Een domine vertelt
XX VIII De beloningen van het ambt
Vele jaren geleden (ik was nog een jongen) hoorde ik eens een predikant als zijn tekst voorlezen : Daniël 12 : 3 ,,De leraars nu zullen blinken als de glans des uitspansels en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk".
Van de preek is mij niets meer bijgebleven. Wel herinner ik mij nog, hoe vreemd ik het vond, dat een dominee zelf daarover durfde preken. Het ging hier toch om een bijzondere graad van heerlijkheid van de leraren.
En kunnen jongens nog al eens critisch zijn, vooral op bepaalde leeftijd, in dit opzicht ben ik nog van dezelfde gedachte gebleven.
Als ik daaraan zou denken, hoe mij voor de Evangeliearbeid iets bijzonders straks in de hemel geschonken werd, een bijzondere graad van heerlijkheid, ik zou geen mond meer durven opendoen.
Daarmee ontken ik niet, dat het gebeuren zal, wat de H. Schrift zelf zegt, maar liever maken vele leraren dat toch niet tot onderwerp hunner prediking.
Immers, ons werk , zit zó vol zonden van allerlei aard, wij zijn nog zó vaak bezig met ons zelf en hoe wij het er afbrengen, dat het waarlijk wel een wonder is, wanneer de Heere ons die arbeid nog verder toevertrouwt.
Ook dit vloeit voort uit Zijn genade en alle verdienste van onze zijde is uitgesloten. Wij ontvingen bovendien alles van Hem.
Wij willen hier, nu wij over de beloningen van het ambt spreken, dan ook liever niet denken aan onze eindstand of graad van zaligheid, omdat het toch niet om ons gaat, maar wel om de verkondiging en verheerlijking van des Heeren Naam.
Toch mogen wij wel iets noemen van de lieflijkheden, die de Heere voor Zjjn dienaren reeds hier op aarde aan de getrouwe bediening van het ambt verbindt.
Ik noem ze expres ,,beloningen", in onderscheiding van de hemelse gelukzaligheid niet alleen, maar evenzeer van het geldelijk loon of salaris en de materiële emolumenten, die somtijds aan het ambt verbonden zijn.
In het genadeleven is het toch ook zo. De Heere schikt Zijn kinderen menigmaal van die kleine beloningen toe, die niet uit verdienste, maar uit genade geschieden. Zij hebben geen betrekking op de eeuwige zahgheid, want deze is hun in Christus al verzekerd, maar welzijn het even zovele bemoedigingen op hun pelgrimsreize hier beneden. Aanmoedigingen van de Heere zelf om voort te gaan op de ingeslagen weg, zoals een aards vader met zijn kind wel eens doet.
Enigszins datzelfde schenkt de opperste Herder der schapen van uit den hoge ook aan Zijn aardse herders, die Hij over de kudde heeft gesteld, om ze te hoeden en te weiden, wanneer zij met gepaste eerbied en in ootmoed het ambt mogen bedienen.
Dat zijn met recht zoete beloningen, die een dag van zware arbeid vaak zo rijk kunnen maken.
Hoe komt het, dat wij ons des Zondags menigmaal zo echt feestelijk gestemd kunnen voelen, meer dan op de andere dagen der week ?
De cynische wereld zegt wel eens spottend, ,,dat het de geestelijke heren al niet beter gaat, dan de kunstenaars, die optreden voor het publiek. Zij hunkeren naar het applaus der menigte.
Precies zoals een kunstenaar liever speelt voor een volle zaal, staat een dominee ook liever voor een volle, dan een lege kerk. Dat is hun zoet en kunnen zij niet missen".
Wij zouden daarop kunnen antwoorden met te zeggen : in een kerk applaudisseert men niet; tenminste niet in een Hollandse kerk, na de Dienst des Woords of daaronder.
Wel heb ik het eens bijgewoond, dat er geapplaudisseerd werd na een politieke rede en ik heb mij toen afgevraagd : Is het hier een kerk of een vergaderzaal ?
Dat men in een kerk niet applaudisseert, zal een ieder wel begrijpen, die nog enige eerbied voor het Woord Gods overhield. Er komt hier immers geen eer toe aan de mens, maar alleen aan de Heere.
Ik ontken . niet, dat Evangeliedienaren ook mensen zijn met menselijke eigenschappen. Dat er ook onder hen zijn, die behoefte hebben aan succes. Aan kerken vol mensen en aan het een of andere lof-' tuitingkje na de preek.
Wat kunnen zij soms bedelen om complimentjes : ,,of de broeders er nog al wat aan gehad hebben ? "
En och ! inplaats daarvan krijgen zij soms vrij scherpe „supplementjes" ; want al wie zo vraagt en vist, moet maar afwachten, wat er komt.
Vooral de eerzuchtige karakters hebben een zware strijd met zich zelf te strijden ; het meest wel in hun jonge jaren.
Het is waar, dat de gedachte aan eigen eer ons nog vaak parten speelt.
Bij de beloningen van het ambt denk ik vanzelfsprekend aan bovengenoemde dingen niet en evenmin aan dat gevoel, waarin men de hoorders heeft en het zelf weet en dat na de arbeid der prediking nog eens weer beleeft. Waarin men weet, dat de preek goed was en men zich zelf als het ware overtrof.
Ik denk niet aan dat gevoel van het rusten op zijn lauweren. Want dat kan tijdelijk zoet en zelfs verrukkelijk schijnen, maar de rechtgeaarde Evangeliedienaar zal daar toch, wat de nieuwe mens aangaat, die naar God geschapen is, van walgen. Ja, hij zal er van ontstellen, dat hij Gode de eer weer roofde.
Het artikel: eigen roem ; applaus voor mij zelf, in welke vorm dan ook, is ten dode opgeschreven.
Ook niet hieraan wil ik denken : „mocht ik midden onder mijn arbeid weggenomen worden en in het harnas sterven!"
Daar is maar één harnas, waarvan ik mag begeren, dat ik daarin sterve, en dat is : het Christusharnas van Zijn gerechtigheid en heiligheid. Mijn dagelijks werkharnas ^behoeft daar waarlijk niet bij.
Dat zijn alle maar menselijke gedachten en zonder dat die mens het zich zelf bewust is, zou hij toch nog, zij het op zachte wijze, de Heere willen bedillen.
Mijn Formeerder alleen weet, hoe Hij mij wegnemen zal. Ik mag daar niet tussen komen. Ik beslis niet over de aflossing op mijn aardse post. Dat doet mijn Zender. Als ik maar van Christus ben!
(Wordt vervolgd).
Rectificatie. In het vorig stukje is als gevolg van een doorhaling een fout ingeslopen. In het versje stond : ,, sinjonietje". Dit moest in overeenstemming met de in de noot aangegeven betekenis natuurlijk zijn : simonietje.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's