De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HOFNAR VAN GELRE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

Een verhaal uit het begin der zestiende eeuw

   Deze gedachten, rumoerig en neerdrukkend, maken thans de zwaarmoedige droogscheerder dubbel somber en doen hem alle troost Van Rutger's toespraak missen.
   Opeens — daar wordt hij in zijn gepeins, de anderen in hun aandacht gestoord. Driemaal valt de klopper op de buitendeur neer, wel zacht, maar toch met een regelmaat, die aan geen grap doet denken.
   't Klinkt als ontwijding, nu, in de plechtige stilte van hemelvrede en zich los-voelen van 't aardse, dat anders zo trekt.
   Meester Rutger zwijgt. En opgeschrikt staart men onwillekeurig naar de deur der kamer, of men al terstond •overrompeld zal worden.
   Wat ? Zal nu de vervolging der Lutheranen ook hier beginnen ? Er zijn in de laatste dagen vreemde priesters in Harderwijk gekomen, die zich erg druk hebben gemaakt met het verspreiden onder de poorters van een hoekske met de titel „Van de verveerlicke aenstaende tijt Ende-christes ende van de Endechristes voorlopers", waarin, naar ze weten, de Lutheranen worden uitgescholden voor Martiniaensklanten, duivelstrawanten, onreine honden, die niet waardig zijn, dat men ze mensen noemt." En dat geschiedde op kosten van de hertog.
   Bovendien : er is zoveel bezetting in de stad, uit vrees voor een weldra te verwachten belegering door de keizerlijke troepen, die reeds het sterke Hattem hebben veoverd en wellicht straks Elburg omsingelen ! Wie weet, of......
   Weer valt de klopper. Meester Occo is opgestaan. Ook hij voelt zich ietwat beklemd, doch beheerst zich en zegt kalm :
   „'k Begrijp niet, wie de late bezoeker mag zijn. Al onze vrienden zijn hier bijeen, en klanten — nu, die komen op zo'n laat uur niet. 'k Zal even gaan opendoen. Mocht men van plan zijn ons hier te overrompelen, dan zal ik waarschuwen, door jou, Anna toe te roepen, dat je wel binnen kunt blijven. Loopt dan maar subiet allemaal naar achteren en ziet door de hof weg te komen. Jelui weet : onze hof komt in 't Strooisteegje uit. De sleutel hangt aan de deur."
   Terwijl allen opstaan, neemt hij vastberaden een tinnen kandelaar van de spinde, steekt het stukje kaars met een solferpriempje aan en verlaat met vaste tred de kamer, na met de rechterhand een afwerende beweging gemaakt te hebben tegen de jonge gezel Cornells, die zich, achter de anderen tot nu toe verscholen, gereed maakt om hem te volgen.
   Even een ogenblik van onverholen spanning. Want wel is de vrees bij de meesten door Occo's flinke houding en door de opbeurende woorden van Rutger, die hen wijst op de God Jacobs, zonder wiens toelating geen vijand hen deren kan, verminderd, maar toch — onrust blijft en aller blik boeit de deur, waarachter de overman is verdwenen.
   Hoor, de voordeur gaat open en dicht, en een levendig gesprek in de winkel volgt. Blijde uitroepen van verrassing klinken er op. En meester Occo's waarschuwing blijft achterwege.
   Dus geen onraad ! Wat dan ? Want de doorgestane angst heeft de nieuwsgierigheid bij allen opgewekt.
   Daar naderen voetstappen in de gang en — bijna stormend komt de overman, anders de bedaardheid in persoon, de kamer in. Zijn gezicht tekent blijde vervoering, en met een zware basstem dreunt het naar binnen :
   „Anna ! Anna ! Kijk's, wie dat zijn ! !" Twee als huislieden geklede personen komen achter hem aan.
   Op Occo's uitroep is Anna blijkbaar onthutst. Maar opeens beginnen haar ogen van blijde verrassing te glanzen. Ongedwongen treedt ze op de voorste huisman toe en zegt hartelijk :
   „Welkom, neef Resius ! Welkom hier ! We dachten al " Verder komt ze niet.
   De achterste bezoeker dringt vooruit, neemt de breedgerande hoed af en steekt zenuwachtig de handen uit met de uitroep :
   „Moeder, beste Moeder ! Hier ben ik óók nog ! Heet u mij niet welkom ? !"
   Teerheid, verheuging en, : scherts klinken Anna in die woorden tegen.
   „M'n jongen ! Siebe !" roept de verraste moeder, met beide armen haar zoon aan de borst drukkend. „O., m'n jongen, m'n jongen ! Eindelijk toch ! !" zachter dan, al haar rijke moederliefde in toon en blik weergevend.
   Daarop vraagt ze aarzelend, hem van het hoofd tot de voeten vol verbazing opnemend :
   „Maar hoe kom jij zó hier ? ! — Maar dat straks. — Gaan jullie toch flus zitten. —- Hola, Vader, krijg nog een paar stoelen van de opkamer. — En wacht, honger zal er ook wel in 't land zijn. Eerst eten, dan praten." En haastig loopt ze naar de keuken.
   Intussen hebben al de bezoekers de late gasten hartelijk begroet, althans Resius, die zij kennen ; want wat zij van de zoon des huizes moeten denken, geen die het weet. Die is immers monnik ? Zou die ook hier komen om met de andere vreemde priesters samen te spannen ?
   „Hier, nu maar cordaat toegetast, " zegt vrouw Anna, als ze weer binnenkomt en de tafel belaadt met een schaal brood, ham en worst, benevens twee kroezen bier.
   Resius en Siebe behoeven geen tweede uitnodiging.
   De gasten hebben zich druk pratend weer neergezet, en wachten ; want, ja, hun nieuwsgierigheid is nu zeker ten hoogste gespannen. Niemand toch begrijpt het, hoe Siebe, de monnik, hier als een gewoon mens zich in hun midden heeft willen neerzetten, en dat nog wel zonder pij.
   't Raadsel wordt evenwel spoedig opgelost. Als het avondmaal is afgelopen, zegt Siebe opgewekt :
   „En nu, Moeder, zal ik u vertellen, hoe ik in deze gewone kleding hier kom".

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's