De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gij zijt priester

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gij zijt priester

5 minuten leestijd

IV.

Dit is de nood van het christelijke leven van onze tijd, dat dit schuldbesef zo veelszins ontbreekt en dat men zo vaak met vrijpostigheid inplaats van met ootmoed bekleed is. Men spreekt wel over de liefde Gods, doch men maakt geen ernst met Gods rechtvaardigheid. De gestalte van de tollenaar kent men niet en van de uitroep „Wie zal bestaan" weet men niet. Maar daarom ook niet van de blijde geloofsjubel, door Gods Geest in het hart gewerkt: „Maar bij U is vergeving "

Een priestergewaad verborg onder het Oude Verbond niet altijd een priesterhart. En een christennaam verzekert ons nog niet dat we met een priester te doen hebben. Het zijn niet allen waarlijk priesters die bij het altaar staan en offers brengen.

Bij het eerste altaar waarvan de Heilige Schrift spreekt, stond een priester te offeren, doch een priester die zich weldra als een moordenaar zou openbaren, n.l. Kaïn.

En waren het ook geen moordenaars, die eerwaarde schare van priesters en overpriesters, die in Jeruzalems straten mede luidkeels aanhieven: „Kruist Hem, kruist Hem !"? Hoe kort geleden stonden ze wellicht nog aan het altaar? Hierbij wordt het weer bewaarheid, dat er geen feller haat tegen het Kruis van Gods genade is, dan de haat van de ongebroken godsdienstige mens.

Maar is het dan ook niet weer een wonder van vrije genade, wanneer we bij het Nieuw Testamentische Altaar, bij het Kruis op Golgotha, een moordenaar, naast Christus gehangen, het offer van een schuldverslagen hart zien brengen ? Dat is het wat Gods genade vermag : moordenaars in priesters veranderen. Van deze moordenaar gold het zeker : Gij zijt priester.

Op de heuvel Golgotha aanschouwen we drie kruiselingen. En het oog des geloofs aanschouwt daar allereerst de Hogepriester, Die met Zijn eigen Bloed in het hemels heiligdom ingaat. En daarnaast hangt als vrucht op Christus' borgwerk een mens, een zondaar, die als moordenaar aan het kruis werd genageld, doch nu als toonbeeld van de onweerstandelijke kracht van Gods Geest tot een priester werd gemaakt. Straks zullen ze beiden. Hogepriester en priester, Gods hemels heiligdom ingaan. Als er één voor Gods troon in aanbidding zal neerknielen, als er één het lied des Lams zal zingen, dan zal het toch zeker wel deze priester zijn.

Slechts kort is hij priester op aarde geweest. Enkele uren hoogstens. Als regel is het anders. Degenen die door Gods genade tot priesters worden gemaakt, hebben hier nog de aardse loopbaan te lopen, hebben hier nog hun priester loopbaan, hoe verschillend hun plaats ook moge zijn die ze in het burgerlijke en kerkelijke leven innemen.

De Heere wil dat hun leven zal staan in het teken van „Gij zijt priester". Ze hebben een priester-leven te leiden. En het leven van een priester kenmerkt zich door het telkens weer bezig zijn in de dingen des Heeren, door het brengen van offeranden, het toeven bij het altaar en het nastaren van de Hogepriester, wanneer hij inging in het heilige der heiligen.

Welnu, degenen van wie het waarlijk geldt: ,,Gij zijt priester", zullen iets van dat verlangen naar de voorhoven des Heeren kennen. ,,Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken : dat ik al de dagen mijns leven mocht wonen in het huis des Heeren, om de lieflijkheden des Heeren te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel". Dan zal er ook een nastaren zijn van de hemelse Hogepriester, Die het heiligdom is ingegaan. Dan wordt bij tijden door het geloof het voorhangsel opzijde geschoven en door Gods liefde overweldigd, kan er dan een neerzitten zijn en een zich verlustigen in datgene wat het geloofsoog aanschouwt. Ziende op de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs, kan er dan wel eens zijn om met Calvijn te spreken „een vrijelijk binnentrekken van het hemels heiligdom".

Ook de offeranden zullen in zulk een leven niet ontbreken. En dan zijn het geen offeranden die men uit wetsgetrouwheid of uit verdienstelijkheid brengt, doch offeranden die thuis behoren in het leven der dankbaarheid.

Velerlei kunnen die offeranden zijn.

Schuldoffer en dankoffer, offeranden der gebeden en des lofs. Offeranden ook, zo God het wil, van het leven.

We denken hierbij om één voorbeeld te noemen aan Jan de Bakker. Daar zat hij terwille van zijn geloof in de Gevangenpoort in Den Haag. Een vreselijke tijd heeft hij daar mede gemaakt. Op allerlei wijze trachtte men hem van zijn geloof af te brengen. Men wees hem op zijn vrouw, die hij zo lief had en die eveneens gevangen genomen was. Maar zijn antwoord „Wie vader of moeder, vrouw of kind lief heeft boven Mij, is Mijns niet waardig". Hoe smartelijk het ook voor hem geweest zal zijn, hier bracht hij Gode het offer van eigen leven en het offer van zijn vrouw.

Eens terwijl hij gevangen zat, ziet hij zijn cel-deur ontsloten worden en trad zijn oude vader zijn cel binnen. Het was de bedoeling van degenen die hem gevangen hielden, dat deze oude vader er hem toe zou brengen zijn „ketterij" af te zweren. Maar ook zijn vader, was Gode zij dank een Nieuw-Testamentisch priester, die het „Gij zijt priester" in zijn leven openbaarde. Hoor, hoe hij tot zijn zoon, tot Jan de Bakker, de volgende geloofstaal spreekt: , , Ik ben bereid om naar het voorbeeld van lAbraham, u, mijn lieve zoon, die nooit iets tegen mij gedaan heeft, Gode op te offeren."

Wanneer we de Gevangenpoort in Den Haag passeren, dan mogen we wel terug denken met grote beschaming, wanneer we zien op ons eigen leven, aan deze priesters en aan hun offeranden die ze hier gebracht hebben.

Straks brengt Jan de Bakker op de Plaats het offer van zijn leven. Tot deze voormalige pastoor van Woerden kon met recht giezegd worden „Gij zijt priester", ondanks dat men hem ter ontwijding stuk voor stuk zijn priestergewaad uittrok.

Jan de Bakker mocht bij zijn geloof volharden en zich waarlijk als priester betonen, omdat er tegelijkertijd in de hemel zijn Hogepriester voor hem bad dat zijn geloof niet op mocht houden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Gij zijt priester

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's