluiten, dat zij op grond van de Gereformeerde belijdenis ook vasthoudt aan de Hervormde Kerk in de Gereformeerde Kerk. 
   Hoewel de practische houding van de Conf. Vereniging niet altijd duidelijk is, nemen wij aan, dat zij althans theoretisch de Gereformeerde belijdenis als kerkelijke belijdenis wil handhaven.
   Welnu, als dat zo is, gaat het niet over de vraag van de positie der Gereformeerden in de Hervormde Kerk, maar over de vraag van de positie der niet-gereformeerden in de Hervormde (Geref.) Kerk.
  Dat is waarlijk een probleem van de eerste orde.
  Zonder enige twijfel behoort het grootste gedeelte van* de Hervormde Kerk, beoordeeld naar de trouwe kerkgang, met andere woorden het grootste deel van het kerkvolk, dat kerkt, tot de Gereformeerden. En deze worden gevonden onder de groepen, die in het kerkelijk spraakgebruik bij Geref. Bond en Conf. Vereniging worden gerekend.
   Deze mogen als Gereformeerden worden aangeduid niet op grond van wat ds. A of B zegt, maar op grond van het enig criterium, dat hier kan gelden : n.l. dat zij de Gereformeerde Confessie als de kerkelijke Confessie eren en aanvaarden.
   Dat heeft niets te maken met de conclusies, welke ds. G. wil trekken uit allerlei uitspraken en kerkelijke kwestiën, van partij en kerkelijke vergadering, en wat hij verder te berde brengt.
   Wie over Gereformeerd wil spreken, heeft geen ander criterium dan de Gereformeerde belijdenis. Er is geen kwestie van een groep, die uitmaken wil, wat Gereformeerd is, of van een „Kerk", die dit uitmaken moet.
   Zolang de Gereformeerde belijdenis kerkelijke belijdenis is, zolang is Gereformeerd, wat met die belijdenis overeenkomt en niet-gereformeerd, wat die belijdenis verwerpt en niet als kerkelijke belijdenis aanvaardt.
   Ook de kerkelijke vergaderingen hebben zich aan dit criterium te houden, tenzij zij bijeengekomen zijn om de Gereformeerde belijdenis te wijzigen en geheel of gedeeltelijk door een andere te vervangen, maar zolang dat niet is geschied, zijn zij daaraan gehouden.
   Niet de groep, die voor de handhaving der belijdenis pleit, maakt uit, wat Gereformeerd is, maar de Gereformeerde belijdenis zelf is maatstaf. Als ds. G. dit begrijpen wil, kan hij niet meer beweren, dat een groep uitmaakt, wat Gereformeerd is, noch die van de Geref. Bond, noch ook de ècht-Confessionelen.
   Het is dan ook niet duidelijk, wat ds. G. eigenlijk bedoelt, als hij zo schrijft : „En niet de Kerk zal uitmaken wat of wie Gereformeerd is, dat doet de groep".
   Wij hebben aangetoond, dat niet de groep, maar de waardering van de kerkelijke confessie dat doet. En wat bedoelt ds. G. nu met „Gereformeerd" waarover de kerk moet oordelen ?
   Is dat een zwevende „Gereformeerdheid", waarbij men zelfs voorname stukken van de Gereformeerde belijdenis kan ontkennen ? Dat komt immers onder z.g. confessionelen voor. Moet de kerk uitmaken, of b.v. een Arminiaanse leer nog als Gereformeerd zal gelden ? Dan wordt het begrip
   „Gereformeerd" toch wel van zijn kerkelijk karakter beroofd en krijgt het 20 ongeveer de betekenis van niet- Rooms, algemeen protestant, of iets dergelijks.
   Duidelijk is dat alles niet. De kerk maakt uit wat met haar belijdenis in strijd is en als het nieuwe vragen betreft, hoe zij deze in overeenstemming met en van uit het geloof der belijdenis zal beantwoorden bij het licht der Heilige Schrift. En als zij dat doet blijft zij in de Gereformeerde lijn.
   Maar het blijft een vreemde figuur om over de positie van Gereformeerden te schrijven in een kerk met een Gereformeerde belijdenis, terwijl juist de positie van de niet-Gereformeerden aan de orde moest zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WEL WAT OVERDREVEN!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's