De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hofnar van Gelre

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hofnar van Gelre

FEUILLETON

4 minuten leestijd

Een verhaal uit het begin der 16e eeuw

— O, nu weet ik 't weer: 't was in Amsterdam ; 's avonds kwam je bij m'n bed en zei : ,,Goeien nacht, Kees, beste jongen", en toen ging je weg, en je kwam die nacht niet in ons kamertje slapen, zoals anders, 's Morgens was je voorgoed weg, dat was je. 'k Zocht je overal. Vader was boos en moeder ook. En ik huilde maar, al zeg ik 't zelf. En een poosje later zei moeder : ,,Ogeüs is dood". Toen huilde ik nog meer en... "

,,Hou toch op Kees, malle kwant", zegt de nar lachend, en maakt zich uit de omarming van zijn broer los. ,,Is me dat een redeneren ! Bij de baard van neef Karel, jij hebt ook gele gal, en daar ben ik wat blij om ; jij bent eigenlijk nog meer voor Zot in de wieg gelegd, dan ik, daar kun je op aan. Want wijs ben je niet, anders zou je niet zo'n drukte maken nu, en wel bedenken, dat jij en je vrienden in gevaar verkeren. Ja, jij óok, want jij hebt hen geholpen, dat hebben er meer gezien dan ik. Want je moet niet denken, dat ik je eerst in die tuin tussen de pronkers zag, neen, reeds op straat, en herkennen deed ik je ook, want ik heb betere ogen dan jij.

En waarlijk, jij bent in die dertien jaar niet veel veranderd, althans niet veel groter geworden.

Maar, komaan, beter onbegonnen dan ongeëind, zegt het spreekwoord, en daar ik wel zie, dat zonder mij hier alles misloopt en m'n gele gal mij dwingt ketters en alle dwaze mensen met gele gal, gelijk jij er een bent, Kees, wanneer ze in nood zijn, hulp te brengen, moet ik mij terstond aan 't werk zetten. iBlijf jullie drieën hier zolang rustig zitten".

En zich dan tot zijn stiefmoeder wendend, vervolgt hij : ,,Mag ik je even alleen spreken, moeder? Dan zult ge spoedig begrijpen, dat m'n raad nog al verstandig is".

Bij deze laatste woorden kijkt de nar Wijntje zó wonderlijk aan, dat deze er een weinig door van stuk raakt en tot verwondering der anderen zonder spreken gewillig met Ogeüs de ladder afdaalt. Siebe, die thans door de, tussenkomst van de nar, in wie hij en Resius wegens zijn vroegere hulp veel vertrouwen stellen, zijn hoop ziet terugkeren, en het de Oost-Fries heden moet toestemmen, dat de Heere kan redden uit elke nood en nimmer de zijnen vergeet, Siebe is nieuwsgierig geworden en wil meer van de vreemde nar weten. Wat hij evenwel van Cornelis hoort, is slechts dit: Ogeüs is zijn halfbroeder en ongeveer zeventien jaar ouder dan hij. Noch zijn vader, noch Cornelis' moeder mocht hem lijden. „En toch was-t-ie altijd zo grappig en goed", besluit onze gezel; ,,ik weet waarlijk niet waarom andere mensen niet evenveel van hem hielden als ik, dat zeg ik".

Nauwelijks is deze mededeling gedaan of de nar komt alleen haastig de ladder opklauteren.

,,Hihi !'" lacht hij smakelijk. ,,Moeder heeft toch de wijze raad van haar oudste zoon aangenomen ! Hihi ! ik wist het ook wel, dat ik haar zwarte gal kon veranderen. — Luistert nu : wij blijven met ons vieren tot de schemering hier. Mocht men ons komen zoeken, dat zal moeder wel van onze schuilplaats zwijgen. Verder nog dit: vóór de donker moeten hier zijn : drie oude of nieuwe helmen, drie vuurroeren en een gelijk aantal grote mantels. Is alles op tijd in orde, dan neem ik op mij, juHie drieën van) avond ongedeerd buiten de stad te brengen. Want je zult toch wel begrepen hebben, broer Kees, dat jij ook een poosje van moeder weg moet; anders mocht jou de beul: nog 's iets in 't oor fluisteren, wat je stellig liever niet zou willen horen, mijn kleine kameraad. Je riekt ook al naar de mutsaard."

Na deze toespraak zet hij zich in een gemakkelijke houding op een bankje neer en kijkt de een na de ander genoeglijk lachend aan.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Hofnar van Gelre

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's