De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hofnar van Gelre

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hofnar van Gelre

FEUILLETON

3 minuten leestijd

Een verhaal uit het begin der 16e eeuw

Deze heeft aan dit verzoek willig voldaan, want aan het bezit van Harderwijk, deze rijke, bloeiende handelsstad en havenplaats aan de Zuiderzee, is hem veel gelegen. In eigen persoon heeft hij zelfs, zoals uit het vorige hoofdstuk bleek, de stad; bezocht, ten einde alles in ogenschouw te nemen, wat op de versterking der veste betrekking heeft, en bij die gelegenheid magistraat en krijgsheden tot het bieden van krachtige tegenstand aangespoord.

En Elburg is weldra eveneens gevallen. Thans ligt Harderwijk aan de beurt. Reeds de 17e Juni komt de voorhoede van het Oostenrijkse leger voor de stad, en welhaast wordt de belegering begonnen, want de twee bevelhebbers der keizerlijke troepen. Schenk en Floris van Egmond — de laatste in de wandeling Floortje Dunbier geheten ter oorzake van de slechte staat zijner geldmiddelen •— hebben tevergeefs in naam des Keizers de stad doen opeisen. Door de belegeraars worden nu de omwonende boeren en vissers geprest, om rondom, de stad schansen op te werpen en zogenaamde tuinenburgen *) aan te leggen.

Tegelijkertijd wordt een groot aantal stukken geschut, deels van de zeekant, aangevoerd, en voor het merendeel aan het strand op platboomde vaartuigen opgesteld. De haven, waar hertog Karel vroeger talrijke vloten uitrustte, die onder aanvoering van de ruwe, maar dappere zeeschuimer Grote Pier, de schrik der Hollanders waren, krioelt thans van vijandelijke schepen.

Als men op deze wijze alles tot de aanval in gereedheid heeft gebracht, neemt het donderen der kartouwen van vier zijden een begin.

Zeker, reeds meermalen heeft de ingesloten veste, o.a. in 't jaar 1371, een belegering moeten doorstaan ; want de regering der hertogen, in 't bijzonder van Karel, bracht het arme Gelderland in voortdurende oorlogen; maar van een belegering als deze hebben de Harderwijkers toch niet gedroomd. Bijna een etmaal achtereen vliegen de zware kogels in grote getale tegen de muren en rondelen, en schieten bres op bres, die door de krijgslieden en de gewapende poorters wel met grote moeite en opoffering van vele mensenlevens, zo goed en kwaad als men het vermag, worden toegemuurd, maar bij een bestorming niettemin de aanvallers een goede gelegenheid blijven aanbieden, om de vesting binnen te dringen.

En de kogels, die over de muren en wallen heenschuiven, vallen als zovele nijdige woestaards in de arme stad, vernielen de artistieke gevel van menig oud gebouw, veranderen zelfs hier en daar een vredig huisje in een ware puinhoop of stichten, als ze gloeiend zijn, hier en daar brand.


*) Een dubbele rij overeind staande horden en vlechtwerk van wilgenhout, waarvan de tussenruimte met aarde werd aangevuld. 

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Hofnar van Gelre

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's