De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

7 minuten leestijd

DOOPZITTINGEN EN DOOPQUESTIES

XVI.

Is het persoonlijk onderhoud op de Doopzitting afgelopen, dan gaat de predikant naar de grote consistorie, waar de vaders en moeders op verzoek nog even bleven wachten. Hij leest daar een gedeelte uit de H. Schrift, spreekt een kort woord in verband met de H. Doop en eindigt met gebed.
   En verder hebben wij het overgegeven in de handen van Hem, Die door Zijn H. Geest machtig is om ook dit nog te heiligen aan menig ouderhart; Doopaanvragen buiten, de zittingen om komen er ook nogal eens binnen.
   Om maar met de oudste te beginnen: Jaren geleden kwam er in mijn eerste Gemeente eens een man op bezoek. Het was dezelfde man, „die nog geen speld tussen de preek kon krijgen". Deze man had vier ongedoopte kinderen en kwam met een zonderling verzoek. Hij zou die kinderen wel bij mij willen laten dopen (hij vond dit blijkbaar van zijn kant al een hele concessie), wanneer ik bij het stellen der doopvragen het woordje „alhier" wegliet.
   Het ging hier over de tweede vraag: „Of gij de leer, die in het Oude en Nieuwe Testament, en in de Artikelen des Christelijken geloofs begrepen is en in de Christelijke Kerk ALHIER geleerd wordt, niet bekent, de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen.
   Bovengenoemde vrager had bezwaar tegen dat woordje, omdat niet overal in de Her­vormde Kerk de waarheid verkondigd werd. Wat men toch al niet vragen kan! Alsof iemand, die waarlijk behoefte heeft aan versterking des geloofs en begeert, dat ook zijn kinderen het teken en zegel van Gods genadeverbond op hun voorhoofd mogen ontvangen, nu over dat woordje „alhier" zal gaan tobben. Het is wat anders, in de aardse kerk voor de zuiverheid der leer op te komen en daaraan vast te houden, dan voor Gods heilig Aangezicht te staan en daar biddend de H. Doop voor onze kinderen te begeren. Wanneer plaatselijk de H. Sacramenten bediend worden naar het bevel en de inzetting van Christus, dan staat of valt het geestelijk welzijn van mijn huisgezin nu verder niet met de oplossing _ van een dogmatische questie aangaande het woordje „alhier".
   Als ik mijn kinderen de Heere opdraag en overgeef en er van verzekerd word dat ook hun de belofte toekomt en dat zij in Christus geheiligd zijn, dan is mij dat zó groot en wonderbaar, dat ik dit alles niet van de weglating van een woordje, althans van dit woordje, afhankelijk stel.
   Dan voel ik: dat zou het hart niet raken. Och, wat arme mensen toch met al hun. hoofdbezwaren!
   Wanneer ik naar mijn gemoed te werk was gegaan, dan zou ik de man onmiddellijk een weigerend antwoord hebben gegeven. Maar ik dacht aan mijn jonkheid en aan de noodzakelijkheid, om mij eerst inzake deze questie eens rustig voor te bereiden, alvorens een antwoord te geven.
   Daarbij kwam ook in mijn gedachten op, dat deze man mij misschien dit conditionele doopverzoek had gedaan, omdat zijn vrouw, die meeleefde met de kerk, haar kinderen gaarne gedoopt zag. Daarom heb ik hem geraden, om over een week nog eens terug te komen; dan zou ik mijn beslissing meedelen.
   Ik ben die week dan ook eens op informatie uit geweest
   Vrager had beweerd, dat hij een domine kende, die de H. Doop ook wel eens bediende met weglating van het woordje „alhier". Dit kwam mij wel wat ongelofelijk voor. Immers, werpt een predikant zijn eigen kerkglazen niet in, wanneer hij zelf de H. Doop bedient en het niet durft vol te houden, dat ook in zijn Dienst de waarachtige en volkomen leer der zaligheid verkondigd wordt?
   Mijn vermoeden bleek dan ook juist. Na schriftelijke informatie bij bedoelde predikant kreeg ik ten antwoord, dat het een puur verzinsel was. Het woordje „alhier" was nog nooit weggelaten, wanneer hij doopte. En wel daarom niet, omdat men het kon opvattent „in de ward Christelijke Kerk op aarde".
   Ten tweede, omdat men het ook wel kan laten slaan op de plaatselijke kerk.
   Precies een week later kwam de man terug en heb ik hem de gronden mijner weigering meegedeeld. Mij kwam het evenzeer voor, dat in het woordje „alhier" toch wel een sterk plaatselijk karakter lag.
   Van mijn verdenking, dat hij misschien gaarne domine en kerk naar zijn hand had willen zetten, sprak ik maar niet.
   Met de betuiging, dat hij dan zijn kinderen wel bij een „oefenaar" zou laten dopen, is hij afgetrokken. Inderdaad deed hij dat, een week of wat later, daarmee zelf bewijzend, dat hij het met het woordje „alhier" toch zo nauw niet nam. Zijn ultimatum kwam hierop neer: „Alhier of alhier niet!"
   In de steden beleeft men van alles. Een juffrouw kwam mij vragen of ik nog gauw even een kindje wilde dopen van haar buurvrouw, dat pas gestorven was. Het goede mens had er zich expres voor uitgesloofd, zoals buur juffrouwen wel meer de gewoonte hebben, zich met eens anders doen te bemoeien. Wij hebben haar aan het verstand trachten te brengen, dat voor de doden alles beslist is en dat de H. Doop voor de levenden is.
Over de moeilijke plaats, 1 Cor. 15 : 29 „Anders, wat zullen zij doen, die voor de doden gedoopt worden? " heb ik maar niet gesproken. In elk geval spreekt deze plaats niet van een doop der gestorvenen zelf. Een paar mensen komen met het volgende:
   „Wij zijn Rooms gedoopt, maar wilden gaarne even Protestants gedoopt worden".
   Hetgeen natuurlijk niet geschieden kon; daarom al niet, omdat de Roomse Doop ook door ons erkend wordt.
   Een belangstellend lid der Kerk komt u waarschuwen en zegt: „Gaat u toch zo spoedig mogelijk naar dat gezin. De kinderen zijn daar alle ongedoopt en de moeder wil ze liever protestants gedoopt hebben. De vader is Rooms, maar kan het niet schelen. De pastoor loopt er storm en doet namens de Roomse Kerk allerlei beloften. Moeten die kinderen nu niet door u gedoopt worden? "
   . Zullen wij de wedloop met de Roomse Kerk aanvangen op dezelfde wijze en met dezelfde middelen, die zij daarvoor gebruikt?
   Hiermee heb ik u wel een bonte staalkaart gegeven en u verschillende doopraadselen voorgelegd.
   Wil men een ware indruk krijgen van de toestand in onze Kerk, dan moet men een dergelijke doopzitting eens hebben meegemaakt. Men voelt dan pas, wat er alzo te koop is en wat er in haar eigen boezem nog te doen is. De ambtsdrager bemerkt daar niets van, wanneer hij op de kansel staat.
   Wanneer hij optreedt in volle kerken en voor een aandachtig gehoor, dan is dat zeker een indrukwekkend iets, dat de belangstelling voor het Woord bewijst, maar op de Doopzittingen treedt er altijd weer iets van de grote verwording der Kerk aan de dag.
   En dat zijn nog de mensen, die met de Kerk in zoverre niet gebroken hebben, dat zij althans (hoe dan ook? ) hun kinderen nog komen aangeven voor de Doop.; om van de anderen hier maar niet te spreken, voor wie de Kerk al lang heeft afgedaan.
   Hoe menigmaal zijn wij geheel gedesillusioneerd thuis gekomen.
   Neen, waarlijk, het is niet iets, om er trots op te wezen, dat wij in ONZE Kerk althans niet hebben de strijd over de veronderstelde wedergeboorte in verband met de H. Doop; want, mijn lezer, veronderstel nu toch eens wat bij zulke toestanden!
   Er moet dan evenwel onmiddellijk aan toegevoegd worden, dat veronderstellingen altijd min of meer gevaarlijk zijn. Dat geen enkele Kerk geheel of gedeeltelijk daarop gebouwd mag worden of daarop voortleven kan. Veronderstellingen nemen als vanzelf vaak de dingen uit Gods hand en leggen ze in mensenhanden en in aardse kerken vast. Uit stilzwijgende veronderstellingen zijn al wat een dwalingen voortgekomen. Niet alleen op het terrein van de veronderstelde wedergeboorte, maar ook op ander gebied. Naast de in Christus vervulde beloften hebben wij geen veronderstellingen apart meer nodig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's