Feestvreugd' ook voor de Jeugd
„en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien". Hand. 2 vs. 17 m.
Jonge mensen houden van feest en vreugde, maar 't waarachtig feest van de Geest is hun zo vreemd, daar heeft het hart van nature geen begeren naar, want de aarde bindt, dit beneden boeit, deze toekomst wenkt. En de duivel, de onzichtbare macht die negatie begeert, maar nochtans overal werkt, voert ze mee op zijn hoogten om hen de glinstering der zonde en de pracht der aardse dingen te tonen.
In de kerk van onze dagen zegt men bewogen te zijn met de jeugd en naast haar te willen staan. Maar inplaats van anders doen, gaat men meedoen, ja, vóórdoen. Wordt het Evangelie niet op vele plaatsen gebracht, zoals de jeugd het wil •— actueel en boeiend naar het heet, maar zoekt men de jeugd te boeien in de tedere banden van Gods onfeilbaar Woord, verklaard naar de belijdenis van onze vaderen? Men komt om te pakken met film en toneel, met sport en spel. Men heeft z'n excuus, is bang de greep op de jeugd te verhezen. Is de drenkeling er evenwel mee gebaat, als iemand, die het zwemmen verleerd heeft, hem bijspringt en vastgrijpt? Voor beiden gaapt de afgrond, 't Is waar, overal staat er „Christelijk" voor, maar juist de school, waar het kind ,,jeugd wordt", mag staan zonder bijbel.
Dat alles brengt crisis, helaas niet bij de jeugd, maar wel bij de kerk.
Met de jeugd oeten we terug naar de oude beproefde paden. Alleen in Gods Woord ligt ook haar behoud. In die weg zijn haar heerlijke beloften nagelaten : ,,Uw zonen en uw dochters zullen profeteren en uw jongelingen zullen gezichten zien". Zo zal de kerk gebouwd worden uit jonge mensen van nu, om straks haar steunpilaren en vastigheid te worden.
Gelukkig ligt heden en toekomst van de kerk in Gods hand veilig, waar Hij Zijn Geest in haar uitgestort heeft. Waar nu de Heilige Geest arbeidt, wordt het anders, totaal anders. Daar wordt de wereldgelijkvormigheid gebroken. Hij ontsteekt het beginsel der genade in het hart en met de vlam van Zijn liefde verteert Hij de vlam van de haat; met het licht van Zijn Woord verdrijft Hij de duisternis. Dan gaan de jongelingen gezichten zien.
Wat gezichten zien betekent? Wat is ons anders nodig, dan dat we er open ogen voor krijgen, dat we met een heilig en rechtvaardig God te doen hebben, dat we in onszelf verloren Adamskinderen zijn, die gezondigd hebben tegen dat heilig en goeddoend Wezen, dat we van nature midden in de dood liggen en de eeuwige straf verdiend hebben? Bij dat gezucht dooft de glans van de wereld der zonde. Dan gaan we niet meer Vragen, hoever 'we kunnen gaan, wat wèl of niet zou mogen •— vragen, de jeugd zo eigen — maar dan worden wé in alles heihg bezorgd of het nuttig is om de Heere te leren kennen en of het ons dichter bij Hem brengt. Want die een gezicht op zijn ellende krijgt, kan buiten Gods gunst en gemeenschap niet meer leven en sterven. Zulk een krijgt Christus rodig om met een Drieënig God verzoend te worden.
Waar de Heilige Geest jonge harten bearbeidt, leren ze het zien, dat ze op geen andere wijze bekeerd, door geen ander Woord geleerd, door geen andere Christus gezahgd en in geen andere weg geheiligd kunnen worden als de ouderen. In die arbeid geeft de Heilige Geest gezicht in de rijkdommen van Gods Woord, dan gaan de schatkamers des heils open. In dat Woord wordt de liefde des Vaders en de gewilligheid en dierbaarheid en gepastheid van Christus als de schuldovernemende en alles betalende Borg aanschouwd. Het verlangen en de bede worden innig om door Hem verlost te mogen worden. Wat een vreugde wordt het, als de Heilige Geest door verbrokenheid en verslagenheid heen, Christus met de armen des gelopfs doet omhelzen als hun Heere en Heiland. Daar wordt het waar : Uw zonen en uw dochters zullen profeteren.
Profeteren wil hier zeggen : openlijk uitspreken. Er komt een heilig moeten, om openlijk de dienst des Heeren aan te prijzen als een zalige dienst, om te getuigen in woord en wandel tegen de ongerechtigheid en wereldgelijkvormigheid, om de medereizigers af te manen van de brede weg, op te schrikken in hun zorgeloosheid, op te roepen tot gebed om tot Christus de toevlucht te nemen en van dat heil deelgenoot te mogen worden.
Behoort gij tot de jongelingen, die gezichten zien? Zijt gij die zoon, die dochter, die profeteert? Ach, zeggen velen : we zijn maar eenmaal jong, we willen eerst genieten van het leven. Maar is er waarachtige vreugde mogelijk buiten Hem? Wie verzekert u een lang leven? Bij hoevelen is uitstel geen afstel geworden? Het leven der zonde maakt ons harder en kouder.
Is de Heere het niet waard? Is uw ziel het niet waard? Is het heil, is de eeuwigheid het niet waard om alles schade en drek te achten, om de uitnemendheid van Christus te gewinnen? Alles wijst er op, dat we in het laatste der dagen zijn. We reizen de komst van Christus met de wolken tegemoet. Wat zal het zijn, als Hij u zo vindt? Nog bent u in het heden der genade, waarin de Heere u vraagt: Mijn zoon. Mijn dochter ,,geef Mij uw hart! Smeek er toch om, of Hij zelf door Zijn Geest uw hart wil innemen.
Ouders, zijt gij bewogen met uw zonen en dochters? Spreekt u met hen over God en goddelijke zaken ; bent u met en voor hen in gebed of ook uw kinderen mogen behoren tot de profetenschare?
Die belofte wordt ook aan u en uw kinderen gedaan. Calvijn zegt hier in zijn commentaar : „Door deze belofte biedt Hij Hem dus ons allen, zonder onderscheid, nog dagelijks aan. Wanneer wij dan ook gebrekkig of hulpeloos zijn, hebben wij dit alleen aan onze traagheid te wijten ; en tevens blijkt het duidelijk, dat zij, die het christenvolk van de kennis Gods willen weren, goddeloze en heiliigschennende vijanden des Geestes zijn, aangezien God Zelf, zowel vrouwen als mannen, jongelingen als grijsaards, niet slechts toelaat, doch zelfs bij name nodigt".
U wordt genodigd. Pleit biddende op deze belofte Gods, zij geeft u recht om de bediening en de genade des Geestes af te smeken. Nog is het mogelijk voor verloren zondaren om zalig te worden, om vervuld van de Geest van Christus, als de discipelen te getuigen voor de naam en zaal des Heeren. Nog biedt Hij ook de jeugd deze zalige feestvreugde aan. Jeugd, kent ge die feestvreugd' ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's