De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dit is mijn troost in mijn ellende

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dit is mijn troost in mijn ellende

7 minuten leestijd

„Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij". Psalm 40 vers 18a.

Wanneer wij Psalm 40 opslaan, dan kan het ons treffen, hoe er aan het begin van deze psalm door David gedankt wordt voor genoten zegeningen en ervaren uitreddingen, terwijl hij aan het eind weer bidt om bewaring en bescherming in nog dreigende gevaren. De vijanden zitten niet stil, maar leggen het op zijn ondergang toe. Hoor, hoe David bidt in deze nood : ,,Laat ze zich niet over mijn val verblijdden, Heere, maar laten ze beschaamd en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad".

Hij denkt ook aan zijn medegelovigen, die mede geslingerd zouden worden door zijn val. Ook dit legt hij voor de Heere neer: „Laat Uw Sion niet beschaamd worden vanwege mijn val, maar laat in U vrolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken ; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: De Heere zij grootgemaakt!"

Ziende op zichzelf en op de gevaren, die hem omringen, is er alle reden om bevreesd te zijn, maar ziende op de goedertierenheid en de trouw des Heeren, dan mag hij betuigen : „Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij".

Van zichzelf heeft hij niets goeds te verwachten en de mensen maken het hem moeilijk. Maar dit is zijn troost in zijn ellende : ellendig en nooddruftig als hij is, werpt hij zich in de armen van zijn God. „O, Heere, gedenk mijner, Gij zijt mijn hulp en mijn bevrijder, o mijn God, vertoef niet".

Is dat niet groot, als dit overblijft midden in onze ellende, dit geloof: „De Heere denkt aan mij" ?

Voor ellendigen, die hun vaderland kwijt zijn en die er zichzelf nooit inbrengen kunnen, verkondigt Gods Woord: „Gij hebt ellendigen dat land bereid door Uwe sterke hand, o, Israels Ontfermer!"

Voor nooddruftigen, die alles missen en die voor God niet bestaan kunnen, maar een eeuwige dood verdiend hebben, verkondigt het Woord :

Nooddruftigen wil Hij verschonen, Aan armen uit gena Zijn hulpe ter verlossing tonen. Hij slaat hun zielen ga.

Zijn we ellendigen geworden, uitlandigen, uit het paradijs verdreven, uit Gods gemeenschap verbannen, omdat we gezondigd hebben? Hebben we het leren verstaan, dat we niet anders verdiend hebben dan voor eeuwig verbannen te worden? Hebben we het woord , .ellendige" op onszelf in z'n diepe zin leren toepassen? Het woord in het oorspronkelijke ziet op iemand, die geen stukjegrond het zijne kan noemen. Zijn; we het te weten gekomen, dat het zó met ons is?

We hebben alles verzondigd, al Gods gaven er doorgebracht en zijn door eigen schuld straatarm geworden. Hebben we onze schuld' leren aanvaarden? Hebben we het leren erkennen, dat we geen aanspraken kunnen laten gelden, op de hemel niet en op de aarde óok niet? Zijn we rechtelozen geworden, die overal buiten staan en alles missen? Hoe ver hebben we het gebracht?

Ook na ontvangen genade brengen we het niet verder dan een ellendige. Ons leven is vol moeite en verdriet. Soms moeten we pijn lijden in het lichaam, dat afgebroken wordt door een smartelijke kwaal. Soms lijden wij pijn in de ziel om allerlei dingen, die ons leed doen. Maar voor Gods kind is deze pijn nog niet de grootste ellende. Voor Gods kind is de zonde de grootste ellende. Voor Gods kind blijft Paulus' klacht over : „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods? "

Doet de zonde ons pijn ; is de boosheid, die ons altijd aanhangt, ons van harte leed?

Gods kinderen brengen het ook niet verder dan ellendigen in zichzelf. Al wat we méér zijn, is teveel. We kunnen ons soms nogal wat voornemen en menen, wat te zijn. Maar al wat we meer zijn dan een arm zondaar, is zondc;

Maar, o wonder, wie dat te weten gekomen is en wie daarom zichzelf veroordelen en mishagen moet, die wil de Heere in genade aanzien. De Heere is genadig en barmhartig en groot van goedertierenheid voor slechte mensen, voor armen en ellendigen, voor nooddruftigen, die het nodige derven.

Wat is het nodige, dat we missen en niet missen kunnen: om voor God te bestaan?

Dat is gerechtigheid en heiligheid, liefde tot God en onze naaste.

Missen we dat?

Inplaats van gerechtigheid, vol ongerechtigheid, vol overtreding van Gods geboden. Inplaats van heiligheid, vol onreinheid, vol leugen en bedrog, vol melaatsheid, van het hoofd tot de voeten melaats van zonde. Inplaats van liefde, zit ons hart vol haat, haat jegens God en onze naaste, vol verzet en afkerigheid, vol eigenwilhge godsdienst en vijandschap.

Zijn we het te weten gekomen, dat het zo met ons is? Zijn we misschien van onszelf geschrokken?

„O, Heere, zit dit alles in mij !" Moet ge uzelf daarom veroordelen en uzelf buiten sluiten? Moet ge uzelf mishagen vanwege uw zonde en ongerechtigheid? Hebt ge tranen leren schreien om dat liefdeloze hart? Zijt ge een ellendige en nooddruftige geworden?

Hoor nu, welk een wonder van liefde en genade: Aan zulken denkt de Heere!

„Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij".

Mag u dit tot troost zijn in uw ellende? De Heere denkt aan de Zijnen.

Van eeuwigheid af heeft Hij gedachten des ontfermens over hen gehad. Van eeuwigheid heeft Hij Zijn eeuwige en eniggehefde Zoon geschonken voor ellendigen en nooddruftigen. In het paradijs heeft Hij Hem beloofd. Hij heeft aan hen gedacht, toen wij daar lagen, verloren in zonde en schuld. In de volheid des tijds heeft Hij Zijn Zoon in de wereld gezonden.

Hij heeft gedacht aan Zijn Zijn trouw aan Israël nooit genade. gekrenkt.

Hij heeft Hem overgegeven in de handen der mensen. Hij heeft Hem overgegeven aan het kruis. Ja, daar op Golgotha ziet ge, hoc ellendig en nooddruftig Hij geworden is. Geen plekje grond was het Zijne. Uitgeworpen van de aarde en teruggestoten van de hemel, hangt Hij daar aan het kruis, een gevloekte dood stervend.

Arm en naakt, ellendig en nooddruftig, alles missend, van God verlaten, beladen met zonde en schuld, met vloek en doem, is Hij gestorven. Maar, zie het goed : zo heeft Hij juist de overwinning behaald. Zo heeft Hij aan Gods recht genoeg gedaan. Zo heeft Hij de straf gedragen en de gehoorzaamheid volbracht, ja, zo heeft Hij al Gods welbehagen volbracht.

En daarom : Hij was wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere dacht aan Hem. De Heere heeft Hem uit het graf weer opgevoerd. De Heere heeft Hem in de hemel gezet aan Zijn rechterhand en Hem met eer en heerlijkheid gekroond. Daar leeft Hij, om voor ellendigen en nooddruftigen te bidden. Hij is een ellendige geworden, heeft Zijn Vaderland en het Vaderhart verlaten en is in de diepte van onze ellende afgedaald, om ellendige zondaren thuis te brengen in het Vaderland aan het Vaderharte Gods.

Hij is arm geworden om armen rijk te maken. Daar ligt de mogelijkheid, dat ellendigen en nooddruftigen in hun ellende getroost mogen zijn : in Hem. In de Heere Jezus Christus. In Christus d^kt de Heere in gunst aan hen. Want, hoe donker ook Gods weg moog' wezen. Hij ziet in gunst op die Hem vrezen, zodat ze het zeggen mogen door de Heilige Geest, die vrijmoedig maakt, in het geloof : Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij !

En als ge het niet in dit zekere weten des geloofs durft zeggen, laat het dan mogen zijn met de bede van het hart, dat schreiend tot Jezus vlucht (zoals onze tekst ook vertaald kan worden) : ,,Heere, gedenk mijner ! Alles getuigt tegen mij en ik moet mezelf beschuldigen en veroordelen, dat er bij mij alles aan ontbreekt. Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar bij U moet ik zijn, Heere, gedenk mijner!"

Nooddruftigen, veracht Zijn goedheid niet, nooit zal Hij Zijn gevangenen begeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Dit is mijn troost in mijn ellende

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's