Meditatie
En Ik zeg ulieden : Maakt azetven vrienden uit de onrechtvaardige mammon opdat wanneer u ontbreken zal zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen, Lucas 16 vs. 9.
Deze tekst, mijne lezers is nu niet direct gemakkelijk om te verstaan. Ook zijn er vele teksten in het Woord des Heeren welke nu niet bepaald zo een twee drie zijn te begrijpen. Onder de moeilijke teksten valt m.i. ook de bovengenoemde.
Ik kan me begrijpen dat vele eenvoudige lezers van de Waarheidsvriend zich afvragen ; wat betekent dat nu zich vrienden te maken uit de onrechtvaardige mammon opdat wanneer het Zijn discipelen ontbrak, zij — dat zijn dan die vrienden uit de onrechtvaardige mammon, — hen ontvangen zouden in de eeuwige tabernakelen. En toch, bij nader inzien en bij 't licht des Geestes is. bovengenoemde tekst nu niet zo moeilijk.
Maar het spreekt van zelf zullen we deze tekst verstaan dan moeten we eerst eens kalm nagaan wat aan onze tekst vooraf gaat.
Welnu : In de eerste acht verzen van Lucas is sprake van 'n rentmeester. Deze rentmeester, dat spreekt van zelf, was in dienst van 'n rijk mens. Zij die niet vele aardse goederen bezitten houden er geen rentmeester op na. Welnu die rijke mens uit Lucas. 16 hield er dus 'n rentmeester op na.
Helaas, dat rentmeesterschap was hem maar slecht toevertrouwd. Hij deed wat heel geen pas gaf. Hij leefde lekkertjes van het geld zijns meesters. Hij nam ten eigen bate van de hem toevertrouwde gelden. En ja, het ging 'n tijdlang goed. Maar eindelijk liep de rentmeester toch tegen de lamp en hij werd aangeklaagd en hij moest verschijnen voor zijn heer, om verantwoording te doen over zijn beheer. Nu die rentmeester ter verantwoording geroepen, zal dunkt me menige slapeloze nacht hebben doorgebracht. Hoe kom ik er uit ? Hoe red ik wat nog te redden is ? O, als ik mijn schone positie maar niet verlies !
En wat doet die rentmeester nu ? Wel hij ontbiedt ijlings al degenen die zijn patroon iets schuldig zijn. En dan komen ze bij die rentmeester wellicht met de vraag in 't hart: Wat betekent toch die plotselinge en onverwachte ontbieding ? Nu, dat raadsel wordt hun spoedig opgelost.
Ik zie die eerste schuldenaar komen. De rentmeester vraagt: vriend, hoeveel zijt gij mijn heer schuldig ? Honderd vaten olie is het antwoord. Wel, zegt de rentmeester, ik maak er vijftig van. 'n Tweede komt. Hij is schuldig honderd mudden tarwe en de rentmeester zeide: neem uw handschrift en schrijf tachtig. Zo gaat het maar door.
Waarom handelde de rentmeester aldus ? Ja, waarom ? Wel, hij die rentmeester was bevreesd dat ie straks brodeloos zoude zijn. En wat moet-ie dan beginnen ? Graven kon-ie niet. Bedelen neen hoor, daar schaamde hij zich voor. Welnu, ik zal hun de schuld wat verminderen, zo dacht die rentmeester, en wanneer ik dan straks dakloos ben, wel dan zullen ze, gedachtig aan wat ik hun gedaan heb, mij in hunne huizen opnemen en zo heb ik tenminste 'n dak boven mijn hoofd.
Wanneer we mijne lezers, die hele wijze van doen van deze rentmeester even ons indenken dan zeggen we: zijn wijze van doen is toch niet erg fraai. De vraag waakt bij ons op : hoe kan nu ter wereld deze rentmeester geprezen worden ? En dat gebeurde toch maar !
Prees de heer van de rentmeester hem niet, wijl hij voorzichtig gedaan had ? Ja, de heer des rentmeesters prees hem. Want de kinderen dezer wereld zijn voorzichtiger dan de kinderen des lichts.
Ja, hoe kon nu toch de Zone Gods, deze onrechtvaardige rentmeester tot 'n voorbeeld stellen en zeggen tot Zijn discipelen : Maakt u zelven vrienden uit de onrechtvaardige mammon opdat wanneer u ontbreken zal zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen.
Nog eens : Hoe kan nu toch de Zone Gods dat doen en die onrechtvaardige rentmeester tot 'n exempel stellen Zijn discipelen ?
Tot 'n voorbeeld stellen ? Maar mijne lezers, dit doet de Zone Gods juist niet. Neen, meen toch niet dat de Heere hier accentueert die verre van fraaie handelwijze van deze rentmeester ! Neen, alleen zijn voorzichtigheid wordt aangetoond. Die rentmeester handelde zo dom niet. Hij zit in de war. Zijn positie staat op het spel. Hij weet het opperbest dat zijn patroon hem niet zal handhaven. Hij zal niet langer in dienst van zijn patroon geduld worden. Daar heeft hij het heus niet naar gemaakt en nu tracht hij nog te redden wat er te redden valt.
Hij tracht nu bij de schuldenaars van zijn meester in 'n goed blaadje te komen. Hij bewilligt er in dat ze hun schuldpapieren vervalsen. Schrijf haastig inplaats van honderd vaten vijftig. In plaats van honderd mudden tarwe tachtig.
Hij laat ze allen in zijn huis komen. Wat listig gaat-ie te werk. Hij saneert ze eerst, slaat ze nauwkeurig gade. Hij schijnt nog 'n goede mensenkennis te hebben ook. Speurt hij, dat ze bezwaren hebben, hij komt wat nader bij en fluistert ze toe: stelt ge bezwaren, nu goed: doe er dan wat minder af. Maak van die honderd, tachtig. Dat is toch zo erg niet. En bij hen die minder scrupuleus waren, wel hen fluistert-ie toe: doe er de helft maar van af. O, wat is die rentmeester toch shm. Op deze wijze verzekert hij zich de vriendschap van die schuldenaars. En die schuldenaars, ach ; veel geweten hebben ze geen van allen. De een wat meer, de ander heeft wat minder geweten. Tenslotte zijn ze allen valse handtekenaars. En de rentmeester lacht in zijn vuistje. Hij heeft ze aan zich verplicht en voor wat hoort wat! Ze zullen hem nu niet in de steek laten en ze zullen hem in hunne huizen opnemen. Hij heeft zich 'n onderdak verzekerd. Natuurlijk, zijn rijke patroon hoorde er van en die patroon staat versteld over zulk 'n voorzichtigheid, hij prijst hem, neen natuurlijk niet om zijn onrechtvaardig handelen, maar om zijn slimme wijze van doen. Hij had nu huizen waar hij' ontvangen zou worden.
Slecht was hij. Slecht en slim en voorzichtig en nu zegt de Zone Gods, denkend aan zijn wijze van doen : de kinderen dezer wereld zijn voorzichtiger dan de kinderen des Lichts. De kinderen des Lichts wil Christus zeggen, kunnen hier iets leren van de kinderen der wereld, de kinderen des Lichts kunnen iets leren van deze onrechtvaardige rentmeester ! Wat ? iets leren van deze man ? Ja zeker ! Maar hoe zit dit dan ? Hoort, de kinderen Gods hier op aarde hebben toch ook geld en goed. De een wat meer, de ander wat minder. De discipelen, de kinderen des Lichts zijn toch ook rentmeesters ! De rentmeester maakte zich vrienden met en door de mammon. Dat betekent door middel van het geld maakte hij zich vrienden en daarom werd-ie in hun huizen ontvangen.
Doe gij desgelijks. Ook de kinderen des Lichts moeten zich vrienden, maken met hun geld, met de mammon (vaak onrechtvaardige mammon genoemd), omdat er zoveel onrecht mee bedreven wordt. Kinderen des Lichts gebruik van het uwe om er arme tobbers mede te helpen. Houdt het toch niet alleen voor u zelf. Neen ge moet , u geen vrienden met het uwe maken op zulk 'n minne zondige manier als de rentmeester het deed. Gij moet het anders doen !
Ziet, kinderen des Lichts, daar is 'n broeder of zuster in nood. Ze hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.
Gij weet het best. Gij weet het best. Kom, zeg nu niet: Ben ik mijns broeders hoeder ? Tast eens in uw beurs. Kom wend uw aangezicht niet af. Gij zijt toch rentmeester van het uwe ! Kom laat de huisgenoten des geloofs niet in de kou staan, laat ze niet al zuchtend voort gaan.
Hoort de Zone Gods roept het uit: als met 'n stem van vele wateren : Ik zeg u, maakt u zelve vrienden uit de onrechtvaardige mammon opdat, wanneer u ontbreken zal zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen.
Wanneer u ontbreken zal! Wanneer is dat ? Wanneer zal het de discipelen ontbreken ?
Wel, dat zal zijn wanneer ze de grote reis moeten maken. Wanneer de stervensure daar is. Wanneer ze daar nederliggen omvangen, straks door de armen des doods. Ach in die ure kunnen we niets meenemen. In die ure kunnen we op niets Vertrouwen. Alleen op de Gerechtigheid van de Borg-Middelaar.
Lezen we niet in het goddelijk getuigenis ? : Want wij hebben niets in de wereld gebracht : het is openbaar dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen, maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn en de geldgierigheid is de wortel van alle kwaad.
Ja zeker, bij het maken van de grote reis zal Gods kind ontbreken; dat wil zeggen niets van wat dezer aarde is kunnen ze mede nemen. Ze moeten achter laten vrouw en kinderen, geld en goed. Maar weet ge wat niet vergeten wordt ? Wel, niet wordt vergeten dat ze zich vrienden hebben gemaakt jiit .de onrechtvaardige mammon. 'IsS^ Jrrteïjji
Ge hebt in uw leven 'n arme broeder of zuster in de Heere geholpen. Hun last verlicht. Hun zorgen verminderd. Wanneer Heere, hebben we dat gedaan ? Ze weten het zelf niet meer. En die kinderkens door u geholpen, ze zijn ingegaan in de Eeuwige glorie. Aan hen is vervuld dat wondere woord : Zalig zijn de doden die in den Heere sterven van nu aan. Ja zegt de Geest, opdat zij rusten van hun arbeid.
Hun geloof is veranderd in aanschouwen. Ze zien Immanuël, de gezegende Borg-Middelaar. Zij beluisteren de schone zang welke ruist door des Hemels tempelzalen, alwaar geen lijdensstrijd meer is. Ze horen dat wondere lied, gespeeld op gouden citers, gezongen door de verloste schare, gezongen door allen die de Zoon door de Vader zijn gegeven.
Welnu, ook gij kinderen Gods, die hier de Zone Gods door een waar geloof zijt ingelijfd, en alle Zijne weldaden leerdet aannemen, ook gij sterft, en waar ge macht hebt ontvangen 'n kind Gods genaamd te worden, daar in Immanuëls land, daar zullen die kinderen welke gij hebt geholpen, welker nood gij hebt verlicht, u ontvangen, u tegentreden in de eeuwige tabernakelen, d.i.: in de hemel der heerlijkheid met ja, met 'n dankend hart.
Tenslotte, denk ik mede in verband met onze tekst, aan Zondag 24 van onze trouwe onvolprezen Heidelberger Catechismus. Hier lezen we, dat zo wie Christus door 'n waar geloof is ingeplant, zal voortbrengen vruchten der dankbaarheid. En in Lucas 25 lezen we : Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig of een vreemdeling of naakt, of krank of in de gevangenis en hebben U niet bezocht ? Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen : Voorwaar 'zeg Ik u, voor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt zo hebt gij het ook Mij niet gedaan. En deze zullen gaan in de eeuwige pijn. Maar de rechtvaardigen in het Eeuwige leven.
Kom, hoe is het met u, mijn lezer? Zijt gij van Christus ? Hebt ge zelfkennis ? Godskennis ? Christuskennis ? Weet ge er van door de H. Geest ontdekt te zijn en zo door de H. 'Geest langs, door de tweede Persoon met de Eerste Persoon verzoend te zijn ? Dit is het Eeuwige leven, dat zij u kennen de Enige en waarachtige God en Jezus Christus, door de Vader gezonden !
Zalig wie dit verstaat. Deze verstaan ook onze tekst. Deze weten ook wat het is zich zelven vrienden te maken uit de onrechtvaardige mammon, opdat wanneer u ontbreken zal zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's