DE VERHEVEN BAAN
En aldaar zal een verheven baan en een weg zijn, welke de heilige weg zal genaamd worden; de onreine zal er niet door gaan ; maar hij zal voor deze zijn ; die deze weg bewandelt, zelfs de dwazen zullen niet dwalen. Er zal geen leeuw zijn, en .geen verscheurend gedierte zal daarop komen, noch aldaar gevonden worden; maar de verlosten zullen daarop wandelen. En de vrijgekochten des Heeren zullen wederkeren, en tot Sion komen met gejuich, en eeuwige blijdschap zal, op hun hoofd wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en verzuchting zullen wegvlieden. Jesaja 35 vers 8—10.
Dat heerlijke woord van Jesaja voor een berouwvol volk in ballingschap, dat smachtte naar verzoening met God en naar terugkeer in het heilige land, is ook een schoon toekomstbeeld voor de ware Kerk des Heeren van onze dag. En voor ons is het omlijst met de gouden rand van de goddelijke belofte: ,,Elk die Hem vreest, hoe klein hij zij of groot, wordt van dat heil, die weidaan deelgenoot".
En daarom, twijfelmoedige, hoor des Heeren Woord en versterk de slappe handen en stel de struikelende knieën vast, want Hij, Die het beloofd heeft, is getrouw, Die het ook doen zal.
In onze tekst wordt gesproken over de verheven baan des Heeren.
Deze baan is : Ie. een heilige weg, 2e. een veilige weg, 3e, een heerlijke weg.
En aldaar zal een verheven baan en een weg zijn, welke de heilige weg zal genaamd worden ; de onreine zal er niet doorgaan.
Wij denken hier aan de heilige weg des Heeren door de Rode Zee. Ook de Egyptenaren wilden er doorgaan, doch die onreinen en onbesnedenen zijn allen in de wateren van het roode meer verdronken.
Maar het volk des Heeren ging er door en zong, aan de overzijde, het blijde lied :
,,God baande door de woeste baren en brede stromen ons een pad".
Ook de weg van Babel naar Jeruzalem zou een heilige weg zijn, en geen onreine zou er doorgaan. Alleen een gelouterd en gereinigd volk zou door de heilige weg wederkeren naar het heilige land.
Het spreekwoord zegt : „Samen uit, samen thuis". Maar de terugkeer naar het hemels vaderland gaat langs de heilige weg, geen onreine zal er doorgaan, geen ongelovige of schijnvrome.
Is dat niet een diep ontroerende gedachte?
Een heilige weg naar het hemels Jeruzalem, maar alleen voor de reinen van hart. Schrikt die heilige weg ons af door de bepaling : Verboden toegang voor onbevoegden, volgens het artikel van het goddelijk wetboek, „de onreine zal er niet doorgaan"?
Die weg is echter niet gesloten voor degenen, die zichzelf als onreinen leerden kennen tegenover de heilige God, want dan zou nooit één mens dat pad ter zaligheid kunnen betreden.
Lezen wij juist niet in ons teksthoofdstuk : ,,Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden. Alsdan zal de kreupele springen als een hert en de tong der stommen zal juichen". En heeft niet Christus, Die gekomen was om te zoeken en zalig te maken wat verloren was, tot berouwvolle zondaren gesproken: ,,Ik ben de weg", de weg tot het goddelijk Vaderhart en het hemels Vaderhuis ?
Christus is dus die verheven baan, en het is een heilige weg, omdat deze gebaand is in het allesreinigende bloed van die enige Middelaar Gods en der mensen. Al werden wij nu allen door de doop in Christus geheiligd, daarom zijn wij nog niet allen rein. Integendeel, de doop leert ons, dat onze onreinheid moet gewassen worden in het bloed van Christus. Eerst dan wordt de doop voor ons bad der wedergeboorte, wanneer wij onze reinigmaking buiten onszelf in Christus zoeken en dan worden wij één met Hem, door een waar geloof, zodat Zijn reinheid onze reinheid mag worden.
Wij mogen dus met de doop, in onze jeugd ontvangen, niet tevreden zijn, want zovele gedoopten gingen reeds verloren. Niet het doopwater, maar alléén het bloed van Christus reinigt van alle zonden. Laat het daarom onze oprechte bede zijn of worden :
„Ontzondig mij met hysop en mijn ziel, nu gans melaats, zal rein zijn en genezen. Was mij geheel, ; zo zal ik witter wezen dan sneeuw, dat vers op 't aardrijk nederviel".
Onze scharlaken en karmozijnrode zonden moeten worden blank als de sneeuw en wit als de wol, want het is een heilige weg, en geen onreine zal er doorgaan naar de heilige tempel van het hemels Jeruzalem.
Die heilige weg is in de tweede plaats ook een veilige weg : ,,Er zal geen leeuw zijn en geen verscheurend gedierte zal daarop komen, noch aldaar gevonden worden". Die ongewapende mannen en weerloze vrouwen zullen straks op de terugweg volkomen veilig zijn, want als de goede Herder zal Hij Zijn schapen voor gaan, zodat elk hunner tot Sion zal komen met gejuich.
Maar ook Gods kinderen hebben zulk een veilig geleide op het smalle pad. De opperste Zieleherder heeft de briesende leeuw verslagen en alle vijanden overwonnen aan het kruis. Zeker, nog waart hij rond, zoekende zijn prooi te verslinden. Maar hij kan niet komen op de veilige weg, die leidt naar het hemelse Sion. Al voert dus de weg vlak langs de opgesperde leeuwenmuil, vreest niet, het is een leeuw, in ketenen geklonken, want op die veilige weg zal geen leeuw zijn en geen verscheurend gedierte zal daarop komen, noch aldaar gevonden worden. Nooit, nooit is er iemand op die weg omgekomen, want niemand zal ze rukken uit Zijn hand en er zal geen klauw achterblijven. Die heilige weg is echter ook een veilige weg, omdat het een verheven baan (een hoofdweg) is, zodat men niet gemakkelijk op een verkeerde weg terecht komt. Bovendien vindt men overal de handwijzer naar het hemels Jeruzalem. Hoe veilig is deze weg : ,,Die deze weg wandelt, zelfs de dwazen zullen niet dwalen".
Wat is dat gelukkig, want wij wanen ons wel wijs en verstandig, maar wij zijn zoo dwaas en zo dom. Wat een veilige weg voor dwazen van hart, die het bidden mogen :
„Wil mij voor struikelen bevrijden en gaat mij met Uw heillicht voor'.
Die weg is daarom ook zo veilig, omdat wij daarop de trekkende kracht van Gods Iiefde mogen ervaren, zodat wij dus de welgebaande wegen wel móéten kiezen. Het zal ons nu wel duidelijk zijn, dat, als wij eenmaal op die weg zijn, wij er onmogelijk meer af kunnen, ook al zouden wij dat in onze dwaasheid nog willen. En dat willen wij ook niet meer, want de Heere maakt Zich een gewillig volk in de dag Zijner heirkrachten, en Zijn dienst is een liefdedienst, die ons nimmer zal verdrieten.
Ja, het is een heilige en een veilige weg voor onréinen en dwazen van hart in zich zelf, en zalig zijn zij, die deze weg mogen bewandelen en ten einde toe bewaren.
Want het is tenslotte ook nog een heerlijke weg, zodat het van allen, die deze weg wandelen, geldt:
„Dan zingen zij in God verblijd; aan Hem gewijd, van 's Heeren wegen",
Ja, het is ook een heerlijke weg, want het is de weg van de verlosten en vrij gekochten des Heeren. Voor dat slavenvolk in balhngschap zal de losprijs worden betaald, en als vrijgekochten des Heeren zullen zij wederkeren, om de Heere te dienen in kinderlijke vreze.
Wat moet, voor een gevangene, die zijn straf heeft ondergaan, de weg naar de vrijheid heerlijk zijn. Veel, véél heerlijker nog is het voor degenen, die zuchten in de kerker der zonde, waaruit zij nooit meer ontslagen kunnen worden. Maar nu heeft Christus voor hen de losprijs betaald en Hij kocht hen vrij met de dure prijs van Zijn bloed. Zelf ging Hij in het huis van die sterke, om hem zijn vaten te ontroven ; Hij heeft ook de gevangenis gevangen genomen.
Verlost uit de ballingschap der zonde, mogen zij, als vrijgekochten, wandelen op de heerlijke weg tot de vrijheid der kinderen Gods in eeuwige heerlijkheid. Maar het is alleen een weg voor de verlosten en vrijgekochten des Heeren.
Het is dus niet voldoende, dat wij gedoopt, dat wij kerks en vroom zijn. Wij moeten verlost en vrijgekocht zijn. En dat zijn wij, wanneer wij, door genade, mogen Weten, dat Christus, met Zijn dierbaar bloed, ook voor al onze zonde volkomen heeft betaald en ook Ons uit alle geweld des duivels verlost heeft.
Ja, dat kunnen wij weten ! Een gevangene kan wel eens dromen van verlossing en bevrijding, maar als hij ontwaakt, gevoelt hij aanstonds de harde werkelijkheid.
Ook wij kunnen heus wel weten of wij nog slaven en dienaren zijn van de Satan, of verlosten en vrijgekochten des Heeren, want daarvoor is het verschil veel te groot. Hoevelen genieten nu nog van een zoete droom. Wat zal voor hen eenmaal het ontwaken vreselijk wezen. Veel beter is het, als het ons mag gaan als het volk in ballingschap, want toen de Heere ten laatste de gevangenen Sions wedenbracht, waren zij als degenen, die dromen. Maar dan komt het tot de blijde zekerheid : ,,Gij zijt verlost. God heeft u welgedaan".
Heerlijk, zalig, wanneer wij met Petrus mogen getuigen : „nu weet ik, dat God Zijn engel gezonden heeft", neen, méér nog, dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft tot mijn verlossing en bevrijding en tot mijn eeuwige zaligheid.
Het is dus een heerlijke weg, want zij zijn verlost, zij zijn vrijgekochten des Heeren.
Het is echter ook een heerlijke weg, omdat daarop alles wordt vernieuwd. Immers de woestijn en de dorre plaatsen — waardoor die weg voert — zullen hierover vrolijk zijn, en de wildernis zal zich verheugen en bloeien als een roos. Zij zal lustig bloeien, en zich verheugen, ja met verheuging, en juichen; de heerlijkheid van Libanon is haar gegeven, het sieraad van Karmel en Saron, zij zullen zien de heerlijkheid des Heeren, het sieraad onzes Gods.
De weg door de aardse woestijn is tóch een heerlijke weg, want zij wordt omtuind met paradijsheerlijkheid. Men behoeft er niet te dorsten, want in de woestijn zullen waterbeken uitbarsten en beken in de wildernis. En geen gebrek zal er zijn, want het is een lustig land. God maakt daar alles voor de Zijnen heerlijk en goed. Het leven der zonde baart de dood, maar op die weg wordt het ware leven genoten. Al zijn wij wegbedervers, de Heere maakt het altijd weer goed. En zalig is het, te wandelen op die heerlijike weg in het licht van het goddelijk aangezicht.
Tenslotte is het ook een heerlijke weg, omdat deze leidt naar een heerlijke bestemming.
De verheven baan voerde Israël niet alleen uit de ballingschap, maar tevens naar het dierbare land der vaderen. Een weg, hoe heerlijk ook, blijft tenslotte maar een middel om tot zijn bestemming te komen. En nu is ddt het heerlijke, dat de weg des levens ons brengt in het hemels vaderland. Immers de vrijgekochten des Heeren zullen wederkeren en tot Sion komen met gejuich.
De weg van de wereld naar geluk is een bange donfkere lijdensweg, een weg van droefenis en verzuchting.
De verheven baan daarentegen is een weg van ware zielevreugde, want hij voert ons uit de diepste ellende tot de hoogste zaligheid.
Toen Israël terugkeerde, vonden zij nog een verwoest land en gebrandschatte steden en dorpen. Die troosteloze aanblik zal de vreugde wel getemperd hebben. Er moest hard gewerkt worden aan de herbouw. En bij de inwijding van de gerestaureerde tempel was er geen onvermengde vreugde.
Maar deze profetie heeft een veel diepere zin en een veel wijdere strekking. Het gaat tenslotte niet om het aardse, maar om het hemelse Kanaan, om 't Sion, dat boven is, met zijn heilige tempel. Daaraan behoeft door geen mensenhand gewerkt te worden, want God Zelf heeft het alles toebereid, en het is zó schoon, dat alle aardse glans er bij verbleekt. Het staat alles al klaar om in bezit en gebruik genomen te worden. En daarom zullen alle vrijgekochten des Heeren wederkeren en tot het hemelse Sion komen met gejuich en eeuwige blijdschap zal op- hun hoofd wezen.
Aardse vreugde verkeert zo spoedig in bittere smart. Daarboven is echter eeuwige blijdschap, een eeuwig zingen van Gods goedertierenheên.
Gaat ons verlangen daarnaar uit? Dan is Christus de enige weg, die U daar brengen kan.
Maar nóg eens, het is een heilige weg, en geen onreine zal daarop komen !
Doch dan is het ook een veilige weg, zelfs geen dwaas kan daarop dwalen, wanneer men gaat door godd'lijk licht geleid.
En dan zal het ook een heerlijke weg zijn, want de verlosten mogen daarop wandelen.
Zalig degenen, die tot Sion komen met gejuich. Nog zijn zij niet, waar zij wezen willen, maar zij zullen hun, wens verkrijgen, want :
„Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort Elk hunner zal in 't zalig oord, van Sion, haast voor God verschijnen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's