De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE NIEUWE BIJBELVERTALING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE NIEUWE BIJBELVERTALING

10 minuten leestijd

   Hoe staan wij tegenover de nieuwe vertaling ? Ziedaar een vraag, die bij velen opkomt.
   Indertijd werd vanwege de Gereformeerde Bond een uitvoerig rapport samengesteld omtrent de nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament, waaraan vele van onze predikanten hebben medegewerkt. Dit rapport werd toen bij de Synode ingezonden.
   Thans is ook de nieuwe vertaling van het Oude Testament gereed gekomen. Het Hoofdbestuur vindt echter geen aanleiding om weer zulk een rapport te doen opmaken.
   Wij hebben trouwens nog geen tijd gevonden om nauwkeurig kennis te nemen van de nieuwe vertaling van het Oude Testament en deze met de Statenvertaling te vergelijken. Het is tot nog toe gebleven bij een enkele steekproef.
   Van meer belang is het, wat de Synode zal doen. Want met alle respect voor de gewichtige en veelomvattende arbeid van de mannen, die aan deze vertaling gewerkt hebben, heeft zij als zodanig geen kerkelijke sanctie. Het is een onderneming van het Bijbelgenootschap.
   Op zich zelf doet dat uit de aard der zaak van de verdiensten van dit werk niets af. De Statenvertaling kwam op last van de Staten-Generaal tot stand, deze nieuwe op last van het Bijbelgenootschap.
   Voor de kerken staat het nu zo, dat naast de Statenvertaling, welke tot nu toe de gebruikelijke en als zodanig gezaghebbende was en nog is, een nieuwe vertaling van het Bijbelgenootschap is verschenen, waaraan de gezaghebbende mannen op het gebied van de Oud- en Nieuw- Testamentische wetenschap hebben gewerkt. Het ligt dus voor de hand, dat de resultaten van het onderzoek op dit wetenschappelijk terrein daarbij zijn verwerkt. Dat kan in menig opzicht ten goede zijn gekomen aan de nieuwe tekst. Het behoeft zelfs de gewone Bijbellezer niet te ontgaan, dat er zinsneden in de Bijbel voorkomen, die het gevoel wekken, dat de vertaling van de grondtekst op moeilijkheden stuit. Wie de grondtalen kent, weet daarvan mee te spreken. Lees maar eens aandachtig de 73ste psalm. Men denke echter niet, dat alle moeilijkheden in de nieuwe vertaling overwonnen zijn. Dat kan men trouwens niet verwachten. Er is echter nog een andere kant aan deze zaak. Hoe nuttig het wetenschappelijk onderzoek ook moge zijn, vertalen is niet alleen een kwestie van taalwetenschap en kennis van de hier bij te pas komende zaken als historie, volkenkunde, aardrijkskunde enz.
   Dat nu is in inzonderheid van toepassing op de vertaling van de Heilige Schrift.
   Hierbij komen geestelijke factoren in het geding. Gelijk men de geest van een auteur van een boek moet kennen om die in zijn vertaling te kunnen vertolken, zo geldt dit niet minder voor de Bijbelvertaler.
   Wij belijden, dat de Heilige Geest de verborgen Auteur der Heilige Schrift is en dat wij alleen door het getuigenis van die Geest in onze harten die Schrift als Gods Woord verstaan. En zo naderen wij tot een opmerking, welke kan worden vernomen, n.l. de Statenvertalers werden geleid door de Heilige Geest en kunnen wij dat nu van deze vertalers ook zeggen ?
   Men zij voorzichtig met zulke vragen. Zeker, wij hebben grote bewondering voor de Statenvertalers en voor hun arbeid, die zulk een getuigenis rechtvaardigt. Het is mogelijk, dat het nageslacht ook van deze nieuwe vertalers zo spreken zal, want wie zal de verborgenheid van het werk des Heiligen Geestes naspeuren ? Daarom zij men niet haastelijk gereed om het tegendeel te beweren op grond van de overweging, dat mannen van verschillende geest en van verschillende richting aan deze vertaling hebben medegewerkt.
   Zou daarom de Heihge Geest niet in het werk kunnen zijn ? Dat zal een man, die God vreest, toch niet zo gemakkelijk beweren.
  
   De nieuwe vertaling moet trouwens haar waarde en betekenis nog bewijzen. Dat is een zaak, waarover wij vandaag eigenlijk niet kunnen spreken.
   Maar nu is het de vraag : hoe zal zij kunnen bewijzen, v/at zij waard is voor de gemeente des Heeren ?
   Daarom is het van het hoogste belang, wat de Synode in deze zal doen. Zal zij weer de methode volgen van de nieuwe gezangbundel, van het dienstboek en van ,, Fundamenten en Perspectieven", en de nieuwe vertaling bij wijze van proeve in de kerk brengen ?
   De verwarring is reeds groot. Wat kan men al niet op de kansel vinden : een oud kerkboek, als dit tenminste niet geheel ontbreekt, een nieuwe gezangbundel, een dienstboek met verschillende formulieren, mogelijk een kerkboek der Gereformeerde Kerken, en zo straks misschien naast de grote Statenbijbel een nieuwe vertaling. Wat is nu officieel kerkelijk ?
   In de grond der zaak nog altijd de Statenbijbel en de oude fornyilieren. Maar men zal bij wijze van proef alles mogen gebruiken en ten slotte zal het er nog op uitlopen, dat iedere predikant er een individueel kerkboek op na houdt, behalve dan degenen, die aan een meer Schriftuurlijk kerkelijk leven de voorkeur geven.
   Het ware te wensen, dat de Synode niet voortging op deze weg der verwarring.
   Eén geloof, één doop, éen Heere, zegt de Heilige Schrift. Daarbij past geen veelheid van formulieren voor de bediening der sacramenten, voor de bevestiging in de ambten en in het huwelijk.
   Of is het gevaar denkbeeldig, dat daarmede de enigheid des geloofs en van de doop reeds zoek is ?
   Men wil geen hotelkerk en terecht, maar daarbij zal men zulk een orde of wanorde vergelijken ? Men zou haast aan een soort geestelijke jaarbeurs denken, waar ieder zijn „stand" naar welgevallen inricht. En dat alles op rekening van de idee ener Christus belijdende volkskerk. (Vgl. de Synodale uitspraak over de schoolkwestie).  
   Als men op die weg voortgaat, zal eeu later geslacht anders denken over degenen, die thans voor sectariërs en partijstrevers worden uitgemaakt.

   Wat wij dan zouden wensen ? Wij behoeven gelukkig niet van de critiek te leven, zoals sommigen de gewoonte hebben.
   Het is met een vertaling zó gesteld, dat de aangebrachte wijzigingen in de Satenvertaling alle niet even gewichtig zijn en principiële kwesties raken. Er zijn wel mensen, idie van principes niet willen weten, en andere, die van alles een principe maken. Wij wensen ons noch aan het éne, noch aan het andere te vergrijpen. Principes zijn niet in het algemeen als luchtledige dingen te veroordelen, maar juist daarom zijn alle gedachten nog geen principes. Ook de nieuwe kerkorde spreekt van fundamentele stukken.
   Welnu, ook ten aanzien van de vertaling kan het zijn nut hebben te onderscheiden. Allengs is de Statenvertaling in onze huisbijbel niet meer de oude Statenvertaling. Zij is, zonder dat velen zich daarvan bewust zijn, aan het nieuwere taalgebruik aangepast. V/ij zijn dan ook geenszins van oordeel, dat aan Gods Woord te kort wordt gedaan, als men niet , , wijf", maar „vrouw" leest. Wie meent, dat de rechte vroomheid zich daarin onderscheiden zou, zoals wij dat wel eens hebben aangetroffen, dat men naar de oude stijl: ,, ende voor „en", „wijf" voor „vrouw" — om maar geen andere voorbeelden te noemen- leest, vergist zich.
   Zo zijn er in de nieuwe vertaling wijzigingen aangebracht, die een overzetting in de gangbare spreektaal bedoelen te zijn en niets meer. Over zulke plaatsen behoeft men niet lang te redekavelen.
   Dat wil nog niet zeggen, dat wij zulke veranderingen altijd kunnen toejuichen, want uit een oogpunt van stijl beoordeeld, zal menigeen aan de oude overzetting de voorkeur schenken.
   Wij hebben dus het oog op zulke veranderingen, waarbij de zin van de oude vertaling dezelfde is, doch waarbij alleen de vorm van uitdrukking een andere is. Lees b.v. de zaligsprekingen (Matth. 5) in de oude en de nieuwe vertaling : in vers 9 vindt men voor „vreemdzamen" „vredestichters". Dit laatste woord geeft letterlijk de grondtekst weer, (Vgl. Col. 1 VS. 20 „Vredemakende" door het bloed des kruises). De toevoeging : „want zij zullen kinderen Gods genoemd (voor het oude genaamd) worden", legt verband tussen de ,, vredestichters" en de vrede door het bloed des kruises. De zaligspreking ziet dus op de vreedzame gezindheid des geloofs en daardoor is er iets van dat „vrede maken" in hen. Toch gevoelen wij meer voor het behoud van ,, vreedzamen".
   In vers 10 is „die vervolgd worden" (oude vertaling) vervangen door de „vervolgden", wat ook in de grondtekst staat. In Handel. 21 vers 34 leest men kazerne voor legerplaats. Dat spreekt misschien meer aan, maar is daarom nog niet mooier.

   Anders staat het met een vertaling, die de zin van de tekst verandert of in een geheel ander licht stelt. Les b.v. 2 Timotheüs 3 vers 16: Oude vertaling : „Al de Schrift is van God ingegeven" en de nieuwe vertaling:  „Elke van God ingegeven Schriftplaats is"....... De oude vertaling is in geen geval dwingend.
   Men gevoelt het onderscheid. De oude vertaling geeft een uitspraak over de Schrift: ; " Al de Schrift is door God ingegeven" en gaat verder met de nuttigheid van de Schrift uit te drukken. De nieuwe vertaling doet geen uitspraak over de als zodanig bekende Schrift, maar tekent de nuttigheid van iedere door God ingegeven Schrift.
   Zij, die deze tekst aangrijpen om daarmede een bewijsplaats aan te voeren voor de goddelijkheid der Heilige Schrift, steunen op de oudd vertaling, maar kunnen van de nieuwe in die zin geen gebruik maken. De nieuwe vertaling kan intussen niet aangevoerd worden tegen de belijdenis, dat de Heilige Schrift door God is ingegeven. En deze belijdenis steunt niet op de oude vertaling van 2 Tim. 3 vs. 16. Het staat echter wel zó, dat men bij de oude vertaling is geleid door zijn geloof in de goddelijkheid der Heilige Schriftuur.

   Zo kunnen er gevallen zijn — en die zijn er meer — waarin de vertaling, bij de oude vergeleken, een andere zin geeft. Dergelijke zijn het uit den aard der zaak, die haar recht en betekenis voor de gemeente moeten bewijzen. Terwijl de eerste groep in het algemeen zonder bezwaar kan worden overgenomen, behoudens voorkeur voor stijl, kan men dat met de zinveranderende vertalingen niet doen. Daarom zouden wij de voorkeur geven aan kanttekeningen, waarin de nieuwe vertaling — voor zover daarniee meer of min ingrijpende zinswijzigingen zijn gemoeid of een omstreden uitdrukkingsvorm is gekozen, werd afgedrukt. Bij de prediking en de Schriftlezing zou daarvan gebruik worden gemaakt en allengs zou omtrent een en ander een algemeen gevoelen van het al of niet juiste en geschikte van zulke vertalingen tot een beslissing kunnen leiden haar in de tekst op te nemen of te verwerpen.
   Wij verwachten niet, dat de Synode voetstoots zal overgaan tot deze maatregel, hoezeer dit ook aanbeveling zou verdienen.
   Dat verhindert echter niet, dat een ieder voor zichzelf toch deze methode kan volgen door naast de Statenvertaling de nieuwe te vergelijken.
   Overigens zal ook de toestand der financiën van invloed zijn op de gang van zaken. De kerkvoogdijen kunnen er niet aan denken, ook als men dat zou wensen, alle bijbels te vernieuwen. De gemeenteleden schaffen geen nieuwe vertaling aan, als zij een goede oude vertrouwde Bijbel hebben.
   Vele kerkeraden zullen bij de huwelijksinzegening de oude vertaling uitreiken.
   Zo duikt een nieuwe vraag op, n.l. Wat zal de drukker doen ? Alleen nieuwe vertaling drukken ? En zal dan een andere drukker voorzien in de vraag naar de Statenvertaling ? Zal op die wijze het gebruik van oude en nieuwe vertaling weer een kenmerk van zuiverheid of onzuiverheid worden ?
   Men ziet, dat hier een taak voor de Synode ligt om de verwarring niet nog groter te maken. Zij zal zich rekenschap hebben te geven van het feit, dat er een nieuwe vertaling is, en hebben te overwegen, wat zij ten opzichte daarvan doet. Het kan geen aanbeveling verdienen het officieel gebruik (dus op de kansel) over te laten aan de smaak van de predikanten. De nieuwe vertaling voor officieel gebruik te ordonneren, zou weinig beleidvol zijn en in verschillende kringen weerstand wekken. Daarom o.m. zien wij de Satenvertaling voor officieel gebruik aangewezen, terwijl de Dienaren des Woords wordt aanbevolen niet te verzuimen de nieuwe vertaling steeds naast de oude te bestu­deren en te waarderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE NIEUWE BIJBELVERTALING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's