MET DE MISDADIGERS GEREKEND
en met de overtreders is geteld geweest Jesaja 53 vers 12.
Wees dan mijn hulp, houdt U niet ver van Mij; Mij prangt de nood, benauwdheid is nabij !
Ziedaar de zieletoestand van de Heere Jezus, als Hij zwijgend staat bij het kruis, zo juist door Simon van Cyrene afgelegd. Hij proeft reeds het bittere van deze beker vol alsem, die Hem wacht.
Maar nog is het niet genoeg ! Zijn smetteloos reine ziel zal nog feller worden gekrenkt.
Immers, er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden.
Hij is met de overtreders geteld geweest. Het woord van ds profeet Jesaja staat vervuld te worden. Hij, die onder de mensenkinderen alleen zonder zonde was, zal met de misdadigers gerekend worden, opdat ook daarin de zonde en de schuld van Zijn volk, Zijn deel zou worden ; opdat ook daarin Hij zou voldoen aan de eis van Gods gerechtigheid.
Jezus gekruist tussen twee moordenaars. Twee moordenaars ! Maar welk een verscfiil tussen die twee ! De één straks verwezen naar die plaats, waar de worm niet sterft en waar het vuur niet uitgeblust wordt ; de ander naar die plaats, waar eeuwige zaligheid en blijdschap heerst.
Deze zal gezet worden tot een val en tot een opstanding van velen in Israël. Het kruis van Christus brengt op Golgotha de scheiding teweeg en symboliseert daarin wat het altijd zal zijn.
Ziet eerst die ene moordenaar, en let er op hoe in hem de kracht der zonde zich op vreselijke wijze openbaart. Welk een verharding ! Absoluut geen berouw over zijn boze daad, en dat, terwijl hij binnen enkele ogenblikken voor Hem zal moeten verschijnen, die rechtvaardiglijk oordeelt. De haat tegen de Gezalfde des Heeren wordt des te erger, naarmate het tijdstip nadert dat hij voor zijn goddelijke Rechter zal worden gedaagd. Welk een vijandschap !
Is dat nu de Messias, die het volk Israël Verwachtte? Zeker, Hij had er zich voor uitgegeven, dat Hij was de Christus, de Zone Gods. Waar is dan de uitkomst ? „Verlos uzelf en ons !" Is dat nu de Koning ? Waarom toont Hij dan niet zijn goddelijke almacht en maakt Hij geen eind aan die folteringen ? Welk een Verschrikkelijke goddeloosheid !
Dat is nu, mijn lezer, uw en mijn hart van nature. Die poel van goddeloosheid ligt ook in ons hart verscholen. O, wilt toch niet denken, dat het met u niet zo erg gesteld is, maar leert liever opmerken dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God. Vijandschap, dat is 't karakter der zonde !
Want immers, als de Heere ons tegenkomt met de zorgen en moeiten des levens, dan wil ons natuurlijk mensenhart niet erkennen dat het vanwege de schrikkelijkheid der zonde is. Als de Heere ons met Zijn plagen bezoekt, dan zoeken wij in de allerlaatste plaats de oorzaak bij onszelf. Het natuurlijk mensenhart houdt God voor onrechtvaardig, als Hij Zijn oordelen doet komen, inplaats dat het Gods recht erkent en de zonde haat. Het vlees onderwerpt zich der wet Gods niet.
Hier in deze moordenaar hebt ge het ontzettende voorbeeld getekend van, de verdorvenheid van het menselijk hart.
Leert daarom, door genade, uzelf mishagen vanwege uw zonden. Wilt uw boosheid en •vijandschap tegen de Heere erkennen. Bidt om verandering des harten :
Herschep mijn hart en reinig Gij, o Heer, Die vuile bron van al mijn wanbedrijven.
Die herscheppende genade openbaart zich in de tweede moordenaar. In hem ziet ge de kracht des geloofs te voorschijn komen. Hij was ook een boosdoener. Een moordenaar, evenals de eerste.. Maar iemand, die zich door Gods vrijmachtig welbehagen, werkelijk als een moordenaar ziet. Immers hij erkent, dat zij beide rechtvaardig hun straf ontvangen. Hij erkent het recht Gods en ziet, daarom wordt hij van het dreigende oordeel verlost. Hij erkent dat hij, evenals elk mens van nature, verdoemelijk voor God staat. Hij zoekt generlei waardigheid of verdienste in zich zelf. Hij verstaat, dat hij de oorzaak zijner behoudenis niet moet zoeken in iets goeds bij zich zelven, maar dat hij zelf onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.
Wat schittert hier Gods vrije en rijke ontferming over de zondaar !
Wilt toch zien, dat de zaligheid een genadegave Gods is, maar wilt ook opmerken dat de Heere mildelijk schenkt. Immers ook in deze moordenaar komt zo heerlijk naar voren, dat wie in oprechtheid de toevlucht neemt tot de troon der genade, in die zal zich ook de kracht des geloofs op wonderlijke wijze openbaren, ja, die zal smaken de troost van Gods vergevende liefde, die Hij in Christus heeft geopenbaard. Is het niet waar, dat wanneer de stem van Gods toorn tegen de zonde zich in onze ziel verheft, dat wij dan met een heilig beven vervuld worden ? Dan leren wij, evenals deze moordenaar, zien, dat wij voor eeuwig zullen moeten omkomen, tenzij Gods genade ons de hand reikt.
Dan wordt het :
Zo Gij in 't recht wilt treden, O Heer, en gadeslaan Onz' ongerechtigheden. Ach, wie zal dan, bestaan.
Dan wordt God de Heere erkend in Zijn straffende gerechtigheid en dan zucht de ziel : „zo Gij mij verstoot, Heere, 't ware recht".
Maar wilt er dan ook op letten, dat wanneer de zondaar zó de last zijner zonden en misdaden gevoelt, de genade des Heren nooit op zich laat wachten. Wie zijn zonden belijdt in oprechtheid des harten, die zijn ze vergeven. Het buigen voor God wordt altoos omgezet in een door Hem worden opgericht.
Dan openbaart zich het geloof op schone wijze, omdat het uit God is. Dat zien wij in deze moordenaar, die in zijn medekruiseling de zonde bestraft en voor wie een Verlosser aan een kruis de Koning der heerlijkheid is. Door het in zijn ziel gewrochte geloof zag hij in de Gekruiste de Zoon van Gods eeuwig welbehagen.
Maar blikt dan ook nog op naar dat middelste kruis, want daaraan hangt Hij, die uit vrije genade de schatten der heerlijkheid aan een arm en doemwaardig zondaar schenkt. Hij ontsluit aan een moordenaar de toegang tot Zijn hemels Koninkrijk.
Wat is de kracht van Zijn genade toch oneindig groot !
Heden zult gij met Mij in 't paradijs zijn. De eeuwige dood verdiend ; het eeuwige leven ontvangen.
Nog enkele ogenblikken en dan.... voor eeuwig bij de Koning in Zijn hemels paradijs. Hier wordt bewaarheid :
Zo hoog Zijn troon moog' hoven d' aarde wezen.
Zo groot is ook voor allen die Hem vrezen De gunst, waarmee Hij hen wil gadeslaan.
Nog enkele ogenblikken en de moordenaar zal ontvangen de kroon der rechtvaardigheid, welke de rechtvaardige Rechter hem zal geven. Eeuwig zal hij zijn bij Hem, die hem trok met de koorden Zijner eeuwige liefde.
O, ziet toch aan dat middelste kruis de kracht der genade zich openbaren. Ziet die lijdende Heiland. Hij is met de overtreders geteld geweest. Hebt gij nog beter bewijs nodig voor de gezindheid des Heilands jegens u, o zondaar ?
O neen, hoe zwaar uw schuld, hoe groot uw zonde, hoe ernstig uw overtredingen ook, om uwentwil is Hij met de misdadigers gerekend. De Heere heeft al onze ongerechtigheden op Hem doen aanlopen. Daar op de kruisheuvel Golgotha is de ganse hel losgebroken en slechts enkele woorden spreekt Jezus, waarmede Hij de zondaar uit die hel losmaakt. Heden met Mij in het paradijs. Ja, als Zijn ziel zich tot een schuldoffer zal gesteld hebben, zal Hij zaad zien. En dat zaad, een moordenaar ! Ja, een moordenaar is het, die Hij als eerste der Zijnen met Zijn bloed koopt. Een moordenaar ! De genade Gods begint zich dadelijk rijk en vrij te openbaren.
Wanhoopt ge nu nog langer ? O, gij schuldgevoelende zondaar, durft ge niet hopen vanwege de grootheid uwer zonden ? Is het bij u :
Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad. Mijn zonde zie 'k mij steeds voor ogen ziveven. 'k Heb tegen U, ja U alleen misdreven, Uw wil en wet, hoe heilig, stout versmaad ?
Is het zo ? Gode zij dank, want dan heeft de kracht der genade zich ook aan uwe ziel geopenbaard. Breekt dan biddend en worstelend door en ziet op die Worstelaar, die u nodigend toeroept : Komt tot Mij, gij die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u rust geven, ja rust voor uw arme, vermoeide ziel. Als ge de toevlucht neemt tot Jezus, dan zult ge ook verder de kracht van Zijn genade ervaren.
Hij is het de overtreders geteld geweest. Ook voor u ?
Och, ik bid u, onderzoekt uzelven nauw. En wanneer dat onderzoek aan het licht mocht brengen dat de kracht van Zijn genade zich aan uw ziel nog niet openbaarde, dan roep ik het u toe : blijf niet van verre staan, maar pleit op Zijn verdiensten. Op Golgotha is aan het recht Gods voldaan, en heeft Christus de straf der zonde gedragen. Alleen in het kruis is er vrijmaking mogelijk van uw vreselijke zonden, vrijmaking van de dood. Neemt tot dat kruis uw toevlucht, want het is het enige strijdmiddel. Nergens, dan alleen in de schaduw van het kruis, is het veilig. Als ge daar vertoeft, dan leert ge zingen en bidden :
Hij maakt op hun gebeden Gans Israël eens vrij Van ongerechtigheden. Zo doe Hij ook aan mij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's