Hoe beziet U de buitenkerkelijken?
Want wat heb ik ook die buiten zijn, te oordelen? 1 Corinthen 5 vs. 12.
Heb ik razenden gebrek 7 Volgens betrouwbare zegslieden, waardeert deze en gene het soms maar matig, wanneer de predikant aandacht heeft voor buitenkerkelijken. „Er zijn dode elementen genoeg in de kerk. We behoeven er niet meer aan te halen !" Deze uitdrukking is misschien een beetje extreem, maar wellicht ook een exponent (aanwijzer). Het zal ons geen kwaad doen, als we eens even schrikken. Minder zeldzaam klinkt op de verontschuldiging : ,,Ik heb deze zieke u maar niet doorgegeven, dominee, want hij komt toch nooit in de kerk". Het is een veeg teken, wanneer men de grenzen van kerk en wereld beziet als een ijzeren gordijn. Als men er zó over denkt en gaat denken, zullen de grensoverschrijdingen vele zijn, maar in verkeerde richting. ,,Wie wil dan nog wonen in ,,domineesland" ?
Dwingt ze. Tot in ons merg moeten we er van doordrongen zijn, dat we altoos verkeren onder de heilige wilsbeschikking van onze Heere : ,,Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in". Christus heeft Zijn bevel aanhoudend met Zijn practijk bevestigd. Het zou ook niét anders gekund hebben. Zou Hij het zeggen en niet doen? We zijn vreemde Christenen, als niet in ons" is het gevoelen dat ook in Christus was : ,,En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben. Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; bidt dan de Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote". Kennen we deze bij uitstek Christelijke visie ? Omarmen we de schare met een blik van ontferming? U zegt misschien : „Het zijn me de lieverds wel". Nihilisten, vol walg om te leven. Nogmaals luisteren we naar onze hoogste Profeet: „Ziet, Ik zeg u : Heft uw ogen op en aanschouwt de landen ; want zij zijn alrede wit om te oogsten". Met de beste wil van de wereld kunnen we dat niet bezien. Wit om te oogsten? Zwart voor het verderf, zou 'k zo menen ! Laat ons eerst bedenken, dat oogst en oordeel volgens Gods Woord dicht bijeen liggen. De bekering voltrekt zich tegen een dreigende achtergrond van het gericht. De grote en doorluchtige dag des Heeren komt. En het zal zijn, dat een iegelijk, die de naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden. Wordt behouden ! Wij kunnen het niet bezien of er voor bekering hoopvolle perspectieven zijn. Wat onmogelijk is bij mensen, is mogelijk bij God. Menigeen zegt in de worsteling der wedergeboorte : Ieder kan zalig worden, maar ik niet. Is dat, als we bij wondere verrassing en tot eeuwige verbazing, worden ingeleid in het grote heilsgeheim, plots niet meer waarl Waren we dan praat jesmakers ?
De geschiedenis herhaalt zich. Het heeft de Joden altijd gestoken in Christus, dat Hij scherpten ogenschijnlijk onbarmhartig de gevestigde en erkende vroomheid tegemoet trad, terwijl Zijn bewogenheid uitstroomde naar de schare van openlijke zondaren. Het zou weinig moeite kosten een bloemlezing samen te stellen van uitspraken in de geest van het woord: ,,Hoeren en tollenaren zullen u voorgaan in het Koninkrijk Gods". Om nog een tekst te noemen : „Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van Oosten en Westen en zullen met Abraham en Izak en Jacob, aanzitten in net Koninkrijk der hemelen ; en de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn en knersing der tanden". Laten we eerlijk zijn, zulke woorden zijn niet verheffend voor kerkelijke mensen. Telkens weer wordt de geest van het Farizeïsme vaardig binnen de kerk. De meest tragische eigenschap van de Parizeer is, dat hij zelf niet inziet dat hij dat is. Christus wist wat Hij zeide, toen Hij Zijn discipelen waarschuwde: Wacht u voor de zuurdesem van de Parizeen ! Uitingen als : „We hebben dode elementen genoeg" en „Die zieke, die nooit in de kerk kwam, gaf ik maar niet op zijn typisch Parizees. Men zou een kerkgeschiedenis kunnen schrijven, waarin gedocumenteerd wordt hoe gedurig het Farizeïsme zich breed maakt en hoe de Heere steeds opnieuw tot jaloersheid prikkelt door degenen, die geen volk zijn. Hij laat zich vinden, door die Hem niet zochten. Op catechisatie merken de predikanten heel dikwijls, dat jeugd uit buitenkerkelijke gezinnen met veel meer belangstelling openstaat voor het Woord, dan de jongeren uit de gezinnen, die zeer meelevend zijn. Heus niet omdat het voor hen nieuw is.
Oordeelt niet. Om zich in de bedreigde en hoe langer hoe meer wederrechtelijk ingenomen posities te handhaven, zoeken de Parizeërs hun sterkte in de verachting van de domme en zondige schare. Oordelen is de zonde van het Farizeïsme. Het verontrust geweten kiest zondebokken. Men zoekt een alibi, voor God. , , Ik ben niet gelijk rovers en echtbrekers". Men oefent tucht uit, maar naar buiten, inplaats van naar binnen. Juist het apostolaat moet naar buiten gericht zijn. Er is vitale samenhang tussen tucht en apostolaat. De practijk van Christus was : naar binnen scherp en streng, lankmoedig en mild naar buiten. Kent de schare de wet niet? Dan moet die in alle liefde worden bijgebracht. Maar die de weg zo goed geweten hebben, moeten met dubbele slagen gestraft worden. Het onbarmhartig en hooghartig ooi: delen^ dat de Parizeer in het gebeente zit, treft ons ook in de gelijkenis van de Verloren Zoon. De gelijkenissen waren werkelijk scherp gelijkende momentopnamen. Van de jongste zegt Christus enkel: hij leefde overdadig. Maar de oudste zal de puntjes op de i zetten. Hij durfde de zonde bij de naam noemen. „Als uw zoon — als mijn broeder bezie ik hem niet meer, mijn vrienden staan me nader — die uw goed •— hebt u zich al eens gerealiseerd, vader, dat het uw goed was '— met hoeren doorgebracht heeft "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's