De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hoofdredacteur: Schrift en Belijdenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hoofdredacteur: Schrift en Belijdenis

7 minuten leestijd

Een geijkte udtdrukking, welke door gereformeerden en confessionelen veelal gemakkelijk wordt gehanteerd, zó gemakkelijk zelfs, dat dit kan schaden aan de goede zin, welke deze tot leuze geworden uitdrukking heeft.

 ,,Schrift en belijdenis" kan n.I. terecht gelden als een reformatorisch devies, dat terug wijst op, dat wij zouden kunnen noemen de ,,herontdekking" van de Heilige Schrift, als het onfeilbare Woord Gods, waaruit de kerk van Christus leeft, en daarom de enige regel des geloofs. Deze herontdekking der reformatoren ging gepaard met de herontdekking van het rein geestelijk karakter des geloofs in de Christus der Schriften en van de kerk als gemeenschap des geloofs : een vergadering van Christgelovigen.

Een en ander moet leiden tot een hernieuwd kerkelijk leven, dat werd gedragen door dat gemeenschappelijk geloof, hetwelk de apostolische belijdenis van ons algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof aangreep en in zijn confessie nader uitwerkte, enerzijds in de gereformeerde belijdenisgeschriften, anderzijds in de Lutherse confessie, de Augustana.

De reformatorische kerk heeft derhalve van meet af haar belijdenis tot gemeenschappelijke grondslag gemaakt van kerkelijke saamhorigheid en kerkelijk Van saamleving lin aansluiting op de belijdenis der oude Christelijke kerk en in de overtuiging, dat zij in overeenstemming is met het geloof des Schriften.

Uit het besef van deze nauwe relatie is de udtdrukking ,,Schrift en belijdenis" ontstaan en dat is de goede zin, welke daaraan nog altijd betekenis geeft ook in onze dagen.

Het valt toch niet te ontkennen, dat in de verwarring, dié wij op kerkelijk erf waarnemen, het reformatorisch karakter van het kerkelijk leven in verschillend opzicht wordt bedreigd. Op de invloed van de Schriftcriitiek werd in een vorig artikel reeds gewezen, het streven van de z.g. midden-orthodoxie is onderwerp van bespreking, het vraagstuk der vrijzinnigheid roept nog altijd om een oplossing, en romaniserende invloeden ondermijnen de reformatorische kerk.

Daarom blijft het devies , , Schrift en belijdenis" zeer actueel. Het as volstrekt niet ongerijmd te beweren, dat het in onze da­ gen meer nodig is dan in de vorige eeuw, deze leuze te verheffen en terug te roepen tot Schrift len belijdenis. De kerkelijke situatie is thans een andere geworden dan in de dagen, toen de mannen van de confessie aich opmaakten tot de strijd tegen het liberalisme, dat schier alleenheerschappij had in kerk en staat.

Wij gaan niet in op de gebeurtenissen van de vorige eeuw te beginnen met de afscheiding van 1834, op het reveil, op de strevingen tot vrijmaking van de gereformeerde kerk, op de doleantde, op de oprichting van Confessionele Vereniging en Gereformeerde Bond, van kerkherstel en kerkopbouw en op de uit een en ander gegroeide pogingen tot reorganisatie, welke vóór de tweede wereldoorlog geen verandering in de organisatie van 1816 hebben teweeggebracht.

Welke invloeden door dit alles op de gang van zaken zijn uitgeoefend, de synodale organisatie van 1816 bleef.

Sedert 1940 en bijzonderlijk sedert 1945 hebben zich intussen veranderingen voltrokken, die zelfs tot een nieuwe kerkorde hebben geleid en de onderhnge verhoudingen tussen de richtingen hebben gewijzigd. Men heeft gesproken van „verschuivingen" en van een algemene „beweging" naar rechts.

De betrekkelijkheid van deze „verschuivingen" is echter van den beginne aan door hen, die een belangrijk aandeel hebben gehad in de ,,vernieuwing" van het kerkelijk leven naar de voorstellingen van „gemeente opbouw", ingezien. Heeft men het niet openlijk uitgesproken, dat de ,,verschuivende" beweging, die zich allengs op de kerkelijke heerschappij voorbereidde, zou stuiten op de gereformeerde orthodoxie ter rechterzijde en op de radicale vrijzinnigheid ter linker ?

Intussen nam de naar de kerkelijke macht strevende middengroep, versterkt met verschuivende — hoewel steeds nog heterogene elementen, bij wijze van een stilzwijgend pact van tolerantie een standpunt in, dat ruimte liet voor verscheidenheid van geloof en persoonlijke interpretatie, en zocht onder de naam van modaliteiten de meest uiteenlopende en tegenstrijdige geloofsopvattingen te verenigen. Desniattemiin erkent men, dat de kerk grenzen heeft, al wordt het niet duidelijk, waar die liggen. Duidelijk is in ieder geval, dat de veronderstellingen, welke aan zulk een standpunt ten grondslag liggen ten aanzien van het , .algemeen en ongetwijfeld geloof", en omtrent de openbaring der kerk van Christus, die lijnrecht in strijd zijn met wat de kerk der reformatie dienaangaande leert en belijdt. iReeds daarom behoeft het niemand te verwonderen, dat de Synode van geen binding aan de belijdenis der vaderen wil weten.

Zo wijzen de feiten uit, dat men een kerkelijk leven zoekt te organiseren op een basis, welke zich van het getuigenis der reformatorische kerk losmaakt en klaarblijkelijk welbewusit losmaakt. In verband hiermede is het van het grootste belang te weten, wat men verstaat onder de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, waarVan de kerkorde gewaagt. De onderstelling ligt toch voor de hand, dat men daaromtrent andere opvattingen huldigt als de reformatie, welke daarvan een duidelijk getuigenis geeft in de belijdenis der vaderen. De gehoorzaamheid der vaderen leidde tot een geheel ander kerkelijk leven als de gehoorzaamheid van de kerkelijke leidslieden in onze tijd. Edoch, beiden beroepen zich op de (Heilige Schrift.

Hoe moeten "wij dit nu verstaan? De Heilige Schrift is dezelfde gebleven. Hebben de vaderen de Schrift misverstaan op het stuk des geloofs omtrent haar goddelijk gezag? Hébben zij haar misverstaan in het stuk der rechtvaardigmaking? Heeft de kerk der vaderen zich vergist in het geloof omtrent haar aard en wezen en ten aanzien van haar openbaring in de wereld?

De vaderen hebben zelf de mogelijkheid, gesteld, dat zij in enig stuk des geloofs zouden kunnen dwalen maar als zij zich zo schromelijk zouden hebben vergist in hun Schriftgeloof, als deze vragen zouden onderstellen, moet men zich afvragen, of heel de Reformatie geen schromelijke vergissing is geweest.

Zij, die uit een Roomse gedachtenweréld leven of naar de Roomse kerk neigen, zullen dat zeker bevestigen en men kan ook stemmen vernemen uit de mond van mannen, die zich vrij van alle Roomse smetten wanen, en toch menen, dat de vaderen zich op zeer gewichtige punten hebben vergist.

Men zij echter voorzichtig met zulke woorden, want als de reformatorische kerk op zo belangrijke punten als het goddelijk gezag der Heilige Schrift, het zaligmakend geloof en de kerk, zou hebben vergist, wat waarborg kan men geven, dat zij, die der Reformatie zulke vergissingen aanwrijven, zelf de waarachtige stem der kerk vertegenwoordigen en van de ware kerk zijn? Want dat gevoelt toch een ieder, die het hoort, als de vaderen zich zozeer zouden hebben vergist in de kerk en de dingen, die haar zijn toébetrouwd, kan men moeilijk aannemen, dat zij vanuit het leven der kerk hebben gesproken en gehandeld. en moet heel die reformatorische beweging voor een demonstratie van een valse kerk worden gehouden.

Wij nemen niet aan, dat de niet Roomsgezinde zover gaat in zijn conclusie, maar dan klemt weer de vraag, hoever vergissing en dwaling wel kunnen gaan, zonder dat men van het waarachtig Christelijk geloof zozeer vervreemd is, dat men met recht nog van een kerk mag spreken. En, hoe zal men weten, dat de ,,nieuwe koers" zich niet vergist ? Zal de Heilige Geest thans een ander getuigenis geven omtrent de 'Heilige Schrift dan toen? i

Dan komt het toch weer op de fundamentele stukken aan. Op de zuivere bediening des Woords en der Sacramenten en op de kerkelijke tucht en gaat het om Schrift en belijdenis.

En dan komen alle vragen neer op de reformatorische belijdenis en haar overeenstemming met de Heilige Schrift. Zij, die de belijdenis der vaderen omhelzen als een getuigenis van het ware Christelijke geloof, vinden daarin het leven der kerk overeenkomstig de leer der Heilige Schrift, zoals de Heilige Geest die geeft te verstaan. En het is ook voor de theoloog, die zich in dat geloof niet kan vinden, duidelijk, dat die overeenstemming afhankelijk is van het reformatorisch Schriftgeloof, zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis daarvan getuigt, haar ontvangende als goddelijke Schriftuur.

Waar dat reformatorisch Schriftgeloof nu in het geding is, als het eigenlijke critische punt, raakt het niet alleen aan de grondslag van de kerk der reformatie, maar aan die van de Christelijke kerk als geheel.

Daarom is er alle aanleiding om temidden der kerkelijke verikfarring vast te houden aan het devies „Schrift en belijdenis" en met Gods hulp levende getuigen te zijn van de geestelijke kracht, waaruit de re­formatie geboren werd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Hoofdredacteur: Schrift en Belijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's