Onderwijs
XXVII. Onkerkelijke stromingen
We zijn het er allen ongetwijfeld over eens, dat de ouders grote verantwoordelijkheid dragen voor hun kinderen. Ze hebben hun kroost van de Heere ontvangen en zijn deswege aan Hem verantwoording schuldig, voor de gehele opvoeding hunner kinderen. Ik geloof, als dit meer verstaan werd, dat er dan heel wat minder conflicten zouden zijn in het gezin en in of in betrekking met de school, maar ook veel minder conflicten in het innerlijk leven van het kind zelf. Nu is het waar, dat de gecompliceerdheid van de samenleving in onze tijd heel dikwijls de juiste functionering van het gezin in zeer sterke mate ongunstig beïnvloedt. Evenzeer meen ik echter te moeten constateren, dat de toestanden soms nog veel gecompliceerder gemaakt worden, dan ze al zijn .— en de kinderen worden er de dupe van.
De vader van het gezin moet er als regel natuurlijk op uit, om voor de zijnen het dagelijks brood te verdienen. En de moeder heeft de hele dag haar werk. Maar 's avonds, als na gedane dagtaak de vader thuis is, bemoeit hij zich dan met zijn kinderen ? Heeft hij dan niet eens een poosje tijd, om te luisteren naar hun vrolijk gesnap of naar hun kinderleed ? Als moeder de vaten aan de kant heeft, blijft er dan niet eens een ogenblik over om rustig met de kinderen, ook met de groter wordende kinderen te spreken over hun vreugde en hun leed, over hun blijde en droeve ervaringen. Over hun school en over hun spel. Over hun werk en hun, vrije tijd ?
Hebben de ouders nog wel eens de tijd, om met hun kinderen de moeilijkheden eens goed door te praten niet alleen, maar ook om hen daarheen te leiden, waar ze heel hun hart kunnen uitstorten, aan de troon der genade ?
Nu is het niet m'n bedoeling om iemand iets te verwijten ; daar heb ik het recht niet toe, vooral ook, omdat ik maar al te goed weet, dat wij als ouders hier allemaal schuldig staan en niemand vrij uitgaat, al is de een dan misschien minder schuldig dan de ander.
Voor tal van kinderen is buiten de school de enige plaats waar ze opgevoed worden, de straat met al de funeste gevolgen daarvan. Vader wil rust hebben als hij thuis is, rust van z'n dagelijks werk. En de kinderen dan maar naar buiten. Of vader heeft nog zoveel omhanden in de avonduren, dat hij weinig of nooit thuis is. De sport vraagt zijn aandacht, of zijn liefhebberijen of ook wel helaas z'n café. Zelfs overigens heel prijzenswaardige dingen op zich zelf kweken de uithuizigheid. Neem b.v. de velerlei arbeid op het gebied van de kerk. Daar moeten mensen voor zijn, en gelukkig dat ze er zijn, alléén maar, er zijn er veel te weinig beschikbaar en daardoor raakt een kleine kring vaak zwaar overbelast en ijverende voor noodzakelijke belangen, komt het eigen gezin en de eigen levenssfeer thuis lelijk in de knel. Als ieder z'n aandeel in het werk wilde dragen, was dit over veel meer medearbeiders verdeeld en werd voor elk het aantal uren, dat men er uit moet, veel kleiner. Het gezin zou er wel bij varen.
't Is jaren geleden — 't was in één van m'n vorige woonplaatsen, dat terwijl een meisje van even beneden de 20 jaar een ogenblik bij ons was, juist haar vader, vooraanstaand man in de kerkelijke gemeente, voorbijging „het dorp in". En 'k moet zeggen, het schrijnde me toch even door de ziel, toen het meisje met enige bitterheid het uitsprak : ,,Daar gaat vader al weer. Die is nu nooit thuis. Maar ja, laat hij maar gaan, want als hij nog eens een keer thuis blijft, zit hij de hele avond te brommen".
Deze vader groeide in de gemeente, maar hij leefde eigenlijk naast zijn gezin. Z'n gezin van naar ik meen 8 a 10 kinderen !
Nu was de moeder een flinke vrouw, maar ze was — en geen wonder vóór haar tijd oud.
Hier waren — en trouwens overal — vader en moeder beiden zo hard nodig.
't Is o zo gemakkelijk om de doopbelofte vrijwel geheel en al af te schuiven op school en catechisatie maar in de eerste plaats hebben de ouders zelf een roeping van Gods wege.
Wat is het fijn, als in het gezin dat gevonden en beoefend wordt. Laten wij het toch beseffen, wat een zegen daarin voor onze kinderen, en ook voor ons zelf gelegen is. Gelukkig zijn er toch nog wel vaders, die dat doen. Gelukkig zijn er — misschien nog heel wat meer — moeders, die in diepe afhankelijkheid van de Heere getrouw zijn in haar gezinstaak. En die reeds vroeg, meestal in alle eenvoud haar kinderen spreken van wat het dierbaarste is, het voornaamste, het alléén maar eeuwig^belangrijke. En dan sta je soms verbaasd en beschaamd over wat God in een kinderhart kan leggen. En hoe diep-eenvoudig, maar ook heerlijk beslist het innerlijk kinderconflict kan doorbroken worden en kinderlijk oprecht neer wordt gelegd aan de voeten van de Heiland.
't Was een klein kereltje van nog maar 3 jaar. Z'n moeder was nogal ziek en dat voelde hij vrij zwaar aan. Dat was hem een groot verdriet in zijn meestal zo rustige leventje, Hoe moest hij dat nu verwerken? Och, kinderen vergeten zo gauw! Zou je denken?
's Avonds, toen het tijd werd, zou niet moeder, want die was ziek, maar vader hem voor ditmaal en nog wel enkele keren meer, naar z'n bedje boven brengen.
In z'n nachtgewaad knielt de kleine vent neer voor zijn bedje en spreekt z'n gewone avondgebedje uit, dat moeder hem geleerd heeft, maar dan vóór hij nog amen zegt, komt het, je voelde het zó aan, uit z'n kinderhartje: „En, Heere Jezus, wilt U mammie ook weer beter maken, ze is zo ziek en ze is zo lief. — Amen".
Geen wonder, dat de vader de tranen in de ogen schoten en hij eigenlijk beschaamd stond bij het ledikant je van z'n kleine lieveling. Die had het innerlijk conflict eenvoudig neergelegd aan het harte van Jezus. Nu was hij gerust. De Heere Jezus zou nu wel verder zorgen. „Uit de mond der kinderen "
— 't Was op een Zondagmiddag. Moeder had haar kleintjes om zich heen en vertelde zo echt fijn uit de Bijbelse Geschiedenis. Opeens barst een der kleinen, 5 jaar oud, in tranen uit. Wat was het geval? Moeder had verteld van het Paradijs, hoe mooi en heerlijk daar alles was, maar dat de zonde daar binnenkwam en Adam en Eva gehoor gaven aan de boze en nu uit het Paradijs verdreven werden. Ge kent natuurlijk de geschiedenis.
Dat greep de kleine zó aan, dat hij zijn bitter verdriet daarover uitklaagde. Alles zo heerlijk en schoon en dan ineens twee ongehoorzame mensen, zo diep gevallen en uitgedreven. Nu al dat schone bedorven, nu komen ziekte en dood. Wat 'n vreselijke verandering!
En hij kwam niet tot rust, vóór z'n moeder hem ook vertelde van de Heiland, die gekomen is om het gebrokene te helen en zichzelf te geven voor 'n verloren wereld. Of de kleine jongen 't alles begrepen heeft? Ik denk 't niet. Of hij 't geloofd heeft? Ja, dat zeker. En nog op latere leeftijd, éér God hem opnam in Zijn heerlijkheid heeft hij daarvan zo menigmaal getuigd en is daardoor ook voor anderen tot grote zegen geweest, dichtbij en ver van huis. Nu juichen beiden reeds voor de troon, moeder en zoon. Veel hebben beiden meegemaakt. Beiden mochten wel spreken van een bitter zware weg. Maar Godlof, ,,Langs diepe sporen van moeite en kruis, is mij beschoren de weg naar huis". Want God is getrouw. Het grote confhct in het Paradijs heeft Hij opgelost door Immanuël die Hij in de wereld heeft gezonden tot een verzoening voor onze zonden. Hij was het ook, die het confhct in hun leven bracht en heelde hun verbroken en verslagen hart. „Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen. Gij zijt Mijne".
Voor al de conflicten in deze wereld is voor het gros der mensheid in de regel geen andere oplossing dan óf: „Leef maar vrolijk en blij, lach de zorgen weg, achter de wolken schijnt toch de zon, alles komt wel weer terecht, of de weg der wanhoop : ,,Maak er een eind aan".
Maar er is een andere oplossing. Er stond een kruis op Golgotha. En Hij, die daaraan hing, droeg op Zijn Middelaarshart het grote conflict der wereld en Hij heeft verzoening teweeg gebracht door Zijn bloed.
Vaders en moeders, er is geen groter voorrecht voor u, dan daarvan tot uw kinderen te sprekeh. In kinderlijke eenvoud. 't Is toch geen ijdel woord, dat de Heiland zegt: „Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niét, want derzulken is het Koninkrijk der hemelen".
Geen mens kan u garanderen dat er dan geen conflicten meer in uw gezin, in uw dagelijks werk, in uw verhouding tot anderen, in uw persoonlijk leven zullen voorkomen. Maar als gij zelf door Gods genade leeft uit Zijn Woord en beloften, als het grote conflict in uw leven is opgelost, dan weet ge ook, waar ge met al het andere naar toe moogt gaan. Daar wordt de smart lang niet altijd weggenomen, maar wel verdiept en geheiligd. Want Hij is in de brandende braambos, en de braambos wordt niet verteerd.
Vele ouders zijn getrouw in het zoeken van het tijdelijk welzijn voor hun kinderen. Daar hebben ze menigmaal alles voor over.
Eeuwig ver daar boven uit gaan de dingen die men niet ziet, het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid.
Zoekt deze dingen voor uzelf en uw kinderen. Onderwijst hen door woord en voorbeeld.
Ge kunt het niet? Als iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, van Hem, die mildelijk geeft en niet verwijt.
Laat huis en school, laat vader en moeder en de juffrouw en de meester, samen zoeken en samen bidden en samen arbeiden om het zaad uit te strooien aan alle wateren. Nooit keert het Woord ledig weer. Maar het zal doen, wat God behaagt. En dan dwars door alle conflicten heen mogen wij het de dichter nazeggen :
Ik zal steeds hopen, In moeite èn kruis En moedig lopen De weg naar huis.
Want Hij geeft den moeden kracht en vermenigvuldigt het vermogen, dien die geen krachten heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's