Onderwijs
De hedendaagse problematiek van het Chr. Onderwijs
Het is het welbehagen Gods, dat mensen geroepen worden tot de verkondiging van het Evangelie. Is ook de Schoolkwestie betrokken in deze verkondiging, met name door haar Bijbels onderwijs ? Aldus vraagt de heer Van Hulst in het gedeelte van zijn referaat, dat als opschrift draagt: „Vox Celexe"! (de Heer des hemels).
Prof. Van Niftrik aanvaardt voor zijn beschouwingen het woord van Van RuIer : Principieel genomen is een school geen evangelisch-instrument maar een cultuurgestalte. Nooit kan en mag volgens hem, de school zo voluit belijdend en predikend zijn als de kerk, omdat de school staat op de grens van verzoening en schepping. Twee geheel verschillende gezichtspunten worden vermengd, de prediking van het Evangelie om de kinderen tot Jezus te brengen èn de opvoeding tot mens. Terwijl het eerste de taak is van de kerk, is het tweede de taak van de school. De school behoort als school thuis in de orde der schepping, al kan ze ook op bepaalde momenten tot kerk worden.
Dr Van Itterzon aanvaardt de probleemstelling van prof. van Niftrik niet. ,,Benadert het theologisch onderricht aan de gemeentelijke universiteit dan nimmer het kerk-zijn ? En zo neen, geeft prof. van Niftrik dan wel echte theologie ? "
,,Als de school alleen in de orde der schepping cultuur-gestalte zou zijn en het in de school alleen om humaniteit, om kennis en vaardigheid zou gaan, zou de schoolstrijd één tragische vergissing geweest zijn : ook de 19de eeuwse ontkerstende van de Bijbel beroofde Openbare School voedde de kinderen toch niet tot sadisten op ?
Onze vaderen verlangden een school, waar weer onbelemmerd mocht worden gebeden, waar Gods Woord ongehinderd aan de kinderen mocht worden verteld, waar de leerstof niet neutraal was en dus godsdienst-nietszeggend, waar de vaderlandse geschiedenis op eigen wijze mocht worden verteld en belicht, waar het geestelijk lied mocht worden geleerd en gezongen.
Ik meen, dat we hier ongetwijfeld een stem hebben gehoord, die ons Christenvolk aantrekt. De referent sluit er zich wel niet openlijk bij aan, maar toch geloof ik uit de gehele structuur van zijn referaat te mogen opmerken, dat hij 't er wel mee eens is, al kan hij zich weer niet geheel vinden in de definitie van dr. Polman, dat de Chr. School de school is ,,waar van Maandag tot Zaterdag Jezus Christus de Heer is over onderwijzers en kinderen en Zijn Woord op elk uur van de rooster beslag legt".
Referent vindt hier het verkondigend element te zwaar geaccentueerd. Hij acht deze opgave onvervulbaar en verwacht bovendien, dat er niet veel onderwijzers zullen zijn, die durven beweren, dat hun eigen onderwijs aan deze norm voldoet. Ook de beschouwingen van prof. van Niftrik kan Referent niet delen. Op het evangeliserend karakter der Chr. School moet een veel zwaarder accent gelegd worden, dan van Niftrik doet. Bovendien acht Van Hulst de onderscheiding van de orde der schepping, waarin de school staat en de orde der verzoening, waarin de kerk is geplaatst, met het daaruit voortvloeiende verschil hunner cultuurgestalte en evangehsatieinstituut, een volkomen academische kwestie, die op zichzelf misschien wel juist kan zijn, maar die in de practijk van elke dag, met name in de schoolpractijk zich nimmer als een gescheidenheid voordoet.
Bij de discussie over deze kwestie, verkreeg ook prof. van Niftrik het woord. Hij stelde de Referent de vraag, als hij zich distantieert van prof. Van Niftrik's beschouwing en 't ook niet geheel eens is met dr. Polman, wat dan de „derde weg" is, die hij gaan wil, en welke theologische fundering hij daarvoor heeft. Referent zou, naar hij antwoordde, wel een half jaar verlof nodig hebben van de Herv. Kweekschool om deze zaak te bestuderen en zulk een fundering te bouwen. Echter merkte hij nog op, dat als men denkt aan de betekenis van het woord kerk, er sprake is van de Maria-kerk, wat de Heere toebehoort, of van de ecelesia, de roeping tot getuigen of van de circulus, de ruimte der kerk, hij wil bouwen aan de school in de ruimte der kerk, in de circulus. Daar is volgens hem de ruimte, waar de sfhool als school deel heeft aan de verkondiging van het Evangelie.
Dit gedeelte van het referaat gaat ook in op de betekenis van de persoonlijkheid van de onderwijzer en de referent neemt de stelling voor zijn rekening, dat een onderwijzer, die b.v. rekenles geeft, niet alleen nuttige cultuur-arbeid-zonder-meer verricht. Hij doet dit niet los van zijn persoonlijkheid, van zijn principe; de persoonlijkheidsbinding neemt een zeer grote plaatSi in ; de onbewuste beïnvloeding is veel groter, dan men bij benadering kan nagaan.
Ik denk hierbij aan het doodeenvoudige Nederlandse gezegde : Als twee hetzelfde doen, is het nog niet hetzelfde. En ook aan een ander beeld uit het referaat : Een schoenmaker, die inderdaad een Christen is geworden, zal nu heus zijn schoenen niet anders repareren, maar de instelling op zijn arbeid is niettemin een geheel andere geworden. Hoeveel te meer klemt dit, waar 't gaat om culturele waarden, om intellectuele en vooral geestelijke dingen.
Het is bekend, dat velen niet ingenomen zijn met de wijze waarop het geschiedenisonderwijs in de Christelijke School gegeven wordt. De referent deelt verschillende bezwaren, maar opent tegelijk perspectieven voor nieuwe wegen, die hij zelf bezig is, mede te banen.
Aan het slot van dit gedeelte van het referaat komt de heer Van Hulst feitelijk terug op de uitspraak over de stelling van dr. Polmans, zonder dat hij echter de naam noemt. Immers neemt hij het daar toch weer op voor de ,,onmogelijkheden". En hij weet en erkent en gelooft toch aan de mogelijkheid. Hoor wat hij schrijft:
,,Het is inderdaad een ontzaglijke verantwoordelijkheid, die in onze handen is gelegd : het Evangelie aan de kinderen te brengen en ons Christen-zijn in de school te beleven. Daar de school klaar moet maken voor het leven, dienen wij c? oor Gods genade onze kinderen datgene mee te geven, wat zij straks nodig hebben, als de zuigkracht der zonde hun leven poogt weg te sleuren". '
„Als wij letten op de daemonie dezer eeuw en op het feit, dat zondige mensen het Heil aan kinderen, die straks met deze daemonie in aanraking komen, moeten verkondigen, dan staan wij voor een onmogelijke taak. Maar de onderwijzer, die weet wat genade is, zal niettemin iedere dag het Schriftwoord tot zichzelf zeggen: Wee mij, wanneet ik het Evangelie niet verkondig. En hoewel wij, als leerkrachten aan een Christelijke School voor een onmogelijke taak staan, niettemin zal ons getuigenis zijn : Hier staan wij, wij kunnen niet anders".
„Daarom wordt ons Bijbels onderwijs niet gedragen door 't menselijk-logische. „Wij werken aan een Christelijke School, dus vertellen wij Bijbelse Geschiedenis", maar door het boven-rationele: hoewel wij zelve (verkocht onder de zonde) voor een onmogelijke taak staan, nochtans zullen wij (zelve gered door de genade) iedere dag aan het kind zeggen, dat Jezus Christus de Overwinnaar is.
Daartoe sta reeds het dagbegin op onze scholen in het teken der Verkondiging. Dit is het moment, waarin onderwijzer en kinderen samen voor God staan en waarin zij steeds opnieuw pogen gemeenschappelijk te beleven, dat de dagtaak alleen verricht kan worden, als wij leven uit de schuldvergeving.
Als het kind later als mens zijn plaats in de maatschappij heeft ingenomen, zal deze mens iedere dag vanuit de schuldvergeving zijn „goddelijk beroep" (huwelijksformulier) moeten volbrengen.
In het bovenstaande meen ik te hebben weergegeven, hoe de voorstanders van de Christelijke School de taak dezer school idealistisch zien.
Natuurlijk zal ieder eerlijk onderwijzer erkennen, dat wij dit ideaal nog lang niet gegrepen hebben. Doch laten wij er naar jagen, om het te grijpen !"
Zover het slot van dit gedeelte de „Vox Celede".
Mij dunkt, al blijft altijd de mogelijkheid open dat men sommige dingen anders zou kunnen zeggen, dit is taal, voor geen tweeërlei uitleg vatbaar. •— Inderdaad is het ervaren en het wordt nog steeds ervaren : wat in de grond der zaak onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij God. — Hij, die roept, is getrouw, die het ook doen zal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's