De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ANTWOORD AAN Ds H. G. GROENEWOUD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ANTWOORD AAN Ds H. G. GROENEWOUD

7 minuten leestijd

eindredacteur van het Hervormd Weekblad het Comité ter verspreiding der beginselen „De Gereformeerde Kerk", onder redactie van van de Confessionele Vereniging.

   In het nummer van 6 Maart 1952 van bovengenoemd blad dient ds. Groenewoud zich aan als een strijder voor het Gereformeerd kerkrecht en de Gereformeerde theologie. Op zichzelf genomen, kan dat niet anders doen dan ons verblijden. We hadden ook al zo gaarne gewild, dat we als Gereformeerde Bond met de Confessionele Vereniging bij de reorganisatie van de kerk samen hadden gestreden voor binding aan de belijdenis onzer va , .j deren. We hebben zelfs als hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een verzoek gedaan om samen onze bezwaren tegen de nieuwe kerkorde onder de ogen te zien. Op dit verzoek hebben we echter nooit een antwoord ontvangen. Als het aankwam in de meerdere vergaderingen op te komen voor binding aan de belijdenis, hebben we helaas van de Confessionelen maar weinig steun gehad.
   In het artikel „De positie der „Gereformeerden" in de Hervormde Kerk", handelt ds. Groenewoud over de handhaving van de gereformeerde beginselen, inzonderheid met betrekking tot de kwestie Urk en St. Jans Klooster. Als het artikel geen vier grote kolommen had ingenomen, had ik het gaarne in zijn geheel in „De Waarheidsvriend" opgenomen. Nu kan dit wegens gebrek aan plaatsruimte helaas niet.
   Ik zal echter de lezers in het kort op de hoogte stellen van de critiek van ds. Groenewoud op het beleid van de secretaris van de Gereformeerde Bond.
   Ds. Groenewoud is van mening, dat het niet gereformeerd is om op Urk, een confessionele gemeente, te evangeliseren op Zondag. Volgens hem oefenen de bestuursleden van de evangelisatie te Urk een volkomen eigenmachtige censuur uit over de prediking, zoals die door ds. Lasschuit gebracht wordt, waarvan geen enkel beroep mogelijk is.
   Het partijbestuur van de Geref. Bond keurt echter de kerkelijke censuur over de leden van de Geref. Bond af, hoewel daarvan nog beroep mogelijk is. Verder beweert ds. Groenewoud, dat ik ÖM leden van de Geref. Bond te Urk, die liever hun kind door een predikant van de Geref. Bond laten dopen, de waarheid niet durf te zeggen. Ik verdedig, volgens hem, het sectarische standpunt. Gereformeerd advies zou alleen mogen wezen, dat ik bij onze mensen er op zou aandringen om hun kind door de plaatselijke predikant te Urk te laten dopen.
   In het kort kan ik zijn bezwaren nog eens samenvatten in deze weinige woorden: de secretaris van de Geref. Bond handelt uit gereformeerde partijstrijd en voelt weinig of niets voor het echte gereformeerde leven van onze gehele Hervormde Kerk. Het gaat hem alleen maar om de belangen van de partij van de Gereformeerde Bond.
   Het spijt mij zeer, dat juist op dit moeilijke terrein van het evangeliseren, ds. Groenewoud zich opmaakt tot een verdediger van het gereformeerde beginsel. Ik ben van mening, dat we helaas bij de behandeling van dergelijke kwesties het handboek van het gereformeerd kerkrecht gerust in de boekenkast kunnen laten liggen.
   Ik heb dan geen lust om in „De Waarheidsvriend" in mijn antwoord aan ds. Groenewoud op het evangeliseren in het algemeen in te gaan. Er wordt inderdaad vanwege de Geref. Bond of vanwege vrije besturen tegen confessionelen en mensen van andere orthodoxe schakering op Zondag geëvangeliseerd, b.v. in Zwolle, Apeldoorn, Oosterbeek, Breukelen, Driebergen, Schiedam, Amstelveen en Nieuw Leusden. Meer schieten er mij op 't ogenblik niet te binnen. Vrijzinnigen liet ik buiten beschouwing.
   Maar er wordt ook geëvangeliseerd tegen de Geref. Bond in Schoonhoven, Ede, Veenendaal, Nijkerk, Ermelo, Putten, Harderwijk, St. Maartensdijk, Waddinxveen. Dit mag Hs. Groenewoud óok niet vergeten.
   Ik zelf heb ± 27 jaar gestaan in Ermelo en Harderwijk. Elke Zondag is men 27 jaar lang tegen mij opgetreden. Ik kan u vele tientallen namen noemen, zelfs van hoofdbestuursleden en oud-hoofdbestuursleden van de Confes. Vereniging, die tegen mij kwamen preken. Ook in Nijkerk gingen de Confessionelen liever hun kind laten dopen in het naburige Hooglanderveen, dan bij de plaatselijke predikanten in Nijkerk.
   De naakte feiten zijn dus deze, dat er zowel door Confessionelen als door Gereformeerde Bonders tegen het gereformeerd kerkrecht gezondigd wordt. Ik maak dan ook alleen maar gewag over het evangeliseren van Confessionelen in Bondsgemeenten, als men er mij op aanvalt, dat de Gereformeerde Bonders evangeliseren in Confessionele gemeenten. Ik denk gaarne aan het spreekwoord :
   Wie boter op zijn hoofd heeft, moet niet in de zon lopen!
   Dit mogen de Confessionelen ook wel eens bedenken.
   Daarom moet ik wel de beschuldiging van ds. Groenewoud afwijzen, omdat deze zich alleen maar blind staart op de partijzucht van de Geref. Bond en over de fouten van eigen groep niet rept.
   Op het evangelisatie-vraagstuk ga ik dan ook niet verder in. 
   Vroeger heeft het hoofdbestuur van onze Bond, toen we bijeen waren in vergaderingin „Terminus" te Utrecht, al eens meer het voorstel gedaan om deze moeilijke materie onder de ogen te zien in gemeenschappelijke vergadering. Op dit verzoek hebben we nimmer antwoord ontvangen.
   Ondergetekende is nog steeds bereid tot een persoonlijke bespreking over het evangelisatie-vraagstuk.
   Nu echter nog een enkel woord over de kwestie Urk; in bijzondere zin.
   Wat ik over Urk geschreven heb, heb ik toch inderdaad geschreven uit waarachtige bezorgdheid over de kerk, ook al werd dit in uw artikel in twijfel getrokken.
   Ik zal hiervan het bewijs leveren. De kerkeraad van Urk zeide tot de leden van de Geref. Bond, die kwamen stemmen in November j.l., dat het een gunst was van de kerkeraad, dat zij mochten stemmen. In het vervolg zou dat anders worden.
   Wat hadden die leden van de Geref. Bond dan gedaan? Hadden ze misschien hun hoofdelijke omslag niet betaald? Ja wèl, maar omdat ze niet kerkten, droegen ze des Zondags niet bij in de collecte.
   Of dit nu conform gereformeerd kerkrecht is of er mee in strijd, interesseert mij geen zier, maar het is helemaal mis en in strijd met de kerkorde.
   In de tweede plaats werden de bestuursleden van de evangelisatie gecensureerd, omdat ze secten en muiterij in de kerkelijke regering hadden aangericht.
   Veertig jaar geleden deed men dat op dezelfde manier in Capelle a/d IJssel. Na veertig jaar is daar het onrecht hersteld. Maar nu gaan ze er in Urk óok weer mee beginnen. Nu heb ik gevraagd of men dat voorbeeld van Urk in Harderwijk, Ermelo, Putten, Nijkerk, enz., ook maar moet navolgen. Ik denk toch, dat ds. Groenewoud dit óok niet zal adviseren.
   En nu het derde punt. Waarom werden de doopconsenten geweigerd? Ik word er van beschuldigd, dat ik de eigen mensen op Urk de waarheid niet durf te zeggen. Welnu, laat ik dan hier in het openbaar nog eens mededelen, dat ik de doop van de rechtzinnige predikant ten volle als wettig erken. Nu kan het echter voorkomen, dat iemand bij de plaatselijke predikant niet kerkt, maar wèl elders of in een evangelisatie. Is het nu zo onbegrijpelijk, dat die mensen ook daar hun kind willen laten dopen?
   Er was een gezin in Nieuwerkerk a/d IJssel wat liever kerkte bij ds. Bax, een confessioneel predikant in Capelle a/d IJssel. Daar kerken ze trouw. Die man wilde natuurlijk zijn kind ook in Capelle laten dopen. En toen heeft die partijzuchtige secretaris van de Geref. Bond na een vriendelijk kerkelijk gesprek toch het doopconsent afgegeven.
   Niet, omdat ik er eerst de handboeken van gereformeerd kerkrecht en gereformeerde beginselen op heb nagelezen, maar alleen omdat we nu in onze kranke kerk met al deze moeilijkheden zitten.
   Ik kom tenslotte tot deze conclusie : door de kerkeraad van Urk wordt het evangelisatie-vraagstuk inderdaad toegespitst.
   Daartegen te waarschuwen was het doel van mijn schrijven, uit liefde tot onze kerk.
   Helaas, is ds. Groenewoud op geen van deze drie bezwaren ingegaan. Hij bracht het niet verder dan de beschuldiging van partijstrijd van de Gereformeerde Bond.
   Dit spijt mij zeer. Ik neem van al hetgeen ik over deze drie punten geschreven heb geen letter terug.
  

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ANTWOORD AAN Ds H. G. GROENEWOUD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's