De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN DOMINE VERTELT

7 minuten leestijd

Nabetrachting Dankzegging

XIX

Na de viering van het H. Avondmaal volgt dan in de daarop volgende godsdienstoefening de Nabetraohting of Dankzegging. Het is wenselijk, zo mogelijk, dat dit geschiede op dezelfde Zondag en niet een week daarna. Wanneer de bediening van het H. Avondmaal des avonds plaats heeft, kan er dus op dezelfde Zondag geen Dankzegging meer zijn. Daarom acht ik het beter dat de Nachtmaalsviering des morgens plaats hebbe.

Misschien is het u opgevallen, dat er boven dit hoofdstuk staat : Nabetrachting—Dankzegging. Dat vindt zijn oorzaak ten dele hierin, dat men in de ene Gemeente spreekt van „Nabetrachtïng" en in de andere van „Dankzegging".

Voor mijzelf zou ik hierin niet veel verschil maken of men het ene woord gebruikt of het andere. Nu er echter door Gemeenten wèl verschil gemaakt wordt, is het nodig, hierop te wijzen.

De Nabetrachting is de napeinzing, de nabeschouwing des harten van de weldaden des Heeren ; een bepeinzing, die, als zij waarachtig is, vanzelf in de Dankzegging uitloopt. Er is dus eigenlijk geen scheiding tussen deze twee.

Nu zijn er echter Gemeenten, die deze scheiding wel degelijk maken. Wanneer het Avondmaalsbezoek er allertreurigst is, .dan spreekt men er veelal van ,,Nabetrachting" en zie ik daarin wel degelijk de bedoeling, de dankzegging op de achtergrond te dringen. Men wil zelfs het woord niet eens noemem.

Neen, het moet „nabetrachting" zijn, zo redeneert men.' En dat vatten zij dan op hun manier weer op, namelijk als „nabestraffing".

In geen geval late de voorganger zich tot zoiets verleiden, om van de Nabetrachting een nabestraffing te maken.

Men kan wel eens Gemeenten treffen, waar men de volgende verschijnselen vindt : Er zijn vele hoorders, die er niet over denken, aan de Tafel des Heeren te komen. Toch willen zij nu ook weer niet geheel weggecijferd wezen. Zij klagen er over, wanneer zij in de Nabetrachting vergeten worden ; altlhans niet een flinke beurt hebben gehad. Dan kunnen zij zo verongelijkt vragen : ,, Behoren wij er dan niet bij? "

Zij weten zelf niet, hoe inconsequent zij eigenlijk zijn. Het ene ogenblik verzekeren zij u, dat zij nog onbekeer.d zijn, het volgend ogenblik vragen zij dit. Wel een bewijs, dat zij van hun onbekeerdheid niets voelen. Zij hadden trouwens ook de Avondmaalgangers zelf wel een hardere beurt gegund.

De Nabetrachting blijve nabetrachting. Een overpeinzing van de weldaden des Heeren, in Christus' verzoenend lijden en sterven genoten; al zal dan in de prediking meteen wel gevraagd worden aan de wegblijvers van de Tafel des Heeren : Waarom zij niet aanzaten? Of het gemis van vrijmoedigheid was of hardheid en eigengerechtigheid des harten?

De nabetrachtingspreek zelf moet ook staan in het teken der dankbaarheid, het derde stuk: „Wat zal ik de Heere vergelden voor al Zijn weldaden, aan mij bewezen? 

Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat de eerste twee stukken ontbreken moeten.

Immers, dankbaarheid kan er niet wezen, zonder dat men aan zonde en söhuld ontdekt blijft, maar ook de genade in Christus deelachtig werd. AI deze drie stukken worden vaak bijna gelijktijdig doorleefd, zoals blijkt uit Paulus' woord ; „Ik ellendig mens ! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik danke God, door Jezus Christus, onze Heere !"

In de prediking moet een terugblik geworpen worden op 's Heeren weldaden. Bovenal op die éne offerande, voor Gods Kerk geslacht. Op de enige Christus. Op Zijn enige verzoening. Op Zijn enige voorbede.

De ware avondmaalgangers mogen dat samen nog eens doorleven, wat zij genoten hebben en zich daarin verdiepen. In dat heerlijke en grote : ,,Mij, de voornaamste der zondaren, is barmhartigheid geschied".

Zoals ook na lichamelijke spijziging wel eens een ogenblikje van rust en stil verpozen aanbreekt, zo roept de Heere Zijn Kerk na het eten des Avondmaals tot stil en eerbiedig overdenken.

Na de wonderbare visvangst heeft de Heere Zijn discipelen eerst gespijzigd en als het middagmaal gedaan was, vroeg Hij pas aan Petrus: ,,Hebt gij Mij lief?"

Dat vraagt Hij ook in de Nabetrachting. Bij monde van .de voorganger hebben Gods kinderen daarop een antwoord te geven. De Heere heeft er toch recht op van ons te horen, wat wij van Hem genoten hebben.

Het leven is zo druk ; zo alles in beslag nemend. Morgen zijn wij weer door de beslommeringen er van gegrepen. 

De Heere vraagt nooit meer, dan Hij Zelf eerst schonk. Het was zulk een wondere spijze, die Hij de gelovigen toebedeelde : 's Heeren in de dood verbroken lichaam en Zijn vergoten bloed. Zijn zoenen kruisverdienste.

Het ,,Ik in u ; gij in Mij", werd hun deel door de Heilige Geest.

Christus heeft in hen een gestalte verkregen. Dat mag het hart beamen en de mond belijden ; het alles danken aan die Ziels- en Zoenbruidegom ; aan die innige vereniging van Christus en Zijn Bruid.

Zó rijze dan de Nabetrachting in de Dankzegging als een eenparig loflied der Gemeente hier van de aarde op tot de Heere der heeren. Terwijl de Koning aan de ronde Tafel der eeuwigheid zit, moet onze nardus hier op aarde haar geur verspreiden en als een liefelijke reuk tot Hem opstijgen.

En zij, die aan 's Heeren Tafel werden verkwikt, horen meteen dan nog Zijn liefelijk vermaan: „Blijft in Mij en Ik in u!"

De prediking zij dan de weerspiegeling van dit alles. En dat kan zij alleen wezen, wanneer del voorganger ook zelf daarin deelt en er in leeft. Zó keert alles weer tot God Drieënig.

Helaas, wat staan er in .de grote stadsgemeenten aan zulk een Avondmaalsviering en Dankzegging grote .bezwaren in de weg.

Wanneer het H. Avondmaal 's avonds gehouden wordt, is er vanzelf op die dag voor Nabetrachting geen gelegenheid meer en aldus geraakt zij op de achtergrond. Zeg nu niet: ,,het laatste gedeelte van het Avondmaalsformulier is immers niet anders dan dankzegging !" Want nodig blijft wel een aparte godsdienstoefening, daaraan gewijd.

Bovendien gaat het in de grote steden, ook om andere oorzaken, er menigmaal zo koud naar toe. Het gebeurt toch, dat de éne predikant Voorbereiding heeft; een ander heeft de Bediening van het Heilig Avondmaal; weer een ander heeft de Dankzegging.

Dat kan niet anders dan dodend of verkillend werken.

Heeft een predikant alleen de Voorbereiding en niet meer, het kan voor hem een aanleiding worden, er zich enigszins af te maken.

Of hoe zal hij Nabetrachting houden over het H. Nachtmaal, dat hij zelf niet bediende en op die dag niet meemaakte? Hij zit er zo niet in.

En nu kan men er hoog van opgeven, door te zeggen : „Het is één Kerk; één Ambt; één Bediening. Personen moeten wegvallen".

Dat is alles heel mooi, maar zolang het met de leer niet in orde is, kan ik mij volkomen begrijpen, dat het vele gemeenteleden niet onverschillig laat, van welk beginsel de voorganger is, die de H. Sacramenten bedient. Zij zitten liever aan met hun eigen predikant.

Daarin eveneens openbaart zich de strijd der richtingen, om er nu maar van te zwijgen, dat ook de eenheid van Litur­gie totaal ontbreekt.

Maar gesteld ook, dat het met de leer der Kerk in orde ware, dan zou er nog alles vóór zijn, dat in een Gemeente met meer dan één predikant een ieder op zijn beurt èn Voorbereiding èn H. Avondmaal en Nabetrachting houdt. Het is voor de voorganger beter en voor de. Gemeente rustiger

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN DOMINE VERTELT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's