Een domine vertelt
Geestelijke bijstand
XXIII.
Ziehier: nu een betiteling, waarover gij u wellicht verwondert, dat zij gangbaar is in de protestantse denkwereld.
Ik beweer niet, dat deze benaming gebruikt wordt door kerkelijk meelevende mensen. Toch komt men ze in de grote stad nogal eens tegen en dan meestal bij hen, die van de kerk vervreemd zijn of ook door anderen, die dit spraakgebruik gedachteloos hebben overgenomen, In elk geval verraadt het de aanwezigheid van Roomse zuurdesem, waarvan nog wat achterbleef.
Laat mij een en ander illustreren met een paar eigenaardige, overigens niet onvermakelijke gevallen :
Wandelend in een der grote straten van onze drukke stadsgemeente, hoorde ik achter mij een luid geroep : „domine ! domine !"
Ik keek om en aanschouwde een corpulente ,,dame", een geduchte verschijning, zozeer zelfs, dat haar eigen man tenslotte het hazenpad gekozen had. In kerkelijke kringen stond zij ter kwader naam en faam bekend.
Ik bleef staan en vroeg, wat zij wenste, „Och !" Zo riep zij, „wilt u even meegaan naar die winkel daar, want daar in huis is er voor iemand geestelijke bijstand nodig".
Aangezien ik de bewoners van dat huis heel goed kende, ging ik onmiddellijk naar binnen. Man en vrouw stonden beide achter de toonbank. De bewuste „dame" stond naast mij.
Ik vroeg hun wat er aan de hand was. „Niets bijzonders"; antwoordden ze heel vrolijk ; „ons kind is een paar dagen ongesteld geweest, maar nu is het beter".
,,Maar waarom hebt u mij dan laten roepen? " vroeg ik.
„Wij hebben u niet laten roepen", was het antwoord „deze vrouw heeft voor ƒ 2.50 winkelwaren gekocht en niet betaald. Meteen zag zij u over de straat lopen en zei: „ik zal de domine maar vragen ; die heeft meer dan ik".
Ik heb dat bedrag toen maar betaald ; niet om die vrouw, maar om de eigenaren van de winkel.
Een ander geval: Eens kreeg ik een brief van een man, die ik voortgeholpen had. Hij miste beide benen en reed in een invalidenwagentje, dat hij met zijn handen voortbewoog.
Ik bezocht hem niet geregeld, omdat het hem om Gods Woord niet te doen was, maar om wat anders. Dan schreef hij het volgende :
„Waarom komt u niet? Ik heb geestelijke bijstand nodig. Een herder behoort zijn schapen op te zoeken. Hoogachtend : Uw schaap zonder benen"
Sinds die tijd ben ik, om de waarheid te zeggen, toch wel wat wantrouwig geworden, wanneer ik in de lucht iets rook van „geestelijke bijstand". Men komt zogenaamd voor iets geestelijks, maar En daarom : alle stadsdominees zullen zich voor het woord, bovengenoemd, wel hoeden, al zeg ik niet, dat wij meer dan de engelen zijn, die zich geen tweemaal stoten".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's