De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CRISIS DER MIDDEN-ORTHODOXIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CRISIS DER MIDDEN-ORTHODOXIE

9 minuten leestijd

Slot

Wij vragen — volkomen oog hebbend voor alle veranderde omstandigheden —: heeft ook nu nog niet elke prediker de taak de weg van Christus te bereiden en dientengevolge de scherpe boete-accenten te leggen, opdat Christus verheerlijkt' zal vs^orden? '

Verder: Is vanaf de gang van de Christus niet af te lezen de gang van de Christen? Léren M'ij Christus allereerst kennen als de Verheerlijkte of als de Vernederde? Is daar niet een met Hem gekruisigd, gestorven en begraven worden, een met Hem opstaan, een met Hem in de hemel gezet zijn? Is dit ooit om te keren? Dr B. wijst daarop, maar zegt, dat de Christen, die weet, dat Christus voor hem 't gericht Gods gedragen heeft, in 't geloof onder dit gericht doorgaat. Maar' dan mogen wij vragen: Waar blijft op deze wijze de rechtvaardiging van de goddeloze?

Natuurlijk is hiermede alles niet gezegd. Altijd bedreigt ons 't gevaar van schematiseren. De Heilige Schrift is voller en rijker dan alle grondstructuur. Wij hebben een gesloten canon, maar een open dogmatiek!

Zo hebben wij ons aan te trekken, wanneer 't waarheid bevat, • dat onze prediking de Wet verzelfstandigt. Wij hebben niet de Wet, maar de God der Wet te prediken, niet objectief de weg, die God met een mens houdt, maar zeer krachtig en indringend de eis en de oproep tot geloof en bekering. Ook de toeleidende weg, ook de bevinding, ook het geloof kan geschematiseerd worden, waarbij wij dan wel de vorm, maar niet het leven overhouden.

Wij hebben 't ons aan te trekken, wanneer ons gezegd wordt, dat het rechte appèl in onze prediking zo vaak gemist wordt. Want — hoe moeihjk 't ook moge zijn — wij hebben de mensen — in navolging van Christus en de apostelen — niet in de wensende zin aan te spreken, maar in de oproepende zin, in de bevelende zin, tot beshssing roepend.

Maar wij mogen daarbij niet vanuit de mens opkomen, maar uit de drieënige God, uit Zijn Woord. Ook hier hebben wij te gaan de smalle weg, waar God in Christus verheerlijkt wordt door de Heilige Geest. Dan komt de mens niet in het middelpunt, maar God-drieënig en van daaruit het werk Gods voor ons èn in ons (zie hiervoor het boekje van Ds v. Sliedregt: Het eigen geluid in de prediking).

III. WAT MOETEN WIJ DOEN?

Met deze vraag eindigt Dr B. zijn boekje. Daarvoor is alle reden. De situatie is waarlijk ernstig genoeg in en buiten de Kerk. Daarvan legt ook dit boekje getuigenis af.

Is het niet waar te nemen, dat het machtige eenheidsfront van 1940 en ervoor, dat onvoorwaardelijk geloofde in een wonder Gods met onze Kerk tijdens de oorlog, nu reeds aan zichzelf twijfelt?

Was en is dit alles uit God of uit de mens? Is daar ook onder ons gebed? Ja, dat is er geweest en dat is er nog. Ook onder ons zijn er geweest en zijn er nog, die hoopten en hopen. Kan men dan begrijpen, dat de smart over de na-oorlogse ontwikkeling in onze Kerk te pijnlijker en smartelijker is?

Is het niet ontstellend, dat, terwijl de Kerk bezig is haar belijdend karakter op te offeren aan haar apostolaire taak, en in dat apostolaat dromen droomt en visioenen ziet van de kerstening van ons volk, de ontkerstening van binnenuit met ontstellende vaart voortgaat en de apostolaire arbeid opvallend onvruchtbaar is, omdat de H. Geest in dit alles gemist wordt?

Is het niet indrukwekkend, wanneer wij zien, dat de doorbraak naar de wereld in vele gevallen betekent de doorbraak van de wereld in de Kerk?

Is het niet om stil te worden, wanneer het leger van de verontrusten ook onder de confessionelen — zowel predikanten als gemeenteleden — groeit en sommigen van hen onder de wroeging lopen, dat zij ontrouw zijn geworden aan de belijdenis der Kerk?

Is het niet aangrijpend, wanneer velen in de Midden-Orthodoxie in een algemene beweging worden meegesleurd, zodat wij preken krijgen van een half uur?

Is de liturgische beweging — met haar romaniserende tendenzen, die wij van ganser harte, verwerpen — niet één ontroerende schreeuw om beleving van 't heil Gods in Christus — maar op een verkeerde manier?

Is het niet erg, dat er in Duitsland predikanten zijn, die jaren onder invloed van Barth geroepen hebben: Het Woord en nog eens Het Woord, en nu naar de R.K. overgaan?

En vinden wij ook niet in onze eigen Kerk een, grote „los van Barth"-beweging en een terugval in de natum-Hjke theologie, die u telkens de ogen doet uitwrijven? Jaren heeft men geroepen over de exclusiviteit van 't heil Gods in Christus en nu krijgt de natuurlijke theologie een kans als nooit tevoren. Waarlijk, de situatie is ernstig genoeg! De leegte is onheil­ spellend! De toekomst van de Kerk staat op 't spel en daarmede de toekomst van ons volk!

De oordelen Gods golven over de wereld! En het begint vanuit 't Huis Gods! De innerlijke uitholling is gevaarlijker dan de aanval van buitenaf, die ook mogelijk is. Laten wij ons niet verbeelden, dat wij ergens een rustig eiland vormen in deze bewogen zee. Ook onder ons zijn crisisverschijnselen in andere vorm zichtbaar. Een geestelijke aderverkalking is gevaarlijker dan een acute ziekte.

Wat moeten wi] doen? Ons bekeren van onze ongerechtigheden! Persoonlijk, in ons ambt, in de bediening des Woords en in de Kerk!

Wij staan in de Kerk, niet met één been, maar met beide benen! En wij hebben daar voor onze taak te staan in 't geloof. En zo wij niet hadden geloofd, dat God ons Zijn goed zal laten zien... wij waren in onze ellende, ook in onze kerkelijke ellende, vergaan ...

Wat zullen wij in onze Kerk doen zonder de adelaarsvlucht van het geloof te kermen?

Wij hebben ons soHdair te weten met de schuld der Kerk en tegehjk met profetische kracht daartegen te getuigen! Wanneer wij moede, iriat worden, moge het ons vergaan a: ls Jeremia, die, toen hij 't wilde opgeven, 't Woord Gods in zich kreeg als een vuur, zodat hij moest spreken!

Wat moeten wij doen? De Heere laten werken! Dat is ook in onze tijd de hoogste activiteit!

Wanneer Zijn Geest waait ook door de dorre doodsbeenderen in onze Kerk, zal het gaan leven! Van die trouw Gods kunnen wij alleen leven! En die trouw Gods is ook nog over onze Kerk. De leiding der Kerk berust niet bij mensen, maar bij Christus. Hij is 't Hoofd der Kerk en de Heere der gemeente! Hij is — zo

roept Calvijn uit tot de Roomse hiërarchie — onze Episcopus! En van dat Hoofd en Heere zijn van Christus hebben wij te getuigen met profetische kracht! Zijn Woord als een bazuin aan de mond te nemen. Wee ons, wanneer de bazuin een onzeker geluid geeft.

Daar is een taak, een grote, geweldige taak ook vandaag in de Kerk. Wij hebben positief leiding te geven op alle plaatsen, waar wij gesteld worden. Waar 't maar enigszins mogelijk is en zolang wij dit voor het aangezicht Gods verantwoorden kunnen, hebben wij zitting te nemen in raden en commissies. Daaruit moge bhjken, dat 't ons niet om onszelf, maar om de Kerk gaat.

Verder hebben ook wij ons de vermaning van Dr B. aan te trekken, meer te bidden en te studeren, dan in allerlei drukten oiize tijd en krachten te verlopen.

Wordt er onder ons niet veel te weinig gestudeerd? 't Wordt gelukkig aanzienlijk beter. Ik weet het, dat onze gemeenten in prediking, catechese, huis- en ziekenbezoek schier alles opeisen. Dat is nog een gunstig teken! Maar ook hier zullen onze Kerkeraden de predikanten tijd moeten bezorgen om te studeren en zich in te werken vanuit de principia in de problematiek van deze tijd.

Daar zijn ook verheugende verschijnselen. Wij denken aan de vraag naar prediking en dienaren des Woords. 't Mag ons verheugen en bemoedigen, dat 't aantal studenten van gereformeerde beginselen toeneemt, 't Mag ons verheugen, dat er een samenbinding is, niet alleen in de afwijzing van veel, maar ook (en dat is meer) in de positieve inzet van alle krachten. Daarover mogen wij ons hartelijk verblijden.

Wat wij willen? AUe gemeenten lid maken van de Gereformeerde Bond? Neen! Wat dan? Als een modaliteit een vege­ terend bestaan leiden aan de rand van de Kerk? Neen! Is het dan zover met ons gekomen, dat Dr B. over ons oordeelt, zoals hij doet? Kan of wil men dan niet begrijpen, wat ons drijft?

Wij begeren een Kerk, waarin Christus heerschappij heeft door Zijn Woord en Geest! Dat ligt niet in onze hand, maar in Gods hand.

Wij begeren een Kerk, die beantwoordt aan de notae ecclesiae (aan de kenmerken van de Kerk), zoals Art. 29 van onze Ned, Geloofsbelijdenis die belijdt:

Reine prediking van 't Woord. Reine bediening van de Sacramenten. De kerkelijke tucht om de zonden te bestraffen.

Wij begeren lidmaten, die men kennen kan aan 't geloof, aan 't vlieden van de zonde en 't najagen van de gerechtigheid enz. Wil men dit sectarisch noenien — 't zij zo. Wil men dit niet constructief noemen — 't zij zo, maar daartoe willen vdj arbeiden en strijden en daarom willen wij bovenal bidden. Of wij dan de Waarheid in pacht hebben? Neen, wij zijn ootmoediger. God hangt Zijn Waarheid nimmer aan mensen, maar hangt wel mensen aan Zijn Waarheid!

Wij geloven en behjden, dat Christus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Wij kennen Hem niet anders dan door Zijn Woord en Zijn Geest. Zijn Woord is de Waarheid! Dat Woord geloven wij onvoorwaardelijk, omdat God van de hemel dat Woord in onze harten schrijft en met Zijn Geest getuigt, dat deze geschriften van God zijn.

Wie aan deze Christus deel heeft, wie uit deze Waarheid is, hoort Zijn stem en heeft het eeuwige leven, dus ook de Waarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1952

De Waarheidsvriend | 1 Pagina's

CRISIS DER MIDDEN-ORTHODOXIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1952

De Waarheidsvriend | 1 Pagina's