Hoe beziet U de buitenkerkelijken?
Ik houd niet van het genre tijdreden, waarin wellustig-breed de zonde van het huidig mensengeslacht wordt uitgemeten en aangezegd. De zonde, zondaren en vooral zondaressen, worden gewoon uitgeschilderd. Men geniet.
Waarin ge een ander oordeelt, oordeelt ge uzelf, want ge doet dezelfde dingen. Al zou het alleen maar wezen in gedachten. Met hoeren. Was het misschien daarom, dat Christus zo scherp de Farizeërs antwoordt: ,,Hoeren en tollenaren". U neemt die woorden met hoorbare afkeuring op de lippen, maar Ik zal u wel zeggen, dat die u zullen voorgaan. Deze kampioenen voor de wet lieten het zwaarste liggen van de wet. Juist wat te maken had ook met hun verhouding tot de naaste. Barmhartigheid bijvoorbeeld, was ver te zoeken. Overigens waren de Farizeërs met hun rap oordeel over Christus' onbarmhartigheid ten opzichte van henzelf, er wel geheel naast. Zo waar als de vader uit de gelijkenis ook naar zijn verongelijkt kind, tenminste zo voelde hij zich, omzag, zo waar trekt Jezus ook Zijn armen uit naar de Parizeen. Ook met hen zat de Heere aan, ook met hen at Hij. ,,Ik wil barmhartigheid en niet offerande".
Nief al te rechtvaardig, niet al te goddeloos.
Zou ook een Parizeer niet wedergeboren moeten worden, om de voorbarigheid en de onmeedogendheid van zijn oordeel af te leggen? Onze gevestigde opinies laten we maar zó niet zwemmen, omdat met onze oordelen wij zelf staan en vallen. Bij buitenstaanders kan er weinig op door. Onze spiedende en stekende blikken volgen hen dag en, nacht. Betreft het eigen mensen, dan zijn we zeer tolerant en mild. De grootste schelmerijen weten we té vergoelijken. Een advocaat voor kwade zaken ging in ons verloren. Als we er zelf maar niet mee verloren gaan. We moeten de rechtvaardigheid niet op de spits drijven, wanneer we onze naaste in de gezichtskring betrekken. Ook niet in onze omgang met hem. Sta niet overal te gluren en achter de deur te luisteren. Kent ge u zelf niet meer? Speur niet naar de splinter in het oog van uw naaste, terwijl ge niet eens kijken kunt vanwege die massale balk in eigen oog. Ge moogt eerst zulke stuitende goddeloosheden wel eens uit de weg ruimen.
Weg met de boosdoener. In eigen kring tolereert men heel wat. Dat blijkt ook in de gemeente van Corinthe. Door dik en dun blijft men zijn kringetje trouw. ,,Right or wrong, my country". In 1 Cor. 5 protesteert Paulus tegen de meest ergerlijke bloedschande. Weg met die verderfelijke zuurdesem. Aan de andere kant overdreef men de wettischheid in het onzinnige. Paulus had geschreven, dat men met hoereerders zich niet vermengen zou. Daarmee propageerde de Apostel geen revolutionaire, radicale gedragslijn. Want dan zou men, als men geheel consequent wilde zijn, definitief uit deze wereld moeten emigreren. Dat is niet wel mogelijk. Maar in de gemeente met de tafelgemeenschap mogen we zulken onder geen voorbehoud dulden. Hij moet geweerd en zijn als de heiden. Over die buiten zijn, heeft de gemeente en heeft ook de Apostel geen zeggenschap. Over hen oordelen we niet. God oordeelt hen. Dat juist is de zonde van de Parizeer, de zonde waarin wij, kerkmensen, telkens weer vallen, dat we oordelen die buiten zijn. Wie zegt op dit punt zonder zonde te zijn, verleidt zichzelf.
Vreemde tegenstrijdigheid. De aandachtige lezer zal een ogenbhk bevreemd van zijn lectuur opzien en zeggen zo voor zichzelf uit: , , Hoe is dat eigenlijk? De tucht drijft uit zulken, die het apostolaat weer aantrekt". Want hoereerders, gierigaards, afgodendienaars, lasteraars, dronkaards, rovers en dergelijken, moeten worden uitgedreven, en aan de andere kant'moeten we hoeren en tollenaren met alle bewogenheid aantrekken. Zou die man toch gelijk hebben met zijn dode elementen genoeg in de kerk? Het is goed, dat we de zaak zo scherp in contrast stellen. Inderdaad komt hier bij de botsing van de •— schijnbare — tegenstellingen, de waarheid aan de dag. Door die wonderlijke circulatie van afvoer van ergerlijke zondaren en het aantrekken van even grote onrechtvaardigen : — maar boetvaardige ! — blijft het kerkelijk leven gezond. Apostolaat zonder tucht is gladweg onmogelijk. Uit wat tot dusver geschreven werd zou men kunnen afleiden, dat we alleen levenstucht — zogenaamd — voorstaan. Ik kan me maar zo inoeilijk begrijpen dat de grootste verdedigers van de onlosmakelijke eenheid van leer en leven opeens voor de dag komen met de sophistische onderscheiding van leear- en levenstucht.
Blinkende zonden. Ook zouden we nog tot de slotsom kunnen komen, dat allen die buiten zijn, zich te buiten gaan aan de vreselijkste ondeugden. We horen het meest andersom. In de kerk kan men niet komen, omdat er zoveel huichelachtige schurken vooraan zitten. Ja, ze zitten net altijd vooraan. Maar wie genade zoekt, komt waar Christus gepredikt wordt, al zou de kerk vol duivels zitten. Er zijn hoogstaande en deugdzame buitenkerkelijken. Men moet wel stekeblind zijn om dat niet te beamen. Maar het woord van Augustinus laat me niet los : „De deugden der heidenen, zijn blinkende zonden". Het Farizeïsme heeft zijn dubbelgangers buiten de kerk. Overigens kan ik me niet indenken hoe iemand zonder blikken en blozen kan neerschrijven, dat er meer Christenen buiten dan binnen de kerk zijn. Ik*zou wel graag eens een definitie horen van wat men verstaat onder een ware christen. Er zijn veel beste mensen. Maar Christus kwam voor de slechten.
Herzie uw oordeel. De strekking van dit artikeltje is uitsluitend, het verzoek om uw oordeel te herzien over de buitenkerkelijken. Deze principiële bekering in ons denken moet zich voltrekken, willen we ooit vruchtbaar werken onder de buitenkerkelijken.
Is u bereid uw oordeel te herzien? Hoe beziet u de buitenkerkelijke? De beantwoording van deze vraag zegt meer omtrent uzelf dan omtrent de buitenkerkelijke. Innerlijke bereidheid om een vastgeroeste opinie te wijzigen is vrucht van de inwerking van de Heilige Geest. Vraagt om de bijstand van die Geest! Opent uw mond. Ge hebt uw mond maar open te doen. Oordeelt niet die buiten zijn. Hen oordeelt de Heere. Redt ze van 't strenge oordeel Gods. Ge moet de schare zien als met de ogen van Christus. Als schapen, die geen herder hebben. Weest innerlijk met ontferming bewogen. We doen het, ja juist, mijn goede vriend, omdat we zoveel dode elementen in de kerk hebben. Probeer eens of ge dat begrijpt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's