Treurigen met een blij vooruitzicht!
„Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden' Mattheüs 5 vers 4
Lezer, deze tekst zal u ongetwijfeld overbekend zijn. Maar is, wat hier staat, eigenlijk niet erg ongerijmd ? Immers, zalig is een afkorting van welgelukzalig, dat betekent: vol van geluk !
En hoe kan er nu sprake zijn van treurigen die vol van geluk zijn ! Het tegenovergestelde zouden wij beter kunnen begrijpen. Maar toch spreekt Gods Woord hier treurigen zalig.
Doch laten wij meteen er bij zeggen : niet alle treurigen !
Neen, er is treuren èn treuren. Ik denk aan het treuren van rouwdragenden, die gebukt gaan onder een smartelijk verlies. O, hoe vaak wordt dezulken maar oppervlakkig z.g. troost ingesproken met deze zaligspreking van de Heiland. Of ik denk aan het treuren over een ondoordachte zondige daad, waardoor men onherstelbaar iemands leven heeft verwoest. Dan treurt men over iets wat niet meer ongedaan gemaakt kan worden.
Ach, er is zoveel te klagen en er is zoveel geween hier op aarde, maar mogen we nu al die bedroefden en beproefden, mogen we nu alle stakkers en stumpers maar trachten moed in te spreken met deze woorden : „Zalig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden".
Neen, het treuren van onze tekst ziet op het treuren over de zonde, het treuren dat we God kwijt zijn, het treuren over onze zondige aard, omdat wij God daarmede bedroeven, het treuren over die wet in onze leden, dat wij moéten zondigen tot onze doodsnik toe. Dit treuren over de zonde zelf is iets geheel anders dan het treuren over het vreselijk gevolg van onze zondige daad. Bij de treurigen van onze tekst wordt de zonde zélf als een ondragelijke last gevoeld, terwijl er daarentegen ook veel getreurd wordt onder een ondragelijke last van een misstap, waarvan men de gevolgen dagelijks voor ogen heeft. Bij de laatsten zou in geval er nog iets aan het gestichte onheil te verhelpen zou zijn, de last in een minimum van tijd verdwenen zijn en het treuren er bij !
Neen, onze tekst ziet op het treuren over ons zondig hart. Zoals eenmaal een David het smeekte : „herschep mijn hart en reinig Gij, o Heer', die vuile bron van al mijn wanbedrijven". Lezer, het gaat er hier om, of ge al ontdekt zijt aan die poel van ongerechtigheden, die steeds maar •weer uit Uw hart opborrelt. Dat, dat is de oorzaak van het treuren !
Als ge vraagt, hoe dat treuren ontstaat, dan is er geen ander antwoord, dan : door Goddelijke ontdekking! Ja, dóór een Godsdaad gaat een mens treuren om zijn zonde en leert hij zien wie hij is tegenover een heihg God.
Wanneer Gods Heilige Geest ons gaat plaatsen voor de spiegel van Gods Heilige Wet, ach dan raken wij op slag onze zelfgenoegzaamheid in beginsel kwijt.
Ja, in beginsel, lezer, want wij zijn niet zo gauw geheel van ons stuk gebracht. Een mens wil nog zo lang mogelijk zichzelf blijven handhaven voor God.
Maar wanneer Gods Geest doorwerkt, dan gaat de mens met al het zijne er aan, en dat is wat, lezer, alle steun te verliezen en dan daarbij God te liioeten missen ! Dan zingt de dichter : „'k wou vluchten maar kon nergens heen, zodat mijn dood voor ogen scheen — en alle hoop mij gans ontviel, daar niemand zorgde voor mijn ziel !"
En nu gaat de Heere niet met al Zijn kinderen een zelfde weg. Ook in de weg der ontdekking is de Heere vrij. Bij de een zal het schielijk gaan, en bij een ander zeer trapsgewijze. Maar bij een ieder wordt het Bijbelwoord: „Graaf dieper mensenkind en gij zult meer gruwelen vinden", maar al te pijnlijk ervaren. Totdat wij gaan beleven wat het is : in zonden ontvangen en geboren te zijn, ja, dat wij één brok schuld zijn, en waardig dat God ons voor eeuwig verstoot!
Ja, dan gaan wij gebukt en treuren ! Neen, niet een treuren omdat wij de zaligheid moeten missen of omdat wij niet in de hemel kunnen komen. Ach, dat is een droefheid, die op onszelf gericht is en niet op God. Maar het ware treuren is op God gericht en daar wordt het berouw van de verloren zoon gevonden : „Vader, ik heb gezondigd tegen U."
Of zoals de psalmdichter het zong: „'k Heb tegen U, ja U alleen misdreven!" O, lezer, als wij er dan oog voor krijgen, dat wij niet alleen tegen een heilig God, maar ook tegen zulk een goeddoend God hebben gezondigd, ach, dan smelt de ziel weg. Ja, dan zien wij, door Gods Heilige Geest verlicht, welk een liefdevol God wij op 't hart hebben getrapt! En dan door eigen schuld Hem te moeten missen, Zijn gunst. Zijn omgang ; dan komt er een treuren over 't gemis, en dat gemis wordt slechts vervuld als de ziel weer rust mag vinden in God ! Dit gemis kan on mogelijk vervuld worden door iets wat van deze aarde is. Niet door een predikant, niet door een Godvrezend kind des Heeren, niet door de handoplegging van deze of gene! Neen, bij zulk een is er geen vragen meer : wat zal dié van mij zeggen, maar de grote vraag voor hem is : wat zegt de Heere van mij, of met andere woorden : hoe word ik rechtvaardig voor God ! O, dat recht Gods, hij moet het toevallen, ja hij ziet de dood voor ogen en toch ^- toch kan zulk een treurende niet buiten God. Dat is het juist. Hij moet God weer hebben! En , Gods Heilige Geest drijft hem uit tot die God. Enerzijds is er een vrezen om te komen en anderzijds is het: „ik Iaat U niet los, tenzij Gij mij zegent. Heere, tot Wien zou ik anders moeten gaan, Gij hebt de woorden des eeuwigen levens ? " In al zijn treuren is zulk éen er van overtuigd, dat zijn heil en uitkomst alléén bij de Heere te vinden is. Zo ging een koningin Esther tot de koning, met de woorden: „Kom ik dan om, zo kom ik om !".
Lezer, kent ge dat treuren, dat u uitdrijft naar de Heere? Is er wel eens uit de grond van uw hart de bede opgestegen : „Och, Heere, och, wierd mijn ziel door U gered !"
Zeg toch niet, dat ge niet naar zulk een treuren verlangt! Want zie toch onze tekst: zulke treurigen worden zalig gesproken, en wel door de Heiland zelf ! Ach, als ge aan zulk een treurende zoudt vragen of hij zich zalig gevoelt, zou hij zeker ontkennend antwoorden. Het verkeren in de diepte geeft geen zaligheid. Maar toch — het roepen uit de diepte, het klagen van onze nood aan de Heere kan verruiming geven ! Dan werkt immers Gods Geest aan de ziel!
Een flauw beeld zien wij bij onze kinderen : als ze hun verdriet maar aan vader of moeder hebben uitverteld, komen ze onder het vertellen alweer bij.
Zó kan het vluchten tot de Heere, het bidden en smeken, reeds de druk verlichten. Maar hoe zalig is het dan wel, als de Heere tot zulk een treurende gaat spreken van troost en vrede ! Als dan Gods Woord als 't ware met kracht op de ziel gebonden wordt door de werking van Gods Heilige Geest en Zijn beloften mogen worden toegeëigend ! Als wij dan oog mogen krijgen voor de Man van Smarten, die zo ondragelijk heeft willen lijden om de Zijnen de tranen te kunnen afdrogen. Als we oog mogen krijgen voor die Borg, Die in Gethsémané gebeden en smekingen met sterke roeping en tranen geofferd heeft. Wat is het zalig, wanneer dat lijden dan ook door Gods Heilige Geest onze ziel vertroost!
o, al zijn het dan maar kruimpjes genade, de ziel wordt er door verkwikt. En juist door de kruimels houdt de Heere hier op aarde vaak Zijn kinderen begerig, is er vaak een aanklevend leven, dicht bij de Heere.
Welk een zaligheid ligt er reeds, lezer, in een afhankelijk leven van de Heere ! Voor een ontledigde ziel is nu immers juist alles te vinden in de Verlosser! Hoe schoon spreekt ons het Hooglied hiervan. Ja, dan mag bij tijden de ziel overvloeien van lof en dank, wanneer daar de Heere spreekt: , , Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik !" O, die rijkdom, dat die God, Die we op 't hoogst hebben misdaan, ons niet wil verlaten, maar nog tot ons wil spreken : „Hier ben Ik, Ik wil nog uw God zijn om Christus* wil".
Alles verzondigd te hebben en dan gevoerd te worden naar de kusten van de zee van eeuwige vergetelheid ! De doornenkroon gevlochten te hebben voor het hoofd van de Man van Smarten en het tóch te mogen horen: ,,Vader, Ik wil, dat ook deze bij Mij zal zijn, die Gij Mij gegeven hebt".
Lezer, dan, als die vergeving der zonden ons deel mag zijn, dan gaan we nóg dieper onze zonden betreuren, want dan zien wij pas hoe oneindig veel liefde Gods wij met de voeten getreden hebben ! Ja, dan blijft het een treuren tot onze doodsnik toe, over al het gebrekkige in het leven der heiligmaking. Dan blijft het: alles tekort, niets verdiend, alles verbeurd. Maar dan wordt toch bij tijden zo heerlijk onze tekst aan ons bevestigd: „Zalig zijn, die treuren, want zij zullen vertroost worden !"
Want de Heere is zo getrouw als sterk. Hij zal Zijn werk voor de Zijnen volenden !
Ja, de Heere blijft de getrouwe en Hij zal de treurigen blijven vertroosten, totdat eenmaal hun treuren voor eeuwig over zal gaan in een blijde dag, als er geen rouw meer zal zijn, noch geween, maar wanneer God zal zijn Alles en in allen! Daar zal de gezaligde niet meer kunnen zondigen !
Lezer, gaat daar uw hoogst verlangen naar uit: bevrijd te worden van dit aardse zondige bestaan, van de wet der zonde, om eeuwig God te mogen verheerlijken, zonder vrees dat ge 'Hem weer zult be-f droeven?
O, zalig die treurigen, met zulk een vooruitzicht!, Doch wéé hen, die hier vreemd aan zijn, want zij zullen een vreselijk vooruitzicht hebben, n.l. die plaats, waarvan is gezegd : „aldaar zal wening zijn", wening voor eeuwig, lezer, zonder kans op enige troost!
O, bid en smeek dan de Heere nog om het ontdekkende werk van Zijn Heilige Geest; dat Die u in alle waarheid leide, uw ogen verlichte, opdat gij moge zien, op welke weg gij zijt !
En wanneer wij iets mogen kennen van dat aanklevend leven, van het treuren achter de Heere aan : Houdt goede moed en bidt maar veel: „Verlaat niet, wat Uw hand begon, O, Levensbron, . Wit bijstand en vertroosting zenden!"
Gods Woord is getrouw, dat zegt: zij zullen vertroost worden ! O, alle bekommerden, hoort het dan :
Er is een blij vooruitzicht dat u streelt; Gij zult ontwaakt Gods lof ontvouwen. Hem in gerechtigheid aanschouwen. Verzadigd met Zijn Goddelijk beeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's