DAARVAN KOMT NIETS!
Prof. Grosheide schrijft in ,,Belijden en beleven" d.d. 2 Mei j.l. naar aanleiding van de uitspraak der Synode in verband met de kwestie Hardegarijp.
Wij nemen daaruit het volgende gedeelte over :
Nu moeten we eerst een misverstand wegnemen. Er zijn er onder ons, die zeggen, nu zullen de ogen der rechtzinnig Hervormden, toch wel open gaan. Nu zullen zij wel zien, dat het toch mis is met de Hervormde Kerk. Zij zullen haar verlaten, misschien wel bij ons komen. Wie zo redeneert, vergist zich deerlijk. Daarvan komt niets. Zelfs de broeders en zusters van de Gereformeerde Bond zullen rustig (enkelen misschien onrustig) in de Hervormde Kerk blijven. Zij gaan voort in de oude lijn. Zij zullen deze en andere beslissingen van hun Synode naast zich neerleggen, hun kinderen naar de Christelijke school zenden, daarvoor blijven ijveren en verder niets doen.
Gaarne grijpen wij de gelegenheid aan om daaraan enige opmerkingen vast te knopen. Prof. Grosheide ziet zeer wel in, dat de „broeders en zusters van de Gereformeerde Bond" —• rustig of onrustig, dat laten wij in het midden —, in de Hervormde ; Kerk blijven. In ieder geval houdt hij er zich van overtuigd, en wij geloven, dat de Geref. Bond geen heil ziet in een nieuwe doleantie.
Wij kunnen dan ook waarlijk niet aannemen, dat een uittocht iets anders dan een repetitie van het verleden zou betekenen.
Nochtans komen, naar wij onderstellen, dergelijke verwachtingen voort uit een verlangen, dat ook bij de gescheiden broeders leeft, naar de kerkelijke eenheid van de gereformeerde gezindheid. Dat verlangen komt trouwens op uit de gemeenschappelijke belijdenis en beantwoordt in zoverre aan een eis, die inderdaad van belang genoeg is om alle gereformeerde belijders onrustig te maken bij de aanblik der versplintering van het gereformeerd kerkelijk leven.
Het verheugt ons dan ook zeer, dat dit vraagstuk de aandacht heeft van de kerkelijke instanties en dat er althans pogingen in het werk worden gesteld om zich rekenschap te geven van de vragen en bezwaren, welke aan het vraagstuk verbonden zijn, en om te onderzoeken, wat in dit opzicht kan worden gedaan. Allerlei factoren laten hier hun invloed gelden en komen in het gezichtsveld dergenen, die zich er mede bezighouden. Zonder daarop ook maar te kunnen ingaan, kan het voor allen, die zich daarmede bezighouden, duidelijk zijn, dat het historisch gewordene ook zijn woordje mede spreekt.
Geschiedenis! en traditie zouden in de verschillende kerkelijke groepen der gereformeerde gezindheid een doorbraak van krachtig geloofsleven vragen, dat zich een weg baant door alle bezwaren en moeilijkheden heen.
Redeneringen als in de aangehaalde zinsneden aan de dag treden dergenen, die menen, dat de ogen der gereformeerden in de Hervormde Kerk nu wel zullen opengaan, zijn in hun eenvoudige logica tot weinig nut. Zij gaan uit van onderstellingen, die de facto de Hervormde Kerk prijs geven, en dat is het nu juist, wat de Hervormd-gereformeerden niet doen.
Men kan dit ook van de andere kant bekijken en zeggen : Laat alle gereformeerden met hun hebben en houden zich aandienen bij de Synode der Hervormde Kerk en zich daar samenvinden. Voortgaande in dezelfde eenvoudige logica zou dit een weg kunnen zijn, die tot een reorganisatie zou leiden in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis. Onderstel zo iets !
Hoe zouden de gereformeerde broeders buiten de Hervormde Kerk reageren, als wij in alle ernst zulk een oplossing van het vraagstuk der gereformeerde gezindheid propageerden ?
Wij doen dat niet. Niet, omdat het geen oplossing zou zijn, maar, omdat wij niet geloven, dat men die zal aangrijpen.
In de Hervormde Kerk spreekt men tegenwoordig van modaliteiten in plaats van richtingen. Hierin is althans ten dele een onjuiste waardering van contraversen en een vervlakking daarvan te constateren.
Het zou intussen met meer recht van toepassing zijn op de gereformeerde gezindheid in haar verschillende kerkelijke organisaties. Inderdaad is er aanleiding om in de gereformeerde gezindheid verschillende typen of modaliteiten te onderscheiden, hoewel zij als geheel niet trouw blijven aan de gereformeerde belijdenis.
Wij laten hierbij buiten beschouwing, dat er klaarblijkelijk ook in de Gereformeerde Kerken zijn, die verwantschap vertonen met de nieuwe koers in de Hervormde Kerk.
De modaliteiten in de gereformeerde gezindheid behoeven intussen op zich zelf geen beletsel te zijn voor een gemeenschappelijk kerkelijk leven. Dit zou er in het samengaan zeker bij winnen en aan de bezwaren der eenzijdigheid tegemoet komen. Doch in de huidige kerkelijke organisaties der gereformeerde gezindheid — men kan dat niet ontkennen -- heeft de eenzijdigheid van het type de overhand. Maar een bezwaar is het. En de weg naar een gemeenschappelijk kerkelijk leven zal daarmede niet alleen hebben te rekenen, maar zal ook ruimte moeten bieden vooi de verschillende typen.
Meer willen wij er thans niet van zeggen. Doch de gereformeerde broeders zullen goed doen te bedenken, dat het gescheiden kerkelijk leven der gereformeerde gezindheid aan allen, die gereformeerd belijden, een eis stelt om uit eigen isolement los te komen. Het is onjuist en brengt de zaak ook niet verder, als men zit te wachten, of de Hervormd gereformeerden zich zullen opmaken om over te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's