De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HOFNAR VAN GELRE

FEUILLETON

3 minuten leestijd

Een verhaal uit het begin der zestiende eeuw

   Allen luisteren, luisteren aldoor met steeds meer gespannen aandacht, als Siebe een lang verhaal doet van alles, wat hem vooral in de laatste dagen is overkomen : van zijn zielestrijd, zijn ontvluchting uit het klooster ; van het onweer, de gevangenneming, de verlossing ; maar 't meest van wat de Heere aan .zijn zondaarshart, in Zijn onbegrepen genade, heeft willen doen, en van het heerlijke licht, dat ook voor hem in de duisternis is opgegaan.
   't Is voor allen een practicale prediking na de toespraak van meester Rutger.
   Als de jonge man, wie tranen van aandoening en geluk in de ogen zijn gekomen, zwijgt, zijn moeder Anna eveneens de ogen vochtig geworden. Ze drukt haar jongen bewogen de hand, en dan haar man innig dankbaar aanziende, komt het als een diep, diep uit haar hart opstijgende, juichtoon naar boven :
   „Kijk, Occo, nu hebben we eindelijk onze jongen, die verloren was, terug! Dat heeft de Heere gedaan. Och ! 'k had van Hem de belofte, dat 't zó zou komen. Als Monica moest ik de laatste tijd maar altoos denken :
  Een kind van zóveel gebed en tranen kan niet verloren gaan."
   En dan voor haar doen hartstochtelijk tot Siebe :
   „En nu ga je nooit meer weg van Vader en mij, nietwaar ? "
   „Neen, Moeder, neen ! Als God het mij vergunt, nooit !"

HOOFDSTUK VIII. „MALLE KEESJE."

   Onder de gezellen, die in de werkplaats van meester Occo arbeiden, bevindt zich er een, die ook op de beschreven avondbijeenkomst tegenwoordig was, n.l. de jonge Cornelis. Cornelis van Amsterdam noemt hij zich, of ook wel Cornelis van den Dam ; doch algemeen is hij in de stad bij jong en oud bekend onder de scheldnaam van „malle Keesje."
   Deze jonge man schijnt reeds op het eerste gezicht niet een van snuggerste te zijn ; bovendien is zijn voorkomen verre van aantrekkelijk. Zijn hoofd helt naar de rechterzijde over en is wat te groot, in vergelijking van zijn ineengedrongen lichaam ; zijn gezicht is bolrond en taankleurig ; zijn kleine traanoogjes kijken voortdurend naar twee kanten, zonder dat de eigenaar zulks bedoelt ; zijn benen, mager en kort, staan binnenwaarts. Bovendien speelt er bijna bestendig een glimlach om zijn scheve mond.
   Veel heeft de jongen niet geleerd en wijs is hij zeker niet, maar wat hij kan, kan hij ook goed, en zijn hart is eerlijk en trouw.
   Om één reden verbaast hij menigeen, n.l. om zijn eenvoudige, wijsgerige zin. Zijn woorden komen wel niet zo netjes en gemakkelijk als bij een redenaar zo maar uit de mond rollen ; bovendien bezigt hij bovenmatig veel stopzinnetjes als : „zal 'k maar zeggen, " „al zeg ik 't zelf", en dergelijke, doch hij weet vaak zo aardig te redeneren en kruidt dan zijn betoog met zulke nieuwgevonden kwinkslagen, dat de hoorders bijna altoos hartelijk om hem moeten lachen en heel dikwijls verwonderd uitroepen : „Waar haal je dat alles toch vandaan, Keesje ? " waarop deze dan met een komiek gezicht het stereotiepe antwoord geeft : „Uit mijn bol ; die is immers groot genoeg, al zeg ik 't zelf."

(Wordt vervolgd)

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE HOFNAR VAN GELRE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's