EEN DOMINE VERTELT
Bediening Heilig Avondmaal
XVIII.
Welk een taak voor de Voorganger : de Bondszegelen persoonlijk over te mogen reiken aan de aanzittende gasten.
In de prediking des Woords wordt ook het Hemelrijk den gelovigen open gedaan en den ongelovigen toegesloten; maar men kent die gelovigen niet. Men weet niet met name, wie het zijn.
Wij zeggen niet: „dat is voor u !" terwijl wii de persoon dan meteen aanwijzen. In dé preek kunnen en mogen wij dat niét dóen ; noch direct, noch indirect.
ïn het H. Avondmaal is het echter in zoverre iets anders, dat wij de Bondszegelen overreiken aan degenen, die daar aanzitten. Wij zien hen daar aan de Tafel en voelen ons door de band des Geestes en der' liefde met hen verbonden.
Wat heeft het ons menigmaal goed gedaan, wanneer ook medebroeders in het ambt met Ons aanzaten of personen, van wier belangstelling wij al lang overtuigd waren, maar die tot heden nog geen vrijmoedigheid hadden.
Meermalen is mij gevraagd : ,,Maar gelooft of veronderstelt gij dan, dat allen die aan het H. Avondmaal komen, bekeerde mensen zijn? "
Het antwoord kan eenvoudig luiden : ik geloof of veronderstel niets. Ik ben geen hartekenner en heb mij op de weg van het oordelen niet te begeven. Hetzelfde voorbereidingswoord heeft over allen weerklonken. Nu is het van mij af. Ik ben een mens en mag niet aan het schiften gaan. Wel mag ik mij verheugen, dat de Heere daar Zijn leden aan de Tafel riep, om samen 's Heeren dood te verkondigen en met elkander iets te mogen smaken van de eenheid in Christus ; van de gemeenschap der heiligen.
De hypokrieten en anderen laat ik maar aan God over.
Mocht iemand mij de ondeugende vraag willen stellen of ik mij ook wel eens verheugd had, wanneer andersdenkenden in de Gemeente onder mijn bediening aan de Tafel des Heeren kwamen?
Met alle vrijmoedigheid mag ik daarop antwoorden : ja, döt was mij ook een vreugde, wanneer ik die mensen kende als beslist meelevende leden, die zich de Belijdenis van de Christus ook in handel en wandel niet schaamden en alleen steunden op het Zoenoffer des kruises.
Gij begrijpt dus wel, hoe ik dat woord „andersdenkend" hier versta. Ik wist dan wel zeker„ dat die mensen niet kwamen om mij en zich evenmin lieten weerhouden door mij. Zij dachten op dat ogenblik niet aan de bijzaken, die ons scheidden, maar aan het Ene, dat ons verbond. En dat deed mij goed.
Op Kerkeraadsvergadering hadden wij elkander wel eens „in de haren" gezeten over Jeugddienst, Zendingsaangelegenheden en nog wat; maar mochten wij elkander ontmoeten aan de voet van het kruis, dan was het ons goed.
Paulus heeft geschreven: „In Christus is noch ]ood, noch Griek, maar een nieuw schepsel". Dat mogen wij óok wel zó verklaren : In Christus is noch Gereformeerde Bonder, noch Confessioneel, noch rechts Ethische, maar een nieuw schepsel.
Over het gebruik van bekertjes bij het Heilig Avondmaal zou ik hier ook wel iets willen zeggen. Het is eigenlijk met enige schuchterheid, dat ik dit doe, omdat de dingen, waarom het hier gaat, zo heilig en daarom zo teer zijn en naar ons gevoelen niet getrokken mogen worden binpen de sfeer van onze dagelijkse levensgewoonten. Zolang het gebruik van verschillende bekertjes alleen in vrijzinnige Gemeenten nog maar bestond, hebben wij, ik zeg niet, geen aandacht er aan besteed, maar wij begrepen, dat het in verband stond met de geheel andere opvatting, die de vrijzinnigen aangaande het Heilig Avondmaal hebben en ook aangaande de Heilige Schrift en de Woorden van Christus Zelf.
De laatste jaren is dit echter aan het veranderen. Ook in verschillende zogenaamde middenorthodoxe Gemeenten zijn de bekertjes al ingevoerd. Waarom? Dat durft men vaak niet hardop te zeggen, maar onder elkander fluistert men toch wel, dat dat drinken uit één beker, nu ja allesbehalve is. Men vindt het niet hygiënisch. De lichamelijke gezondheid wordt er bij te pas gebracht en men komt aandragen met allerlei veronderstellingen.
Terwijl deze dingen op de achtergrond van het denken liggen, gaat men dan aan het vragen, wat er eigenlijk tegen het gebruik van verschillende bekertjes is? Daardoor — zo zegt men •— wordt de eenheid toch niet aangetast, want het is toch één wijn, die men drinkt en één brood, dat men eet. Bovendien — gaat men voort — vieren wij het H. Avondmaal ook niet precies zó, als in de dagen van de Heere Jezus, want vermoedelijk lag men toen aan en zat men niet aan.
't Is gemakkelijk, om hier allerlei woorden te bedenken. Laat mij hier de dingen nu maar zeggen zonder omwegen : Zolang een mens nog bang is, dat hij aan de Tafel des Heeren iets schadelijks zou kunnen opdoen, laat hij dan maar liever wegblijven, want hij onderscheidt nog niet het lichaam en bloed des Heeren. Hij haalt zich van alles in zijn arme hoofd, maar draagt zijn zondennood voor God nog niet als een last met zich mee. Och, als onze schuld voor een heilig God ons door de werking des Heiligen Geestes maar waarlijk neerdrukt en als de Meester ons dan roept, dan hebben wij wel wat anders, dat ons bezig houdt, dan die bovengenoemde dingen, die de aandacht niet waard zijn.
Wij willen ons houden aan de instelling van Christus. Die is waarlijk duidelijk genoeg. De Heere nam de drinkbeker en zeide : „Drinkt allen daaruit!" En: „Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed !" Wat zou ons het recht geven, daarvan te maken : „bekertjes"?
Of zegt iemand : Gij houdt u ook niet aan één beker, want bij uw Avondmaalsviering hebt gij er twee, ja, wel eens vier. Wij antwoorden daarop : Dat neemt de eenheid niet weg, want de gehele rij, die rechts of links van mij zit, drinkt dan toch uit één beker. Bovendien is dat wel eens nodig, daar de Avondmaalstafel hier heel wat groter is, dan bij de instelling des Avondmaals door de Heere Jezus.
Ook is er niets tegen, dat na iedere Tafel de beker, even rondom worde afgeveegd. Dus wanneer er meer Tafels zijn. Daaraan behoeft niemand aanstoot te nemen. Wel zijn er jongere (of oudere) dominees, die dat niet goed durven. Ik vraag maar heel gewoon : Waarom niet? Zijt gij bang, uw reuke van heiligheid te verliezen bij broeder A of B ? Hoe eerder dat die reuk er bij u af gaat, hoe heilzamer het voor u zelf zal wezen !
Tot slot vertel ik u nu nog iets over „de bekertjes". Het is kort geleden gebeurd in een grote Stadsgemeente en misschien gebeurt 't jiog wel. Voor de waarheid sta ik in.
Men heeft aldaar sinds enige tijd het gebruik van verschillende bekertjes ingevoerd. De koster schenkt de wijn daarin (is dat nu werk voor de koster? ), waarna de bekertjes op de TfelM worden neergezet, gereed voor het gebruik.
Nu had de koster volgens ooggetuigen de gewoonte, een vrij grote hoeveelheid wijn in de bekertjes te gieten, zodat deze voor ongeveer drievierde gevuld waren.
Wat deed zich pu voor bij de Avondmaalsbediening ? Er waren een paar Avondmaalgangers, die bij de woorden van de voorganger : „Drinkt allen daaruit !" hun bekertje opnamen; daaruit dronken ; het bekertje vasthielden en er twee- of driemaal uit dronken, tot het bekertje leeg was. Een weerzinwekkend gedoe !
Wij willen aannemen, dat dergelijke mensen er op attent gemaakt zullen zijn, zoiets niet weer te doen. Wij voor ons zeggen evenwel: Dat komt er van, - wanneer men wijzer wil wezen dan de Heere in Zijn Woord en Instelling.
Van bekertjes gesproken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's