ONDERWIJS
Rousseau (1712-1778)
II.
Rousseau heeft zijn ideeën over opvoeding neergelegd in zijn boek ,,Emile ou de l'éducation", dat geschreven werd voor de hogere en ontwikkelde standen. Deze standen lieten hun kinderen opvoeden tot dametjes en heertjes door gouverneurs en gouvernantes, waarbij geen sprake was van natuurlijke ontwikkeling en groei. Tot hen komt nu de oproep ter waarschuwing: ,,Terug naar de natuur !" Er moeten mensen gevormd worden niet voor een bepaalde stand, niet voor een bepaalde religie, niet voor staat of maatschappij, maar alleen maar vrije, onafhankelijke mensen.
Het allesbeheersende principe vinden we dan reeds in de eerste zin van de ,,Emile" : ,,Tout est bien, sortant des mains de létuteur des choses, tout dégénère entre les mains de l'homme". ,,Alles is goed, zoals het uit de handen van de Schepper aller dingen komt, alles bederft onder de handen der mensen". Om misverstand te voorkomen, is het nodig er uitdrukkelijk op te wijzen, dat Rousseau hier niet op het oog heeft de schepping in den beginne. Hij onderschrijft hiermee niet de Bijbelse uitspraak : ,,God zag al wat Hij geschapen had, en zie, het was zeer goed". Neen, maar het gaat over het telkens wederkerende. Elk mens, dat geboren wordt, al de eeuwen door, is goed, zijn natuur is onbedorven. Dit is de loochening van de verschrikkelijke realiteit der zonde in het menselijk geslacht. En op deze grondslag der onbedorven menselijke natuur bouwt Rousseau zijn opvoedings leer, die overigens al reeds daarom voor ons als onbruikbaar moet worden afgewezen, al komen er ook nog heel wat behartenswaardige practische wenken in voor.
Een uitvloeisel van bovenstaande is, dat Rousseau voorstander is van een individualistische opvoeding. Emile krijgt een buiten-maatschappelijke opvoeding door een gouverneur. Immers hij moet aan alle schadelijke invloeden der mensen-maatschappij onttrokken worden, zelfs zijn ouders mogen geen invloed op hem uitoefenen, want ook deze zou verderfelijk kunnen zijn. Zó, zonder met de wereld daarbuiten in aanraking te komen, zal Emile's reine ziel tot volmaakte ontplooiing kunnen komen.
De eerste opvoeding tot het 12de jaar kan dan ook volgens Rousseau geheel negatief zijn : het kind voor fouten, voor dwalingen behoeden ; voor de positieve zijde zorgt de natuur zelve wel. Daarvoor behoeft de gouverneur niet te zorgen. Zijn taak blijft beperkt tot het verwijderd houden van alle schadelijke invloeden, die op de ongerepte natuur van het kind zouden inwerken.
Op deze lijn vervalt 't paedagogisch gezag van de opvoeders, dus ook de middelen om gezag te handhaven. Geen bevel of verbod, derhalve ook geen eis tot gehoorzaamheid, geen beloning of straf. D.w.z. geen straf in de gewone zin van 't woord. Rousseau zegt : ,,Stel tegenover de verkeerde verlangens van Emile alleen natuurlijke hinderpalen of straffen, die uit zijn daden zelf voortvloeien en waaraan hij bij gelegenheid zal terugdenken". Dat zijn natuurlijke straffen, of liever nog, natuurstraffen.
Een paar voorbeelden.
Emile breekt het tafelgereedschap. Hij krijgt voorlopig geen ander, tot hij behoorlijk gevoelt, hoe onaangenaam het is om dit te missen. Hij breekt de ruiten. (Je zou kunnen vragen, hoe de jongen er toch bij komt, om dit te doen. Heeft iemand hem dit vóórgedaan ? ) Nu de ruiten kapot zijn, moeten ze voorlopig maar kapot blijven, de wind mag er dag en nacht doorspelen, of hij er ziek van wordt of niet. 't Is beter ziek te worden, dan een dwaas te blijven. Hij moet maar voelen, hoe onaangenaam het is. Eindelijk worden er weer ruiten ingezet. Hij slaat ze wéér kapot. Nu moet hij in een donkere kamer zitten, net zo lang tot hij gevolg geeft aan een hem zijdelings gedane voorslag, de gouverneur te vragen hem weer de vrijheid te geven, dan zal hij nooit meer de ruiten inslaan.
En de consequente regel komt dan : ,,Leg de kinderen nooit een straf op als straf, maar zorg er voor, dat deze steeds een natuurlijk gevolg moet zijn van hun verkeerde handelwijze".
We moeten hier opmerken, dat de opvoeder in deze en dergelijke gevallen toch wel degelijk positief handelend optreedt. En verder, hoezeer we ook overtuigd zijn dat de straf zo mogelijk moet aansluiten aan de aard van de verkeerde daad, dit in veel gevallen niet mogelijk zal zijti en bovendien een consequente doorvoering, als in de genoemde gevallen, in de gezinnen niet aanbevelenswaardig is. Afgezien van het feit, dat zulks een kostbaar zaakje zou kunnen worden, mag men toch ook de gezondheid van het kind er niet aan wagen.
Wat verder gezegd wordt over de lichamelijke opvoeding, over lichaamsbeweging, over harding, baden, enz., kan gevoegelijk aanvaard worden.
Maar nu het onderwijs, dat Emile gaat ontvangen, na het 12de levensjaar. Dit wordt bepaald door het nuttigheidsprincipe. De leerling moet de noodzakelijkheid er van inzien, 't Gaat immers niet over plicht, maar over het inzicht der noodwendigheid, der nuttigheid.
Emile krijgt een briefje, waarin hij uitgenodigd wordt op een uitstapje. Hij kan het nog niet lezen. Dan is lezen leren toch wel noodzakelijk .— dus gaat hij leren lezen. Op een wandeling verdwaalt de gouverneur opzettelijk en nu blijkt, hoe nodig het is de windstreken te kermen en de zonnestand, en verder in 't algemeen iets van aardrijkskunde.
Geschiedenis mag hij voorlopig nog niet leren, dit zou hem n.l. in aanraking brengen met de slechte maatschappij en haar verhoudingen en dit moet zo lang mogelijk vermeden worden.
Het onderwijs in de natuurkunde beginne met eigen ervaringen van de leerling, b.v. dat barnsteen papier aantrekt, leidt tot de electriciteit.
Het eerste leerboek dat Emile in handen krijgt is de „Robinson Crusoe". Daardoor komt hij in kennis met de menselijke bedrijven, met ambacht ën kunsten en zal deze leren beoordelen. Ook zal hij zelf een handwerk leren.
Zo omstreeks het 15de levensjaar komt Emile in de moeilijkste tijd, de gevaarlijke crisis der hartstochten.
Hoofdzaak is dan weer : vermijden van alles, wat de phantasie zou ontreinigen. Verder : geen lediggang, geen zittend leven, geen eenzaamheid, geen omgang met vrouwen. Echter ook positief : jagen, vermoeiende wandelingen, zware arbeid zijn aan te bevelen.
Het is reeds opgemerkt, dat Rousseau zo geweldig veel verwacht van de natuur. Geen enkel hoger motief komt u tegen, dan natuur en noodzaak of nuttigheid.
Voor wering en bestrijding van het kwaad (want ook aan dit laatste kon Rousseau toch niet ontkomen) geldt geen enkel godsdienstig motief.
,,Doet" hij nog aan godsdienst bij de opvoeding? Jawel, na het 15de levensjaar wordt met Emile over godsdienst gesproken. Maar dit gaat volkomen buiten de openbaring in de Heilige Schrift om.
Rousseau wil een godsdienst, berustende op de menselijke rede, een natuurlijke godsdienst — al het bovennatuurlijke blijft uitgesloten. Nooit zal de Heilige Schrift en haar autoriteit de plaats mogen innemen den menselijke rede. ,,Wat met het verstand niet als waar of goed kan worden erkend, behoeft niet te worden aangenomen". Emile wordt, dan ook in geen enkele belijdenis opgevoed: later mag hij als hij wil, daar een keuze in doen.
Het laatste deel handelt over Sophie. Die moet worden opgevoed tot een opofferende moeder, een verstandige opvoedster, de zachte beschermheilige van het gezin. Zij krijgt onderwijs in handwerken, tekenen, lezen, schrijven en rekenen. Ze zal niet zo vrij opgevoed worden als Emile, want ze moet leren om ,,de luimen van de man met gelatenheid te leren verdragen".
Emile zal haar ideale man zijn. Op hun 23ste jaar trouwen ze en de gouverneur blijft nog twee jaar over hen waken. Tenslotte nog een enkel woord.
't Is te begrijpen, dat vele verlichte geesten, die van de Schriftuurlijke verhoudingen reeds lang genoeg hadden en er zich verre boven verheven waanden, op de Emile zijn afgevlogen en de ideeën hebben ingedronken als het éne ware, echte verkwikkende levenswater.
Maar evenzeer is het te verstaan, dat wie nog leeft bij de Schrift, een systeem móét afwijzen, dat in uitgangspunt in strijd is met alles wat de Heere ons in Zijn Woord heeft geopenbaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's