Onderwijs
Begin 19e eeuw
De ideeën uit het einde der 18de eeuw hebben hun doorwerking gehad tot ver in de 19de eeuw. Locke en Rousseau hebben grote invloed gehad op het denken in ons land en op de geest van het onderwijs in het bijzonder. Ook het rationalisme van de Philantropijnen werd hier gretig opgenomen en het is niet teveel gezegd, als we vaststellen, dat de schoolwetten van de Bataafse Republiek er door beheerst werden en dat ook latere er nog duidelijk de sporen van droegen. Grote invloed is in deze ook uitgegaan van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Zij werd opgericht door de Doopsgezinde predikant te Monnikendam, J. Nieuwenhuizen (1784). Hij en zijn vrienden waren ijverige beoefenaars van de natuurlijke godsdienst. Uit verschillende kerkelijke kringen trok de Maatschappij haar leden en het is niet te verwonderen, dat, wars van alle kerkelijke leerstelsels —• zoals men het noemde —• slechts ,,algemeen Christelijke beginselen" konden worden toegelaten. In deze richting was ze de eerste tijd buitengewoon zeer godsdienstie, alleen was er geen sprake van overeenstemming met het geloof der Vaderen, waarmee en waarvoor deze de brandstapel en het schavot hebben beklommen. Ze erkende b.v. in een van haar uitgaande geschriften „het redelijk geloof aan het bestaan van een oneindig, volmaakt Opperwezen, als de bron van alle tijdelijk en eeuwig geluk" In een ander geschrift: ,,Kenmerken ener Goddelijke Openbaring", werd een poging gedaan om de waarheid en het gezag der Bijbelboeken te rechtvaardigen voor het gezond verstand.
Het is te begrijpen, dat „'t Nut" later wel enigszins veranderd is, toen het gezond verstand de redelijke bewijzen weer omverwierp. Trouwens, heel haar terminologie wijst van de aanvang af op alle gemis aan de waarachtige grondslag van het getuigenis des Heihgen Geestes in het hart. Redelijke bewijzen, daar moest ze het van hebben. Dan wordt de Bijbel wel genoemd de Bron van alle nuttige kennis, maar dan is er geen sprake van de Schriften, die wijs maken tot zaligheid door het geloof in de Heere Jezus Christus. Dan wordt de Heere Jezus Christus wel voorgesteld in zijn verheven karakter als een voorbeeld van een godsdienstig en zedelijk gedrag, maar niet als God, geopenbaard in het vlees, .gestorven om onze zonden, opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Godsdienstigheid is de bron van alle geluk, ongodsdienstigheid de bron van alle tijdelijk en eeuwig ongeluk; echter is er in dit verband geen plaats voor wedergeboorte en bekering door de kracht des Heiligen Geestes.
Neen, zoiets behoorde tot de „bijzondere leerstellingen" en als je onderwijs daarmee geïnfecteerd was, dan kweekte je onverzoenlijke partijgangers, lage dwepers, schijnheilige booswichten en openbare God-verzakers.
Men ziet, de mensen, die eenvoudig bij en uit de Schrift wilden leven, konden het met dit oordeel doen. Hier werden inderdaad de grondslagen gelegd voor een Christendom — als het zo nog heten mag — boven geloofsverdeeldheid, de grondslag voor de neutraliteit in het onderwijs: het hart, de kern wordt uit het Evangelie uitgehaald.
De Maatschappij ontwikkelde in ons Vaderland een geweldig grote werkkracht en daardoor was haar invloed ook zeer groot. Weldra werden in alle steden en in grote dorpen afdelingen (Departementen) van de Maatschappij opgericht. Kweekscholen werden gesticht in verschillende grotere plaatsen, waar onderwijzers in de geest van „'t Nut" werden opgeleid. Bekend was vooral die te Groningen onder leiding van Brugsma. Heel wat bekwame leerkrachten zijn aan deze Kweekscholen opgeleid. Vele Departementsscholen verrezen er, waarvan vele modelscholen genoemd konden worden. Voeg daar nog bij de talrijke door het „Nut" in 't leven geroepen volksbibliotheken, voorts de invoering van uit 't Duits vertaalde werken der Philantropijnen, en het is duidelijk, dat met grote kracht en helaas ook met groot succes gewerkt werd aan de ontkerstening van ons volk.
Toch is hiermee niet geheel de oorzaak genoemd van de treurige geest des tijds in de eerste helft der 19de eeuw, noch ook de daarmee corresponderende geest van het onderwijs in die dagen. De belangrijkste factor moet nog vermeld worden : de Kerk.
Zeer vele, misschien wel bijna alle onderwijzers waren leden der Ned. Hervormde Kerk ; van dezen woonde nog het grootste deel als koster of voorzanger des Zondags de kerkdiensten bij en stond zodoende toch altijd meer of minder onder de invloed der kerk. Tal van predikanten hebben het onderwijs als Schoolopziener gediend, zelfs professoren hebben naast hun hoge ambt deze functie bekleed.
Hoe stond het nu met de prediking in de kerk?
De Belijdenis der Vaderen werd door velen schadelijk geacht voor de godsdienstigheid en de zedelijkheid. Men hield het bij een enigheidsformulier: Jezus is de Christus én ieder mens behoort te leven naar de wil van God en naar het voorbeeld van de Zaligmaker. Langzamerhand werden de hoofdwaarheden der belijdenis verzwakt en tenslotte óf geheel of grotendeels losgelaten. Zeker, dat leerde men nog wel, een mens moet door genade zalig worden, maar dan moet hij zich die eerst waardig maken. ,,Er was geen waarheid", zo schreef Groen van Prinsterer, „die onaangetast bleef De hemel is voor elk, die geen grove uiterlijke zonden begaat, met een onbekrompenheid, die gedurig ruimer wordt, opengesteld".
De Groninger school had in die tijd grote invloed. Zij leerde, dat niet de Bijbel Gods Woord is, maar ieder moet in de Bijbel Gods Woord zoeken. Maar in datgene wat b.v. prof. Hofstede de Groot er in vond als Evangelie, was geen sprake van de zonde als vijandschap tegen God, dus evenmin van de noodzakelijkheid van wedergeboorte en bekering. De persoon van Jezus werd wel op de voorgrond gesteld, maar het was niet de Christus der Schriften: Zijn Godheid werd geloochend, evenals ook, dat Hij zou voldaan hebben aan het Recht Gods.
Zo ging 't veelszins op de kansels onzer kerk, aan de hoge scholen, waar de predikanten werden opgeleid, zo ging het in de geschriften van ,,'t Nut", in een richting van 't Woord af naar het rationalisme. Geen wonder , dat ook de hoofdstroom in ons volksleven in deze richting dreef en de volksschool volgde hetzelfde spoor. De directeur van de reeds genoemde Groninger Kweekschool, Brugsma, schreef een boekje : Kort overzicht van de leer der opvoeding, voor het onderwijs in de Lagere Scholen. Daarin beluistert ge de klanken van de Groninger -School. Een paar citaten : „God zorgt er voor, welke schijnbare stilstand en achteruitgang zich hier en daar soms ook mogen voordoen, dat het menselijk geslacht op de duur in verstandelijke en zedelijke volkomenheid voorwaarts streve". „Door de opvoeding, die Jezus gaf, kunnen wij nader tot God komen, meer aan God gelijkvormig en daardoor wezenlijk gelukkig worden".
In een vorig artikeltje wezen we reeds op het door de Philantropijnen ingevoerde zedekundig leesboek. Immers had men voor het toen gepropageerde ,,Christendom" een levend voorbeeld nodig, de vleesgeworden deugd. Jezus stond voor kinderen te hoog, dan maar een brave Hendrik en een brave Maria gecreëerd, en het effect is hetzelfde. Op deze wijze werd het kind er toe geleid, om zijn zaligheid in zichzelf te zoeken en niet buiten zichzelf in Christus, ja, steeds verder van de Heiland afgevoerd.
Zo ging het grootste deel van Protestants Nederland voort op de weg van het rationalisme, van deugd en zelfvolmaking, tot er eindelijk stemmen opgingen, die opriepen tot verzet tegen de geest der eeuw. Ze zullen het niet hebben, de goden van de tijd, zo zong Da Costa en scherp klonk zijn krijgstrompet:
Dat de Waarheid zegevier. Ondergang aan 't rijk der logen. Onder Jezus' krijgsbanier Riep ons D' Almacht uit den hogen. Met Zijn vlekloos bloed besprengd. Zijn wij ridders Gods geslagen. Om voor d' eernaam, die wij dragen, d' Allerlaaste drop te dragen Die onze aderen doorgloeit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's