What 's in a name?
In het Kerkblad van de Nederlandse Hervormde Gemeenten in de ring Goes, in het nummer van 14 Juni 1952, heeft ds. S. P. de Roos, van 's Heer Hendrikskinderen, er appèl tegen aangetekend, dat ik in een artikel in Woord en Dienst „met de Gereformeerden enkel die Gereformeerden bedoelde, die geen gezangen zingen, en met Gereformeerde prediking het verdunde of verdikte aftreksel van wat er in de 18e eeuw in ons land beweerd werd, vaak nog in dezelfde termen. Van Calvijn en van de werkelijke inhoud der Drie formulieren van Enigheid, staan velen in de z.g. Gereformeerde Bond (de goeden niet te na gesproken), minstens even ver af als de zozeer door hen gehate Remonstranten".
In het algemeen houd ik niet van polemiseren en laat dergelijke vaak ongemotiveerde opmerkingen maar over mijn kant gaan. Omdat mij dit blad vanuit Kerk en Wereld werd toegezonden, wil ik er wel op antwoorden en dat dan maar in ons eigen blad. Het is wel merkwaardig, als een Gereformeerde in het officieel orgaan der Kerk een artikeltje schrijft met een objectieve weergave van de kerkelijke situatie in zijn stad, daar direct van meer kanten op gebeten wordt. Dat op zichzelf al tekent de gezindheid van bepaalde groepen in onze Kerk ten opzichte van de Gereformeerd-gezinden in de Kerk. De wijze, waarop ds. De Roos het volk van Goes en omgeving inlicht over de Gereformeerde Bond, is niet bepaald verheffend. Meent deze man werkelijk, dat het enige kenmerk van Gereformeerdheid voor ons daar in gelegen is, dat iemand geen gezangen zingt? De geschiedenis kan ds. De Roos leren, dat de Dordtse Gereformeerden de prediking van de Remonstranten, die toen nog geen gezangen lieten zingen, waarlijk niet voor Gereformeerd gehouden hebben. En ook nu oordelen de Gereformeerden blijkbaar nog wel met een gefundeerder oordeel. Die collega's en geestverwanten van ds. Re Doos, die in vacante Gereformeerde gemeenten hun vacaturebeurten zonder gezang vervullen, worden daarom nog niet voor Gereformeerd gehouden. En ds. de Roos kan het toch kwalijk ongereformeerd vinden als wij ons ook in onze liturgie willen houden aan de voorschriften van de Dordtse Gereformeerden. In dit opzicht handelt ds. De Roos wel anders dan de Gereformeerden uit Dordt en uit het nog strengere Zeeland van die dagen, dat hij zich liturgisch veroorlooft te doen, wat zij verboden. In hetzelfde nummer van het genoemde Kerkblad deelt ds. De Roos onder zijn gemeenteberichten mede, dat hij aan de avondbeurten een eigen karakter wil geven door de behandeling van de geloofsbelijdenis te verplaatsen naar die morgendiensten, die door het karakter van het onderwerp hiervoor in aanmerking komen. Inplaats daarvan wil hij in de avondbeurten bepaalde gezangen behandelen. Dat schreven de mannen van Dordt anders voor. In de gemeenten van de Gereformeerde Bond wordt bij mijn weten regelmatig *s Zondagsavonds uit de Catechismus gepreekt en daar wordt op de catechisaties en soms zelfs op de lagere scholen de Catechismus geleerd en onderwezen. Doen zij dat, omdat zij daar zover vanaf staan? Voorts meen ik dat de Gereformeerdheid van de Bondsgemeenten zich^ook richt op de beide andere formulieren van Enigheid. Eerst bij mijn komst in die gemeenten ontmoette ik een volk, dat de 37 Artikelen en de Vijf artikelen tegen de Remonstranten kende, omdat men ze op de jeugdverenigingen behandeld had. Doet men dat op de verenigingen, die aangesloten zijn bij het C.J.M.V. óok? In de confessioneelethische gemeente, waar ik ben opgegroeid, wist men zelfs van het bestaan van die formulieren niet af. Zullen wij dan die mensen Gereformeerd noemen, die de Gereformeerde leergeschriften niet kennen en die, als zij ze kennen, daarmee, althans voor gedeelten, niet instemmen?
Weet ds. De Roos dan niet, dat de oude ethischen en de Barthianen artikel 1 van de Ned. Geloofsbelijdenis als te scholastisch verwerpen en de artikelen 2 tot 7 over het Sdhriftgezag niet voor hun rekening nemen? En waar zijn de Confessionelen, die de Confessie nog in zijn geheel aanvaarden, en hoevelen zijn zij? Als die groepen deze artikelen aanvaarden, zullen wij ze waarlijk in dit opzicht Gereformeerd noemen. En zijn de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten bij hen zo in zwang? Leert ds. De Roos die zijn gemeente in die morgenbeurten, die daarvoor in aanmerking komen? In de Bondsgemeenten stemt men daarmede toch wèl hartelijk in. De leer van de uitverkiezing ligt in die gemeenten toch wel dichter bij de Dordtse Leerregels, dan bij de leerstellingen dienaangaande van Barth en de leer van de verdorvenheid van de mens en de noodzakelijkheid van de wedergeboorte worden, dunkt mij, meer in de Bondsgemeenten bemind, dan in de midden-orthodoxe gemeenten.
Wat dat aftreksel van de 18e eeuwse prediking aangaat, het is waar, dat men de Nadere Reformatie nog wel raadpleegt en bestudeert, maar waarlijk niet meer dan de Reformatoren zelf. Maakt men daarvan een aftreksel, wat dikker of wat dunner, dan krijgt de gemeente nog geen slechte kost, ik geloof allicht zo goed als een dunner of dikker aftreksel van Barth en Brunner. Daar klagen de gemeenten der Midden-orthodoxie tot zelfs in Zeeland steen en been over. Wil men ons verwijten, dat wij geen eigen theologie hebben, het zij zo. Wij achten het ons geen schande, als wij hetzelfde mogen verkondigen als datgene, wat de mannen van de Reformatie en de Nadere Reformatie verkondigd hebben. Dat er nadien weinig eigens, weinig nadere uitbouw ontstaan is, dat is inderdaad aan ons beider voorgeslacht en aan ds. De Roos met de zijnen, alsook ons gelijkelijk te verwijten. Dat wij op de hoogte van de Reformatie en van de Nadere Reformatie niet zijn blijven staan, moet ons ook tot ootmoedigheid stemmen. Maar dat wij weigerden met de Remonstranten en hun nazaten te breken met de Gereformeerde leer en dat wij althans poogden daaraan vast te houden, zal niemand ons euvel duiden dan de Remonstranten uit vroeger en later tijd, en dat wij daarom de naam van Gereformeerden voeren, wie, behalve zij, zullen ons dat betwisten?
Ds. de Roos wil de naam Gereformeerd dragen. Dat wilden de Remonstranten ook. Er schijnt toch nog wat in die naam te zitten. Als hij de Hervormden zonder meer de naam Gereformeerden wil geven en de Gereformeerden uit de gescheiden kerken de naam Hervormden, dan is dat slechts een woordspel, dat door de feiten niet gedekt wordt. Ds. de Roos kan die naam gaarne krijgen, maar dan ook naar Schrift en belijdenis preken en handelen, dan ook de Catechismusprcdiking in de avonddiensten herstellen, dan ook de gezangen van de niet-Gereformeerde dichters, die hij ter behandeling in het Kerkblad aankondigt, vaarwel zeggen. Dan zal deze Gereformeerde dominee zeker de goede Gereformeerde Bonders, die hij niet te na wil spreken, wel gaarne voor zich laten preken en ook door hen wel graag gevraagd worden.
Wil ds. De Roos werkelijk, zoals hij schrijft, de Gereformeerden uit de gescheiden kerken weer in de Hervormde Kerk terug hebben, wat wij met hem willen, laat hij dan ophouden zo over de Gereformeerden in de Kerk te spreken en laat hij ze veeleer liefhebben, ondanks hun gebreken, om des beginsels wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's