Onderwijs
V. Conflicten
„Wie aan de weg timmert", zei Vader Cats, „heeft veel bezichts". Dat wil zeggen, dat iemand die in het openbaar iets doet, van alle kanten aan critiek blootstaat, dus ook als hij een openbaar ambt bekleedt. Ik denk wel, dat heel veel predikanten daarvan weten mee te praten ; immers elk kerkelijk Nederlander is een theoloog in de dop, of meent althans, dat hij het is. Maar ook de onderwijzer en onderwijzeres ontkomen er niet aan. En al komt het op de éne school meer voor dan op de andere, kleinere (die zijn er gelukkig het meeste) en ook wel eens grotere, conflicten zijn nu eenmaal niet altijd te vermijden, net zo min als op het publieke terrein of in de gezinnen.
De oplossing er van is veelal eenvoudig en kalm samenspreken geeft meestal een rustig verloop en een wederzijds begrip. Maar niet altijd.
Ik heb een collega gekend - 't is enkele jaren geleden. Hij was aan een gemeenteschool en had op de 3de verdieping van een groot complex zes lokalen in gebruik. De school stond in een stadsgedeelte, waar de bevolking nu niet bepaald gemakkelijk was, integendeel, erg lastig. Zelf keken ze niet zo nauw in het omgaan met hun kinderen. Lichamelijke straf was aan de orde van de dag thuis, en vloeken en schelden tegen de kinderen behoorden tot de dagelijkse opvoedingsmethoden. Maar o wee, als de meester op school zijn handen niet thuis had kunnen houden en er een geslagen had, of ook overigens een kind had behandeld op een manier, die de ouders niet aanstond. Waarbij opgemerkt moet worden, dat de verhalen, waarmee de jongens soms in dergelijke gevallen thuis kwamen, in de regel nogal wat waren aangedikt. Hoe 't zij, het kwam dikwijls voor, dat een opgewonden vader of moeder aan de school belde, met de bedoeling, om eens eventjes uit te pakken en misschien nog wel erger!
Nu had die collega, zoals hij me eens vertelde, een pracht-manier uitgevonden, om de heftigheid van het optreden in de kiem te smoren. Vader of moeder moesten namelijk maar ,,even" boven komen, d.w.z. drie hoge trappen opklimmen. Driftig begonnen ze er aan, maar als ze de 3de verdieping bereikt hadden, waren ze zó ver buiten adem, dat ze — zoals hij zei — geen pap meer konden zeggen, en de hele zaak verliep veel en veel kalmer dan de bedoeling geweest was.
Zó loste hij alle conflicten op! 't Is ook een manier! En misschien bij dergelijke mensen met dergelijke methoden wel eens juist, maar ik kan me toch niet voorstellen dat dit eigenlijk bevrediging geeft.
Als regel zal men 't dan zo ook niet doen. Vader of moeder moeten ook niet op dergelijke manier komen en ook niet met dergelijke bedoelingen. Dan behoeft men niet tot zulke maatregelen de toevlucht te nemen, die ik overigens trouwens verder nooit van een ander collega gehoord heb. Laat echter óok de onderwijzer zich toch niet door drift laten vervoeren. Ik kan 't begrijpen, dat er wel eens een klap wordt uitgedeeld, maar zou toch elk collega tot de uiterste voorzichtigheid willen raden. Zo dikwijls worden de verhoudingen op school en ook tussen school en huis er grondig door bedorven. En al heeft niet altijd zulk een conflict een dergelijk tragisch gevolg als in het geval, dat een andere collega me vertelde, n.l. dat de vader in opgewonden toestand naar school kwam en de meester door de klas heen sloeg, toch moet men trachten, zulke conflicten te vermijden.
Afgezien van deze ernstigere gevallen, is het toch ook overigens wel verklaarbaar dat huis en school soms in botsing komen. De school is uit de aard der zaak anders dan het gezin, en als de ouders niet inzien dat dus ook de tucht op een andere wijze uitgeoefend moet worden dan thuis en dat op school soms iets als strafbaar moet aangemerkt worden, wat thuis helemaal geen straf verdient, ja, dan wordt het wel duidelijk, dat botsingen niet zullen uitblijven.
Laat men beginnen met te erkennen dat de school haar eigen terrein heeft en de onderwijzer daarin zijn eigen bevoegdheid, hem door het Bestuur verleend en overigens door wet en verordening gewaarborgd. Tegenover de ouders treedt de onderwijzer op als een vrij man en niet als ondergeschikte; de ouders brengen hun kinderen bij hem ter school uit vrije keuze en stellen hen daardoor gedurende de schooltijden onder zijn gezag. Dus hebben de kinderen te doen, wat hun door de onderwijzer wordt opgedragen. Indien de ouders, niet tevreden zijn, b.v. over de tucht op school, dan hebben zij natuurlijk het recht hun wensen dienaangaande kenbaar te maken of hun beklag in te dienen. Strijden volgens de ouders deze wensen met de gdede tucht of met het voorgeschreven onderwijs op de school, dan moet de leerkracht het recht hebben zich niet naar die wensen te schikken en dit dan ook open en eerlijk met de mensen te bespreken. Misschien voorkomt dat een verder doorgaan van het conflict, misschien ook, dat de ouders het kind van school nemen. Dat is dan voor beide partijen het beste. Als het gezin niet het gezag op school erkent, wordt het toch een hopeloos geval. Natuurlijk, dat ik hier niet het oog heb op die gevallen, waar misbruik van gezag plaats heeft. Dat is een gans ander geval, ook wanneer door de betrokken leerkracht niet gehandeld wordt overeenkomstig de grondslag der school en de door het Bestuur gegeven voorschriften. Maar dan ligt hier niet meer een taak van de ouders, maar van het Bestuur, en deze broeders zullen dan het geval lof het conflict toch wel even moeten bekijken.
De onderwijzer doet verstandig als.hij zich houdt aan de regels en tracht confhcten te vermijden, zolang dit mogelijk is. En de ouders moeten begrijpen, dat de school een ander terrein is dan het gezin. Dat zal al veel voorkómen.
Ik denk aan een verhaal, dat Drewes vertelde in één van zijn radio-uurtjes voor de ouders.
Een moeder hield haar getrouwde dochter vóór ; „Zo lang ik leef, al word ik honderd jaar, zul je me gehoorzamen". Haar schoonzoon, die het hoorde, nam zijn schoonmoeder bij de arm en zei: ,,Nu gaat u naar huis en u komt hier niet weer terug tot u begrijpt, dat Anna mijn vrouw is en dat u in mijn huis geen enkel woord te zeggen hebt".
Of dat andere verhaal, van die man, die altijd zei: ,,Zó deed moeder het altijd". En Drewes zegt: Ik kan begrijpen, dat de vrouw zou zeggen: „Lieve man, 't is jammer, dat je niet met je moeder getrouwd bent, voor jou en voor mij".
Waarmee ik maar zeggen wil, dat de school niet is en niet kan zijn een getrouwe copie van het huisgezin, maar een eigen samenleving met een eigen inrichting en een eigen verantwoordelijkheid.
De school aan de ouders, is heel mooi, al wordt deze leuze tegenwoordig weer hevig aangevochten. Ik stel me het dan ook zó voor, dat een groep gelijkgezinde ouders voor hun kinderen een school stichten en dat deze school krachtens statuten en reglement in overeenstemming is met het principe der ouders. Ook andersdenkenden zullen ongetwijfeld om verschillende redenen van deze school voor hun kinderen gebruik maken, en daar is niet 't minste bezwaar tegen. Alleen is het er ver vandaan, dat nu elk ouder apart in de school het zijne te vertellen heeft, en nog minder is dat het geval met diegenen onder hen, die wel niet geheel en al met het principe accoord gaan, maar toch hun kroost er heen sturen. Dat zou één reeks van conflicten kunnen worden. Het Bestuur is hier de verantwoordelijke instantie en wanneer dit Bestuur zijn personeel heeft benoemd, doet het verstandig zich ook zo min mogelijk met de interne schoolzaken te bemoeien. Als 't verkeerd dreigt te lopen, staat de zaak natuurlijk anders, maar in normale gevallen late men Hoofd en verdere leerkrachten rustig hun arbeid verrichten, al zou ik persoonlijk het zeer op prijs gesteld hebben en nóg op prijs stellen, wanneer de Bestuursleden, b.v. volgens vastgesteld rooster, de school op geregelde tijden bezochten. Dat verstevigt, als het op de juiste wijze gebeurt, de onderlinge band, wekt waardering voor elkanders werk en voorkomt dikwijls heel wat misverstand. En ze moeten dit m.i. doen, niet krachtens enig wettelijk voorschrift, dat er trouwens niet is, maar omdat zij uiteindelijk namens de ouders de verantwoording dragen en ook van het personeel verantwoording kunnen vragen. Maar dat moet men dan niet pas doen, als er werkelijk een meer of minder ernstig conflict is uitgebroken, maar men doe het van het begin afaan, zelfs nog zonder enige gedachte aan wantrouwen of zonder enige gedachte zelfs nog aan een of ander conflict.
Ik heb een Bestuur gekend, waarvan speciaal één lid hierin erg trouw was. Hij genoot dan ook grote waardering bij het gehele personeel. Hij had een open oor voor alles wat de school betrof en heeft zeer veel bijgedrag'en tot een goede verstandhouding en een goede gang van zaken. Als er eens een conflictje was met een kind en daardoor met de ouders, dan kon je het rustig met hem bespreken en meestal — gelukkig was dit niet zoveel nodig — ging hij dan zelf als derde, die eigenlijk buiten dit geval stond, maar als Bestuurslid er toch bij geïnteresseerd was, persoonlijk na het gesprek met de betrokken leerkracht, naar de ouders toe om met hen over het geval te spreken en bijna altijd met het beste resultaat.
Hij is nu reeds jaren overleden, maar nog steeds" denk ik met grote dankbaarheid aan wat hij in 't belang van het personeel, van de kinderen en van de ouders gedaan heeft.
Wij moeten allen onze taak verstaan en onze grote verantwoordelijkheid beseffen. Wij moeten allen aan en voor onze scholen werken als aan een taak, die God ons opgedragen heeft. Dan zullen we ook zo nodig hebben dat we Hem ook al onze moeiten en zorgen voorleggen en Hem vragen om wijsheid en kracht en niet minder om de leiding van de Heihge Geest bij onderwijs en opvoeding der jeugd.
Want er zijn moeilijkheden, nu eens meer, dan weer minder. En ze leiden soms tot conflicten. Er zijn lastige kinderen, er zijn eenzijdig georiënteerde ouders, maar ook wij als onderwijzers en onderwijzeressen hebben onze fouten en gebreken, we zijn niet altijd onszelve gelijk. De éne dag gaat 't beter dan de andere.
We vertellen aan onze kinderen van de Weg, die hoger is dan al de onze. Kennen wij die ook en gaan wij die ook voor onszelf. Zo ja, dan kennen we de kracht en de wijsheid die van boven is. Dan gaan we ook de moeilijkheden maar niet uit de weg, maar we weten, waar we er mee naar toe kunnen. Voor ons en voor onze kinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's