EEN DOMINE VERTELT
Voorbereiding Heilig Avondmaal
XVII.
Nu nog een enkele opmerking over de toestand in eigen kring. Nog kort geleden waren wij genodigd namens de Synode, ter conferentie in Woudsohoten. En werden daar twee referaten gehouden, waarvan ik alleen het laatste noem : „de avondsmaalspractijk in Corinthe" (1 Cor. 11 vs. 17:34).
Terwijl ik daarnaar zat te luisteren, kwam er een ondeugende gedachte bij mij op, namelijk deze: Behandelt de referent dit onderwerp van zich zelf of heeft de Synode hem soms gestimuleerd om er over te spreken ? Dat kon immers wezen, nietwaar ?
De gereformeerden leggen voortdurend de nadruk op het Woord, het gezag daarvan en de onmisbaarheid daarvan en op de Belijdenisgeschriften, uit dat Woord geput ; het kon toch best wezen, dat de Synode ons nu eens wilde vragen : Maar hoe staat het nu in uwe (Gemeenten met de Bediening van het Heilig Avondmaal ? Is het bij u in orde ?
De referent zelf beschuldigde ons niet. Hij wilde ons wel ernstig waarschuwen voor het afmanen van de Tafel des Heeren.
Niet gaarne zou ik hierop willen beweren, dat het in dit opzicht bij ons in orde is. Hetgeen tevoren hierover geschreven werd, wijst er al op woordelijkheid heeft voor geheel het onderwijs. Dit toch zou kunnen betekenen, dat de Hervormde Kerk verantwoordelijk is voor wat er in de scholen, ook bij het niet-kerkelijk en niet-Christelijk onderwijs geleerd wordt. Als dat juist ware, zou de kerk bij machte moeten zijn om dat onderwijs in overeenstemming te brengen met haar belijdenis, wanneer dat niet het geval is.
Daar zullen wel predikanten zijn, die in de Voorbereiding de eisen zo zwaar stellen, dat bijna niemand aan de Tafel des Heren durft te verschijnen.
Er zijn predikanten, die lidmaten aannemen en bevestigen, maar de Avondmaalsvraag in het minst niet op het hart binden.
Er zijn Gemeenten, waar de Bediening van het Heilig Nachtmaal wel eens overgeslagen werd, omdat domine met de Kerkeraad overhoop lag.
Wanneer hier of daar dergelijke wantoestanden gevonden worden, dan kan et zich geen gezond gereformeeird geloofsleven ontplooien.
Wij zijn hier dus boven waarschuwingen allesbehalve verheven en iedere Evangeliedienaar heeft zich in deze voor Gods heilig Aangezicht te stellen.
Wanneer het nu echter van andere zijde voorgesteld wordt, alsof de Avondmaalsvraag bij ons het zwakke punt zou zijn, dan zeggen wij : Neen, dat nemen wij niet. Want wij blijven overtuigd, dat een waarachtige beproeving van ons zelf vooraf moet gaan aan de toetreding tot de Tafel des Heren. Wij hebben onze bezwaren tegen de grote toeloop van jonge lidmaten, die men éénmaal ziet en daarna niet meer.
Volle Avondmaalstafels zijn nog geen bewijs van waar Gemeenteleven.
Op diezelfde conferentie in Woudschoten werd over en weer heel wat gesproken. De toon was zeer zeker goed, al kwamen wij helaas elkander niet nader. Men schrijve dit niet toe aan onwil onzerzijds alsof wij de kiemen van sectarisme in ons zouden dragen en ons liever afzonderen. Wij voelen ons Hervormd in hart en nieren en onderschrijven de Belijdenisschriften onzer Kerk. Wie ons voor sectariërs scheldt, behoeven wij daarop niet te antwoorden.
Intussen blijft het feit, dat wij verschillende dingen zo heel anders aanvoelen. Men hoort telkens weer zeggen : „Wij zijn samen ziek en moeten samen gezond worden !" Men bedoelt dan zeker : Als leden der Kerk zijn wij samen ziek ; want op ons zelf zijn we niet ziek, maar dood in zonden en misdaden.
Doch goed ! wij nemen dat dan even over : We zijn samen ziek ! We kunnen samen alleen gezond gemaakt worden door de enige Medicijnmeester. Dat hebben wij dan gemeen. Maar nu de ziekte. Hier blijkt terstond dat wij lang niet aan dezelfde ziekte lijden.
Moeten de gereformeerden toch ernstig toezien, dat zij bij het vasthouden aan het gezag van de Heilige Schrift en aan de leer, niet opgaan in dorre verstandelijkheid ; moet onze dagelijkse bede zijn: ,,Heere, leer mij die belijdenis, die vlees en bloed niet openbaart, maar de Vader in de hemelen !", de middenorthodoxie mag zich zeker wel herzien ten aanzien van het onvoorwaardelijk buigen voor het gezag van Gods Woord. Wij willen dat in geen enkel opzicht discutabel gesteld hebben en kunnen zelfs geen uitstel van deze zaak ook maar enigszins toelaten. Want intussen worden allerlei ,,modaliteiten" binnengehaald (dat wil zeggen : geraadpleegd), die ook de term : „Gods Woord nog wel aanvaarden, maar het opvatten op hun manier en intussen neemt de vervlakking en de vervaging hand over hand toe.
De kerk moet weer Kerk worden ; zeker, maar dan niet zeggen : Over bovengenoemde zaken spreken wij later. Hoe kan de kerk weer Kerk zijn, wanneer hare taal niet Schriftuurlijk duidelijk en klaar is ?
ledere wantoestand brengt haar eigen ziekten terstond mee. Dat moeten de gereformeerden onthouden, maar evenzeer de middenorthodoxie. Want wee, wanneer de Belijdenis van een Kerk zelf ziek zou zijn ! Wanneer de leer ziek is, is het leven dat evenzeer. Ook al zou men zeggen : Wij preken het leven !
En ik vrees, dat de hele Nieuwe Kerk orde al met een gevaarlijke ziekte begint, namelijk in Artikel 10. Al zegt men dan, dat: „in gemeenschap met" nog sterker is dan „in overeenstemming met"
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's