De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gij zijt priester

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gij zijt priester

5 minuten leestijd

V.

Gij zijt priester.

Dat is, wanneer het wel is, leven dicht bij Gods altaar. In Nieuw-Testamentische taal wil dit dus zeggen : leven dicht bij het Kruis, dicht bij de Gekruisigde. Was dit niet het geloofsgetuigenis van Paulus dat hij niets anders wilde Weten dan Jezus Christus en Die gekruist ?

Het is goed voor het geestelijk leven bij dat altaar te toeven. Is het u nooit opgevallen, dat waar van het altaar in de psalmen sprake is, er vaak tevens een rijke geloofstaal valt te beluisteren? Denk b.v. aan het bekende :  ,,Dan ga ik op tot Gods altaren" en aan het „Zelfs vindt de mus een huis o Heere, de zwaluw legt haar jongskens neer, in 't kunstig nest bij Uw altaren". En wat lezen we dan verder in die beide psalmen ? In de eerstgenoemde volgt op „Dan ga ik op tot Gods altaren" een getuigenis van het kinderlijke toevoorzicht: „Tot : God, mijn God, de Bron van vreugd". En in het laatstgenoemde vers zingt de dichter : ,,Bij U, mijn Koning en mijn God, verwacht mijn ziel een heilrijk lot. Geduchte Heere der legerscharen. Welzalig Heere die op U bouwt en zich geheel aan U vertrouwt".

Ja, het is goed voor het geestelijke leven dicht bij het altaar te toeven. Want bij het altaar bloeit het leven des geloofs.

God maakt de Zijnen niet alleen maar tot dorpelwachters, doch tot priesters bij het altaar. En priesterschap zonder geloof is niet denkbaar. 

Om waarlijk priester te zijn is geloofsoefening nodig. Dezelfde schrijver Gray, die we reeds een keer aanhaalden, schreef zo terecht: , , Is het niet de verwaarlozing van deze dierbare geloofsoefening en het verzuim van het eenzaam gebed, waardoor onze magerheid in ons aangezicht tegen ons getuigt en waardoor onze zielen als eem onvruchtbare wildernis zijn ? "

,,God schept meer behagen" zo zegt hij, „in de oefening van de genade des geloofs dan in de oefening van enige andere genade". Terwijl hij zo leerzaam opmerkt, dat een christen van zijn ontvangen genade nooit een voorwerp van zijn geloof moet maken.

Hier worden wel wondeplekken in het geestelijke leven aangewezen. De ver­waarlozing van de geloofsoefeningen en het verzuim van het eenzaam gebed. Met als gevolg verachtering in de genade. Geen geestelijke blijdschap. Geen zieleweelde. En een zwijgende mond, .die eerst zong : ' „'k Zal liefde en lof voor U ten offer mengen". Dan wordt er van het priester-zijn zo weinig bemerkt en is er schier niets anders dan een ledige vorm overgebleven.

Maar ook in zulke tijden staat aan het hemels altaar een voorbiddende Hogepriester. Hij bidt voor deze in de genade verachterdc priesters. Hij bidt om datgene wat ze het meest nodig hebben om hun ambt als priester Gode-welbehagelijk te kunnen uitrichten, n.l. om het niet ophouden van hun geloof.

Terwille van deze Hogepriester, terwille van Zijn voorbede zal er dan ook telkens weer (zijn : zich schuldig kennende priesters, die bij het Nieuw-Testamentische Altaar, bij het Kruis, hun Hogepriester weer ontmoeten en die als het ware weer opnieuw in hun priesterschap worden hersteld.

Gods kinderen, de priesters van het Nieuwe Verbond, weten van altaren, die staan in de diepte, waar ze hun schuldoffers brengen. Ze weten ook van altaren die staan op de hoogte, waar ze hun dankoffers de Heere aanbieden.

Zouden ze niet het dichtst bij het Altaar zijn, wanneer ze zich in het midden der gemeente aan de Dis des Verböïids scharen om te gedenken de dood van hun Hogepriester, maar Die dood was en leeft tot in eeuwigheid ? 'Daar rijst uit priesterharten de lofzang in stilheid tot God.

Zo is er, terwijl geslachten komen en geslachten gaan, op deze aarde een koninklijk priesterdom. Priesters, die telkens weer, wanneer ze gezondigd hebben, mogen weten dat ze een Voorspfdak'hëb-• ben bij de Vader. Die met Calvijn moeten belijden : „in onszelf bevlekt", maar die nochtans in Christus priesters zijn, die wanneer het geloof levendig is met vrijmoedigheid mogen toegaan tot de troon der genade. Soms zien ze aan de verre horizont de eeuwige Sabbath reeds aanhchten. Wanneer die Dag der ruste zal aanbreken, zal er het vreugdevol opgaan zijn tot Gods altaren, zal er een ingang zijn in het hemels heiligdom, om eeuwig Hem te aanschouwen, van wie Johannes op Patmos getuigde en de 24 ouderlingen in de hemel zongen : „Want Gij zijt geslacht en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal en volk en natie; en Gij hebt ons onze God gemaakt tot koningen en priesteren".

Zo is er dan naar de vrijmachtige verkiezing Gods een koninklijk priesterdom, dat in Christus Jezus Gode-welbehagelijke offeranden brengt.

Maar er is ook onder satanische invloed een priesterdom, dat Gode-tergende offeranden brengt op velerlei altaren. Altaren waarop geofferd wordt aan de god dezer eeuw of aan een God van eigenwillige godsdienst, waarbij men zoekt een weg van beneden naar boven, terwijl de weg der zaligheid juist van boven naar beneden loopt.

Daarom, de aarde is vol priesters.

De grote, allesbeslissende vraag is echter: bij welk altaar staat ge en welk offer brengt ge?

Gij zijt priester.

Maar zijt gij priester in Hem, bij de gratie Gods?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Gij zijt priester

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's