Gesprek met de lezer
Het was een klein zaaltje van een groot hotel, waar enkele weken geleden enkele leden van de Gereformeerde Bond met de voorzitter tot een bespreking bijeen waren. Men zou in deze eerste zin stof kunnen vinden voor een heel artikel. Onze Kerk is immers èen hotelkerk genoemd, en in dat hotel heeft de Gereformeerde Bond niet de grootste zaal of kamer. Men zegt, dat dit vroeger anders geweest is, maar ik heb ook wel eens gelezen, dat in de dagen van de 80-jarige oorlog slechts 10% van ons volk uitgesproken Calvinist was. En nu zit ik wel eens met de vraag, of het niet altijd zo geweest is, dat slechts een klein gedeelte van de Kerk werkelijk met hart en ziel aan de Belijdenis hing, omdat de Belijdenis in hen leefde, terwijl er een groter deel was, dat de Belijdenis wel toestemde, doch vijandig tegenover het gereformeerde leven stond. Ik denk vanzelfsprekend aan de feiten, die Schortinghuis meedeelt over zichzelf vóór zijn bekering. Daar gaan we nu niet verder op in. Slechts dit éne wil ik even vaststellen: Daar is altijd strijd geweest over en tegen de Waarheid, die naar de Schriften is. Het heeft menigmaal zo gestaan, dat men moest vrezen voor haar algemene verdwijning. Doch altijd komt de leer van Paulus, de Apostel — als ik het zo zeggen mag — weer naar boven in de Kerk. Broeders, ende desespereert niet, weest niet wanhopig.
Maar nu dan die bespreking. Wat was het doel daarvan? Laat ik de woorden van de voorzitter met eigen woorden mogen weergeven. Mannen — zo sprak hij — er moet elke week een hele Waarheidsvriend naar waarheid recht en behoorlijk gevuld worden. Nu zou ik het wel prettig vinden, dat jullie mij eens wat gingen helpen. Deze zaak is trouwens op onze jaarvergadering ook reeds ter sprake geweest en wij zouden gaarne zien dat de groep van trouwe medewerkers werd uitgebreid. En dan had ik zo gedacht, dat ieder van jullie een bepaald terrein voor z'n rekening neemt. Luister maar eens goed, dan zal ik ieder het zijne aanwijzen. Op deze wijze is toeni ondergetekende voorgesteld de Dordtse Leerregels te behandelen. Hij heeft nog ja gezegd ook. Trouwens dat hebben ze allemaal gedaan, maar sommigen hebben daar het woordje „later" bijgevoegd. Dat was wijs van hen. Maar als men eenmaal ja gezegd heeft en geen uitstelclausule daarbij heeft gevoegd, komt het hinkende paard achteraan. Dan kan men er niet van buiten om een begin te maken met het doen. Maar nu meen ik, ergens uit de lezers vandaan, een stem te horen, die zegt: volhouden zal anders ook niet meevallen. U moet maar rekenen op 57 vervolgartikelen, en wie zal de laatste nog lezen? Ja, dat is een heel probleem : hoe krijg je ze alle 57 geschreven en hoe krijg je ze gelezen.
Maar laat ik u alvast vertellen, dat het geen vervolgartikelen worden, neen, het worden strijdartikelen. Schrik nu niet, en zeg uw abonnement niet op, want we houden ons stipt aan al de conventies van Geneve, als u begrijpt, wat ik bedoel. Geen dum-dum-kogels en geen gifgas en niets onbehoorlijks. Strijd is ook weer het goede woord niet. Verdediging is beter. Bestaat er een Bond tot verdediging der Waarheid? Daar wilden we een werkend lid van wezen. Als het nu maar niet een gevecht wordt met blikken sabels. Doch zonder gekheid, er is alle reden, dat we ons rekenschap geven van de Waarheid, die we belijden. Want om poolshoogte te nemen, ben ik eerst eens rond de vesting gewandeld, die men de Leerregels noemt.
Jongen nog aan toe, wat een strijd heb ik gezien. Ik stond te kijken bij Canon I en daar kwam op eens een dubbel leger opgemarcheerd, in welks vanen geschreven stond: „Hervormd-Remonstrants gesprek". Nou, 'k heb even met dat gesprek gepraat, maar beiden waren hevig tegen dit bolwerk der leer gekant. Het waren de predikanten dr. W. Aalders en Drs. J. A, van Nieuwenhuizen.
Wat was het hoofdbezwaar van de Hervormde dr. Aalders? Dat er een besluit der verkiezing is en dan nog wel een eeuwig besluit. Daarmee ondergraaft men de heilszekerheid des mensen, zegt de Haagse prediker. Hij wil niet, dat Gode al Zijn werken, van eeuwigheid bekend zijn. En nu zullen wij dus de vraag moeten onderzoeken of de Bijbel ons van zo'n Besluit Gods spreekt. Dat kan er niet wezen, zegt de doctorandus Nieuwenhuizen, remonstrants predikant. God kan niet onveranderlijk gebonden zijn aan een besluit. En nu draai ik mij even om, en wie zie 'k daar aankomen? Het is een oude bekende van De Waarheidsvriend, dr. J. Woelderink. Zijn tred is bedachtzaam, doch hij is niet minder een bestrijder van het bestaan der besluiten Gods van eeuwigheid. Met hernieuwde kracht worden we gedrongen tot een onderzoek naar de Schriftuurlijke gronden voor men besluit der verkiezing.
Maar nu krijg ik een kroniek in handen. U weet, kronieken zijn gewoonlijk uit een grijs verleden, doch deze is uit 1950 van de hand van prof. G. C. van Niftrik. Als men van dr. J. Woelderink zou willen zeggen, dat hij een deftig ridder is, die het ernstig tournooi om de Waarheid speelt als een edele van hogen stam uit de middeleeuwen, dan past op de professor zeker de vergelijking met een straaljager en een moleculebom, of moet het persé atoombom zijn. Heel dat Calvinisme, zegt hij, is doodgewoon Mohammedanisme, bom. Maar 't is zó'n snelle straaljager, als ge hem grijpen wilt, is hij al niet meer te zien. Alleen heeft hij metterhaast nog in de lucht geschreven : ik ben ook Calvinist. Hij legt alleen Calvijn een beetje anders uit. Een vurig voorstander zijnde van de verkiezing, verstaat hij onder verkiezing, dat ieder mens is uitverkoren om ja, nu heb ik geen antwoord. Niet is ieder mens uitverkoren om zalig te worden, want alle mensen zijn uitverkoren, doch niet alle mensen worden zalig, tenminste dat zou prof. Van Niftrik niet gaarne zeggen. Doch waartoe zijn ze dan uitverkoren?
Natuurlijk heb ik onder mijn lezers een heimelijke vriend van de professor en die zit zo bij zichzelf te brommen, dat ik nu in strijd kom met de conventie van Geneve. Dat kan door de Amsterdamse hoogleraar nooit gezegd zijn, dat de Calvinistische prasdestinatieleer Mohammedanisme is. Och ja, misschien jaag ik nu te veel op effect. Laat ik dan maar z'n eigen woorden overbrengen. De Kroniek handelt over de kwestie van ds. R. Kok en de gereformeerde gemeenten. In die kwestie worden wij ook voor vragen gesteld, die de Dordtse Leerregels raken. Het is b.v. deze vraag: Als nu alleen de uitverkorenen ten eeuwigen leven zalig worden, wat is dan de kracht van de prediking van het evangelie aan alle mensen? Zijn er beloften voor allen? Is er een aanbieding aan allen? Wat zeggen de Leerregels hierover? We lopen nu nog maar om de zaken heen, doch hopen er later op in te gaan. Als iemand soms bepaalde vragen, die hiermee samenhangen, behandeld wil zien, dan schrijve hij maar naar Papendrecht.
Het is te verwachten dat dr. Van Niftrik aan de kant van ds. Kok zou staan. Hij tekent het verschil zo : voor ds. Kok zijn de beloften van het evangelie voorwaardelijk (zij gelden op, conditie van geloof); dr. Steenblok zegt: „er zijn geen voorwaardelijke beloften,,. En dan volgt later de zin : „Wat dr. Steenblok leert, staat precies zo in de Koran : Allah doet dwalen wie Hij wil, en leidt in het rechte spoor wie Hij wil" (Sure 74 : 34). Als ik op deze dingen in wilde gaan, zou 'k zeggen, dat dan de Koran bepaald Paulinisch is, want van Paulus meen ik mij de tekst uit Romeinen te herinneren: ,,Zo ontfermt Hij zich dan diens Hij wil, en verhardt dien Hij wil". Is dat misschien ook Mohammedanisme?
Eerlijk gezegd, ik houd niet van dit woord in verband met de belijdenis der verkiezing. Die is te Bijbels om voor Mohammedanisme uitgekreten te worden en daar is Gods Woord mij toch te dierbaar voor, om het zo, zonder protest mijnerzijds, voor Mohammedaans te laten uitmaken. Maar we zouden niet op de zaken ingaan. W^e zijn, aan de wandel en hebben geen geweer bij ons.
Wacht nu eens even, zegt mijn heimelijke vriend van Barth, die toch met de Bond nog niet wilde breken. Ik weet ook wel, dat er geschreven staat: ,, daar geloofden er zoveel als er geordineerd waren tot het eeuwige leven", en ook : ,, die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen ; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd ; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt", en daardoor kan ik niet helemaal loskomen van de belijdenis der verkiezing in bijbelse zin, maar Van Niftrik heeft nu wel van dr. Steenblok gezegd, dat hij Mohammedanismen leert, doch ik zei, dat hij het van het Calvinisme zei ? O ja, dan moet u eens luisteren, wat hij tegen ds. Kok opmerkt, die zeker de uitverkiezing belijdt, doch niet minder een ruim aanbod van genade predikt. Hij merkt dit op : „Welke zin kan het hebben aan allen de belofte Gods te prediken, als gij, al predikende, toch nog ergens achter in uw hoofd weet en gelooft, dat alleen maar degenen, wier namen God buiten Jezus Christus om voor alle eeuwigheid op de lijst der verkorenen heeft geplaatst, dat aanbod der belofte zullen en kunnen aannemen? ! Kunt gij het vermijden, toch ook vroeg of laat terecht te komen bij Allah? "
Nou, had ik gelijk? De praedestinatieleer van Calvijn, zoals prof. Van Niftrik die ziet, komt volgens hem uit bij de leer der Mohammedanen.
Wordt vervolgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's